Aortaboog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aortaboog
Arcus aortae
De aortaboog verbindt het stijgende deel van de aorta met het dalende deel.
De aortaboog verbindt het stijgende deel van de aorta met het dalende deel.
Synoniemen
Latijn Girgillus[1][2]

Girgilus[3][2]
Dyablus[3][2]

Portaal  Portaalicoon   Biologie

De aortaboog[4][5][6] of arcus aortae[7] is de boogvormige overgang van de aorta tussen de aorta ascendens en de aorta descendens. De aortaboog wordt soms ook wel de pars horizontalis aortae genoemd. De aortaboog begint ter hoogte van het gewricht tussen het borstbeen en de tweede rechter rib (articulus sternocostalis) en loopt dan omhoog, naar achteren. De boog loopt voor en links langs de trachea om ongeveer ter hoogte van de onderrand van de vierde borstwervel over te gaan in de aorta descendens. Uit de aortaboog ontspringen de truncus brachiocephalicus, die verderop zal splitsen in de arteria subclavia dextra en arteria carotis communis dextra, aan de rechterkant, aan de linkerkant de linker arteria carotis en arteria subclavia.[8]

Klinisch is de aortaboog van belang in het kader van het aortaboogsyndroom, een term gebruikt voor verschillende vormen van afsluiting van de aortaboog, dat zich klinisch presenteert door een lage of afwezige polsslag aan de armen en benen en klachten passend bij een verminderde doorstroming van deze extremiteiten, zoals etalagebenen.[9]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  2. a b c Fonahn, A. (1922). ‘’Arabic and Latin anatomical terminology. Chiefly from the Middle Ages.’’ Kristiania: Jacob Dybwad.
  3. a b Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  4. Coëlho. Zakwoordenboek der geneeskunde. 24e geheel herziende druk (1993)
  5. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.
  6. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  7. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  8. Johannes Sobotta (1869-1945) onder redactie van R. Putz en R. Pabst, Sobotta - Atlas van de menselijke anatomie. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, 2000. ISBN 90-313-3101-5
  9. J.J.E. van Everdingen, N.S. Klazinga, J. Pols, Pinkhof Geneeskundig woordenboek. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, 1998. ISBN 90-313-1797-7