Apocriefen van het Oude Testament

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Apocriefen)
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png zie ook: Apocriefen van het Nieuwe Testament
Susanna en de oudsten, een verhaal uit de toevoegingen aan Daniël

Apocriefen van het Oude Testament (Grieks: ἀπόκρυφος, apokruphos: geheim, verborgen), is een term waarmee bepaalde boeken worden aangeduid die aanvankelijk door sommigen als onderdeel van het Oude Testament van de Bijbel werden beschouwd, maar uiteindelijk niet in de canon van de Bijbel zijn opgenomen.

Protestanten noemen daarnaast tien boeken apocrief, die gezaghebbend zijn volgens de Oosters-orthodoxe kerk en de Rooms-katholieke Kerk, die ze deuterocanoniek noemt, dat wil zeggen ‘in tweede instantie aan de canon toegevoegd’. Deze boeken zijn in de regel ontstaan in de periode tussen Oude Testament en Nieuwe Testament in.

Inhoud

[bewerken] Apocriefen van het Oude Testament

Tussen de Dode-Zeerollen bevinden zich talloze religieuze boeken die noch door de Joden noch door de christenen tot hun canon wordeen gerekenend. Ook de Septuagint bevat boeken, zoals het boek Oden, III Ezra, IV Makkabeeën, die niet tot de canon worden gerekend. Andere voorbeelden zijn het Eerste boek van Henoch en Jubileeën. (Zie verder in dit artikel.)

[bewerken] Deuterocanonieke boeken

Er zijn tien (of 11, zie verder) boeken die, hoewel ze niet tot de Hebreeuwse canon behoren, door de katholieke kerk en de oosters orthodoxe kerken gezaghebbend worden geacht. Ze zijn ontstaan in de periode tussen de Hebreeuwse Bijbel en het Nieuwe Testament in. Zij gelden in het protestantisme niet als gezaghebbend. In de Rooms-katholieke Kerk noemt men deze boeken sinds de kerkvader en Bijbelgeleerde Hiëronymus (400 AD) deuterocanoniek, in het protestantisme beschouwt men ze als apocrief. Het zijn boeken uit de Septuagint die Hiëronymus in de Vulgaat had opgenomen.[1] Het Concilie van Ferrara-Florence (1441) en het Concilie van Trente (1546) stelden nog eens dat de Vulgaat de norm was en bevestigden daarmee het gezag van deze boeken. Het woord deuterocanoniek is van Hiëronymus afkomstig en duidt aan dat hij ze in tweede instantie tot de canon zou willen rekenen (Gr. deuteros = tweede). De deuterocanonieke boeken maken deel uit van de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, die tussen circa 250 en 100 v.Chr. werd gemaakt.

[bewerken] Lange en korte versie

Vroegere tekstcritici veronderstelden dat de Septuagint een vertaling van de Masoretische tekst was. Uit onderzoek van de Dode Zee-rollen blijkt dat dit niet het geval is. Van veel bijbelboeken blijken verschillende teksten te hebben gecirculeerd; een wat vrijere die gebruikt is voor bijvoorbeeld de Septuagint, en een strikte, die de basis werd van de Masoretische tekst.[2][3] Van sommige boeken zijn er in de handschriften van de Septuagint verschilllende versies te vinden, bijvoorbeeld van Richteren, Daniël en Tobias. De Wijsheid van Jezus Sirach heeft een lange versie, kennelijk zijn er verzen toegevoegd. Het boek Psalmen heeft een psalm (151) meer dan de Masoretische tekst (bovendien is de nummering anders). De boeken Daniël en Esther hebben in de Griekse versie hele hoofdstukken tekst extra. Het boek Ester is in de Nieuwe Bijbelvertaling zowel uit het Grieks als uit het Hebreeuws vertaald, en is dus twee keer in. In de katholieke Bijbel vertaalt men uit het Hebreeuws en voegt de Griekse hoofdstukken toe. De extra hoofdstukken van het boek Daniël zijn in een extra boek opgenomen: Toevoegingen aan Daniël. Ook de Brief van Jeremia en Het gebed van Manasse zijn in de NBV als zelfstandige boeken opgenomen; daarmee komt het aantal boeken op 11. In de Willibrordvertaling 1995 zijn het er tien, doordat de brief van Jeremia daar bij het boek Baruch is gevoegd. Van het boek De wijsheid van Jezus Sirach is een Hebreeuwse, een Syrische, en een Griekse versie bekend. Hoewel tekstkritisch de Hebreeuwse versie de voorkeur zou verdienen, heeft het boek gezag , omdat het is opgenomen in de Septuagint en de Vulgaat en geldt voor de vertalingen de Griekse tekst als de brontekst.

