Antwerps liedboek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Titelpagina van het Antwerps liedboek (1544)

Het Antwerps liedboek verscheen in 1544 bij de drukker Jan Roulans (Antwerpen) onder de titel: Een schoon liedekens. Boeck inden welcken ghy vinden sult. Veelderhande liedekens. Oude en nyeuwe Om droefheyt ende melancolie te verdrijuen. Het liedboek bevat 221 liederen. Alleen de liedtekst is opgenomen, zonder muziek.

Er zijn ongeveer vijf drukken van het boek geweest, maar er is slechts een exemplaar volledig bewaard gebleven, in de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel, afkomstig uit de uitgebreide collectie van hertog August von Braunschweig-Wolfenbüttel.

De slechte overlevering van alle vijf drukken is duidelijk verklaarbaar. Het liedboek werd twee jaar na verschijning op de "Index Librorum Prohibitorum" geplaatst: de lijst van verboden lectuur van de Inquisitie van de Katholieke Kerk. (De drukker overleed overigens later in de gevangenis, waar hij was beland wegens het drukken van clandestiene uitgaven.) Niet zozeer de politieke liederen in de liedbundel (veelal loftuitingen aan het adres van het Habsburgse Huis), maar veeleer de liederen over losbandige, vrijmoedige monniken en nonnen zullen de Inquisitie een doorn in het oog zijn geweest. Wellicht zijn de weinige exemplaren die toch nog aan de inquisitie ontsnapten, later vernietigd door overijverige Franstalige bibliothecarissen die maar al te graag de laatste resten van Nederlandstalige cultuur in de Zuidelijke Nederlanden wilden doen verdwijnen.[1]

De eerste wetenschappelijke uitgave werd bezorgd door Heinrich Hoffmann von Fallersleben in 1855. In 2004 verscheen er een uitgebreide uitgave van het liedboek met dubbel-cd (eindredactie: Dieuwke van der Poel; muziek: Louis Peter Grijp; cd: Camerata Trajectina). Dankzij wijsaanduidingen en muzieknotatie in andere liedbundels, is bij ruim honderd liedjes de melodie teruggevonden.

Het Antwerps liedboek is het oudste gedrukte liedboek dat we kennen waarin een zo groot aantal wereldlijke Nederlandse liederen zijn opgenomen. De meeste van die liederen waren toen, aan het einde van de Middeleeuwen, al lang bekend door de traditionele mondelinge overlevering; velen kregen dan ook de aanduiding: 'oudt liedeken'. Veel liederen die voor het eerst in het Antwerps liedboek in druk zijn verschenen, zijn ook in de eeuwen erna bekend gebleven en in diverse liedbundels en verzamelbundels opgenomen. Voorbeelden van zulke liedjes zijn:

  • Arge winter gij zijt koud
  • Alle mijn gepeis doet mij zo wee
  • Daar gingen twee gespeelkens goed
  • Daar staat een klooster in Oostenrijk
  • Het daghet in den oosten het lichtet overal
  • Ik zeg adieu, wij twee, wij moeten scheiden
  • Ik zie die morgensterre, mijns lievekens klaar aanschijn
  • Rijk God, wie zal ik klagen dat heimelijk lijden mijn
  • Het voer een maagdelijn over de Rijn
  • Het waait een windeken koel uit den oosten
  • Wie was diegene die die loverkens brak
  • Den winter is een onweerd gast
  • Die winter is vergangen, ik zie des meien schijn

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Teksted. D.E. van der Poel (eindred.), blz. 25-33.
  • Het Antwerps liedboek, edition by Dieuwke E. van der Poel, Dirk Geirnaert, Hermina Joddersma and Johan Oosterman, reconstruction of the tunes by Louis Peter Grijp, published by Uitgeverij Lannoo & Delta, Tielt, 2004 ISBN 90 209 5523 3 (inf. Deltareeks.nl)