Apeldoornsche Bosch
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het Apeldoornsche Bosch was een Joodse psychiatrische inrichting, die van 1909 tot 1943 gevestigd was aan de Zuphensestraat te Apeldoorn. Van 1938 tot 1943 en van 1946 tot 1966 bevond zich naast het Apeldoornsche Bosch het “Paedagogium Achisomog” (Achisomog betekent “mijn broeder tot steun”), dat opvang bood aan Joodse kinderen met opvoedingsmoeilijkheden en aan zwakzinnige kinderen.
Inhoud |
[bewerk] Stichting en opening
Het Apeldoornsche Bosch en Achisomog gingen beide uit van de vereniging CIK, “Centraal Israëlietisch Krankzinnigengesticht”, die zich ten doel stelde Joodse geesteszieken te laten verzorgen in een Joodse omgeving. 24 mei 1909 werd het Apeldoornsche Bosch geopend. Vanaf 1925 werden kinderen opgevangen in vier villa’s in Apeldoorn, tot ook voor hen een voorziening gebouwd werd op het terrein van het “Apeldoornsche Bosch”, “Achisomog” geheten, die 6 september 1934 betrokken werd.
[bewerk] Het Apeldoornsche Bosch
Geneesheer-directeur waren achtereenvolgens dr Nico. J. Lemei van 1907 tot 1914; dr Jan Kat van 1914 tot 1936 en tenslotte van 1936 tot 1943 dr Jaques Lobstein. De instelling behandelde psychiatrische patiënten naar de normen en inzichten van die tijd, zo werd in 1926 “actievere therapie”, een soort arbeidstherapie, ingevoerd. Wetenschappelijk onderzoek vond plaats naar het verband tussen erfelijkheid en geestesziekte. In de verpleging werd, zoals in die tijd gebruikelijk, verschil gemaakt tussen 1e en 2e en 3e klasse, terwijl “sanatorium Rustoord” als “open afdeling” weer andere zorg leverde. De rabbijn leverde godsdienstige bijstand, en er werden gebedsdiensten georganiseerd in de eigen synagoge.
Voor het personeel werden de “Boschblaadjes” uitgegeven. De ontspanningsvereniging “Tot Ons Vermaak” spaarde honderdduizend gulden bij elkaar, waarmee in 1938 het “ontspanningsgebouw” geopend werd.
De instelling groeide snel: in 1909 werkten 53 verplegenden voor 235 patiënten, in 1921 werden 542 patiënten verpleegd door 144 medewerkers. Vanaf 1939 werd de inrichting overstroomd door vluchtelingen uit Duitsland, het officiële maximum stond toen op 762, maar zou steeds verder worden overschreden.
[bewerk] Achisomog
Het aantal patiëntjes van Achisomog groeide tussen 1925 en 1938 van 7 tot 74. De kinderen waren aanvankelijk afkomstig van de kinderafdeling van het Apeldoornsche Bosch, waar, ook na de opening van Achisomog, steeds meer zwakzinnige kinderen een plek kregen. Aan deze toestand kwam pas een eind toen, een jaar na de opening van de nieuwe gebouwen (Ruben-Simeon; Naftali-Zebulon en Efraïm-Manasse) van Achisomog (op het terrein van het Apeldoornsche Bosch) een vierde paviljoen Benjamin, huisvesting ging bieden aan dertig van deze kinderen.
Achisomog stond onder leiding van het hoofd van het internaat, een verpleegkundige die “tante” genoemd werd, onder supervisie van de geneesheer-directeur van het Apeldoornsche Bosch. Vanaf 1930 was de onderwijzer Philip Fuldauer onderdirecteur. Om de kinderen ontspanning en plezier te bieden werd de vereniging “Lesammeiag Hajeled” opgericht. In 1938 kwam prinses Juliana der Nederlanden op bezoek.
[bewerk] De ramp in 1943
In de eerste jaren van de oorlog steeg het aantal opgenomen patiënten tot 1181 in 1943 doordat Joodse patiënten niet meer in niet-joodse instellingen mochten worden opgenomen en men bovendien meende hier beschermd te zijn tegen deportatie. In 1942 was er even een tekort aan personeel, toen men door de bezetter gedwongen werd alle niet-joodse personeel te ontslaan, maar al snel meldden zich veel Joodse medewerkers aan, onder wie Eli Asser en zijn toekomstige vrouw, tot er, in 1943, 330 personeelsleden waren.