[bewerken] Canon van de Tenach

Hoewel van een boek als De wijsheid van Jezus Sirach Hebreeuwse teksten aanwezig waren, werd het door de joodse schriftgeleerden niet toegelaten tot de Hebreeuwse canon. Het boek geeft namelijk een vrij precieze datum waarop het geschreven is (180 v.Chr voor het Hebreeuwse origineel; 132 v.Chr voor de Griekse vertaling) en het criterium voor toelating was mogelijk dat de tekst terug ging op Ezra (ca. 400 v.Chr).[4] Een boek als Prediker, dat iets ouder is (het wordt geciteerd door Sirach) werd wel toegelaten, mogelijk omdat men het toeschreef aan Salomo. Ook het gedeeltelijk in het Aramees geschreven Daniël werd toegelaten, omdat men er van uit ging dat Daniël zelf de auteur was. Vaak wordt de canon toegeschreven aan de synode van Jamnia, rond AD 100. Het is allerminst zeker dat er zo'n synodebesluit is geweest. De besprekingen gingen in die tijd meer over het waarom dan over of een bepaald boek moest worden toegelaten.[5][6]

[bewerken] Septuagint en Vulgaat als canon

De christelijke kerk accepteerde de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament als gezaghebbend. De Septuagint bevat de boeken van de Hebreeuwse Bijbel in Griekse vertaling, zoals gezegd soms (Ester, Psalmen, Daniël) in een langere versie. De Septuagint bevat daarnaast de deuterocanonieke boeken, en ook nog boeken als III en IV Makkabeeën die volgens zowel Rooms Katholieken als protestanten niet tot de canon behoren.[7] De Vulgaat is de Latijnse vertaling die Hiëronymus (ca 382-405) maakte van de Bijbel. Hij beschouwde alleen de Hebreeuwse Bijbel als gezaghebbend. Hierover ontstond een discussie met Augustinus van Hippo die de gehele Septuagint geïnspireerd achtte. Hiëronymus gaf te langen leste toe, maar hij vertaalde de door hem deuterocanoniek genoemde boeken niet zelf, maar bewerkte de oudere vertalingen (Vetus Latina). De Rooms-Katholieke Kerk beschouwde tot begin deze eeuw de Vulgaat als gezaghebbend en erkent de deuterocanonieke boeken als richtinggevend voor geloof en leven.

[bewerken] Hervormers

Lutherbijbel 1912

De hervormers, zoals Maarten Luther die in 1534 met zijn bijbelvertaling in het Duits kwam, namen in de zestiende eeuw de Hebreeuwse Bijbel aan als canon, en verwierpen daarmee de boeken die de Roomskatholieke kerk deuterocanoniek noemt. Deze boeken werden apocrief genoemd, en ter onderscheid werden de overige verworpen boeken pseudepigrafisch (onder valse naam verschenen) genoemd. Voor de Rooms Katholieke Kerk die zich uitsprak op het Concilie van Trente bleef de Vulgaat de standaard, waarvan twee maal een een herziene druk verscheen. [8] De protestantse canon bevat daarom minder boeken dan de katholieke.

[bewerken] Nederlandse Geloofsbelijdenis

De (gereformeerde) Nederlandse geloofsbelijdenis (1561) zegt in artikel 6 dat de boeken nuttig zijn om te lezen, maar geen leergezag hebben:

Artikel 6. Het onderscheid tussen de canonieke en de apocriefe boeken.
Wij onderscheiden deze (de boeken van de protestantse canon, red) heilige boeken van de apocriefe, namelijk het derde en vierde boek van Ezra, het boek Tobias, Judit, het boek Wijsheid, Jezus Sirach, Baruch, de Toevoegingen aan het boek Ester, het Gebed van de drie mannen in het vuur, de Geschiedenis van Susanna, van Bel en de draak, het Gebed van Manasse en de twee boeken van de Makkabeeën. De kerk mag deze boeken wel lezen en ervan leren, voor zover zij overeenstemmen met de canonieke boeken. Zij hebben echter niet zo’n kracht en gezag, dat men door het getuigenis van deze boeken enig punt van het geloof of van de christelijke godsdienst zou kunnen bevestigen; laat staan dat zij het gezag van de andere, de heilige boeken, zouden kunnen verminderen.[9]

[bewerken] Cultuur

Rembrandt: de engel verlaat Tobit.

Ook in het protestante gedeelte van Europa bleven de daar apocrief genoemde boeken culturele invloed uitoefenen. Op 17e-eeuwse schilderijen komen taferelen uit de apocriefe boeken voor. Een naam als Rafaël is afkomstig uit het boek Tobias. Een bekend oratorium van de in het protestante Engeland schrijvende Händel was Judas Maccabeus; de muziek van de triomfmars klinkt met Pasen in veel kerken (U zij de glorie). De invloed van de canonieke boeken van de Statenvertaling op het standaard-Nederlands is echter veel groter dan de invloed van de tekst van de apocriefen.[10]

[bewerken] Apocriefen in protestantse en interconfessionele Bijbels

Aanvankelijk bevatten de protestantse Bijbels de afgewezen boeken nog in een apart gedeelte tussen Oude en Nieuwe Testament in. De eerste druk van de Statenvertaling doet een uitgebreide waarschuwing aan de vertaling van de apocrief genoemde boeken vooraf gaan, waarvan het begin als volgt gaat:

De Schriften die van oudts by een gevoeght zijn gheweest in het Boeck ghenaemt de BIBEL, ofte, de SCHRIFTURE, zijn tweederley: sommige zijn van Godt selve in-gegeven, (...)
Sommige zijn door eygen ingeven geschreven van menschen die in de leere dwalen konden: ende die des halven geenen reghel en konnen zijn van ons' gheloove ende wandel. Ende dese worden genaemt APOCRYPHE BOECKEN, dat is, Verborgene: ofte om dat'se niet opentlick in de Ghemeynte en behooren ghelesen, maer veel eer verborghen te worden: ofte, om datse niet en zijn gheweest in de casse, daer in de Goddelicke Boecken van de Ioden bewaert ende verborgen wierden.[11]

De boeken raakten in het protestantisme verder in onbruik. Soms werden ze uit bijbels gescheurd, vanuit de overtuiging dat ze niet in Gods Woord thuis hoorden. De Nieuwe vertaling van 1951 bevat de boeken niet.

De laatste jaren zien interconfessionele bijbeluitgaven door roomskatholieken en protestanten samen het licht, zoals de Groot Nieuws Bijbel en de Nieuwe Bijbelvertaling, waarbij dan ook een editie "met deuterocanonieke boeken" wordt uitgegeven.

[bewerken] Niet canoniek? De discussie.