Aanvankelijk leek het erop dat de Nazi’s het Apeldoornsche Bosch ongemoeid zouden laten, in Apeldoorn sprak men van de “Jodenhemel”. Woensdag 20 januari 1943 verscheen de Ordedienst van Kamp Westerbork, naar bleek, een dag te vroeg. Op het station van Apeldoorn werd ondertussen een goederentrein met 40 wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel is in die nacht gevlucht en ondergedoken. In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 zijn alle patiënten, soms naakt, verward of in dwangbuis, door eenheden van de Waffen-SS en de Ordnungspolizei onder de persoonlijke leiding van Hauptsturmführer Ferdinand aus der Fünten van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (die daarbij geholpen werd door Albert Konrad Gemmeker, de SS-commandant van Kamp Westerbork) in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht.
Deze trein vertrok de volgende ochtend om 7 uur en bracht de bijna 1200 patiënten en 50 van de personeelsleden, rechtstreeks naar Auschwitz, waar de patiënten bij aankomst direct zijn vergast of doodgeschoten. De begeleidende verpleegkundigen gingen het kamp in. Van geen van de, in totaal 1250, mensen is ooit meer iets vernomen. Het resterende, in Apeldoorn gebleven personeel, is samen met de laatste ruim honderd Joodse Apeldoorners in een gewone trein naar Kamp Westerbork gebracht en werd vandaar uit gedeporteerd. Enkelen van hen hebben, net als een deel van degenen die ondergedoken waren, na de oorlog hun verhaal kunnen doen.
[bewerk] Na de oorlog
Na de moord werd het terrein van het Apeldoornsche Bosch en Achisomog een “Erholungsheim” voor de Waffen-SS. 2 Oktober 1944 werd het terrein gebruikt voor de standrechtelijke executie van zes leden van de verzetsgroep Narda en twee door hen verborgen geallieerde piloten. Na de bevrijding werden er, tot 1946, Canadese verbindingstroepen in de gebouwen gelegerd. In 1946 startte Philip Fuldauer (die door zijn gemengde huwelijk gered was), Paedagogium Achisomog weer op, waaraan hij leiding bleef geven tot het in 1966 opging in het Sinaï-centrum te Amersfoort.
Van 1947 tot 1948 werden 500 verweesde Joodse kinderen uit kampen in Roemenië opgevangen in het Apeldoornsche Bosch, dat voor de gelegenheid een Hebreeuws-talige kibboets, “Ilaniah”, was geworden. Na de onafhankelijkheid van Israël zijn deze kinderen daar naar toe geëmigreerd, de meeste met het schip “Negbah”.
Het terrein van “Het Apeldoornsche Bosch” was veel te groot geworden voor de gedecimeerde Joodse bevolking. Het CIK, omgedoopt tot “Joodse Geestelijke Gezondheidszorg” opende in 1962 het veel kleinere “Sinai Centrum” te Amersfoort, dat met name zeer deskundig is op het gebied van traumazorg. Het terrein van het “Apeldoornsche Bosch” werd via de overheid verkocht aan wat nu de 's Heeren Loo zorggroep is, die er in 1952 Groot Schuylenburg, christelijk centrum voor mensen met een verstandelijke beperking, opende en in 1966 ook de grond, gebouwen en enkele patiënten van het er naast gelegen Achisomog overnam.
[bewerk] Externe link
- [1] Site over het Apeldoornsche Bosch, gemaakt door scholieren.
- [2] Foto's van het Apeldoornsche Bosch op de site "Oud-Apeldoorn"
- [3] Vooroorlogse film door Maurtis Levie, viering van het zilveren jubileum in 1936. Geeft een indruk van het tijdsbeeld.
- [4] Vooroorlogse film door Maurtis Levie, feestelijke bijeenkomst “Apeldoornsche Bosch”. O.a. meerdere dagelijkse activiteiten.
[bewerk] Bronnen
- Wie in tranen zaait… Geschiedenis van de Joodse Geestelijke Gezondheidszorg in Nederland - Eindredactie Renate G. Fuks-Mansfeld en Armand Sunier, 1997, Van Gorcum, Assen
- De Joodse gemeente te Apeldoorn en het Apeldoornsche Bosch. - Laansma, S. Zutphen, De Walburg Pers., 1979
- Het Apeldoornsche Bosch. Joodse psychiatrische inrichting 1909- 1943. - Oosterhof, Hanneke. Heerlen, De Voorstad/Historisch Museum Marialust, 1989
- Ondergang; de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 eerste deel, bladzijde 321-333; Dr. J. Presser; 's Gravenhage, Staatsuitgeverij, 1965;
- Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; deel 6, bladzijde 307-313; Dr. L.de Jong; Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie / Staatsuitgeverij; 1975.