De volgende argumenten worden gegeven om deze boeken te weigeren:[12] [13]

  • De apocriefe of deuterocanonieke boeken worden niet in het Nieuwe Testament geciteerd als gezaghebbend.[14]. Het is niet goed mogelijk uit de citaten in het Nieuwe Testament dit soort conclusies te trekken. Sommige canonieke boeken worden niet geciteerd, sommige apocriefe wel.[15]
  • Een canoniek boek zou door een profeet geschreven moeten zijn. Men is ook wat de canonieke boeken echter terughoudend bij het benoemen van de schrijver(s).
  • Het boek Judit zit vol anachronismen. Men neemt aan dat de schrijver dit expres deed; het verhaal gaat niet over Nebukadnezar en zijn legeroverste Holofernes, maar over Nicanor die het leger van Antiochus IV Epiphanes aanvoerde.[16].
  • De tekst ligt veel minder vast dan van de boeken waarvan een Masoretische tekst beschikbaar is.
  • De handel en wandel en de ideeën van de hoofdpersonen is niet altijd volgens bijbelse normen; dit geldt ook voor veel personages van het Oude Testament. Een leerstuk als de opstanding der doden (Wijsheid van Salomo ; 2 Maccabeeën) komt in deze boeken veel uitgesprokener naar voren dan in de Hebreeuwse Bijbel,[17]
  • Volgens sommigen is wel gesteld dat voor een waar christen te onderscheiden is dat de tien boeken niet tot Gods woord horen. Dit kan echter gauw een cirkelredenering worden.[18], maar het maakt wel duidelijk dat hierover niet alleen beslist wordt met het verstand.

[bewerken] De Maccabeeën

De strijd tegen de Syrische overheersers is een balangrijk thema in deze literatuur.

  • I en II Maccabeeën; historisch verslag;
  • Het canonieke / apocriefe boek Daniël hoofdstuk 3 en 5 t/m 12
  • De wijsheid van Jezus Sirach heeft de sporen ervan
  • Het boek Judith: eigenlijk gaat dit niet over de Assyriërs, maar over de Syrische Nicanor.

[bewerken] De boeken

De boeken die door de Rooms-katholieke en Oosters-orthodoxe kerken wel, maar door de protestanten niet worden erkend zijn:

deuterocanoniek boek canoniek boek apocrief boek, in LXX datum[19] genre oorspronkelijke taal Hebreeuwse versie bekend?
Tobit 225-175 v Chr legende Hebreeuws/Aramees Fragmenten bij Dode-Zeerollen
Sirach Hebr ca 180 v. chr.; Grieks 132 vChr.[20] Wijsheidsliteratuur Hebreeuws ongeveer 70% is bekend, ca 9 handschriften, uit geniza Caïro; fragmenten Dode-zeerollen; rol Masada (bevat =39-44)
Toevoegingen bij Daniël Daniël ca 160 v Chr (boek) ca 100 v Chr (aanv) Apocalyptiek Hebreeuws/Aramees (boek); Grieks (aanv)
Aanvullingen op Ester Ester Ester 300 v Chr?; Aanvulling 100 v Chr? vertelkunst Boek: Hebreeuws; aanvulling: Grieks
I Makkabeeën ca 125 v Chr Geschiedenis Hebreeuws of Aramees niet bewaard gebleven
II Makkabeeën ca 50 v Chr. Uittreksel werk Jason van Cyrene Grieks
III Makkabeeën 100-70 vChr vertelling uit 220 v chr Grieks?
IV Makkabeeën tussen 50 v chr en 70 AD.
Judith ca 100 v Chr. Novelle Hebreeuws of Aaramees neen
Boek der Wijsheid 50 v Chr. – 30 AD Wijsheidsliteratuur Grieks
Baruch; Brief van Jeremia In gedeelten; tussen 150 -1 v Chr. Wijsheid. mogelijk deels in Hebreeuws neen
Gebed van Manasse Ca 1 v. Chr. lied Grieks

N.B.: Er zijn vier boeken Ezra; de nummering wisselt. I en II Ezra zijn de canonieke Ezra en Nehemia. III Ezra is een compilatie van verhalen en de geschiedenis van Kronieken en Ezra/Nehemia. IV Ezra dateert uit 200 na Chr, staat niet in de Septuagint, wel in de Vulgaat.

Enkele geschriften uit de Septuagint gelden voor zowel de katholieke kerk als de protestantse kerken als apocrief. Deze geschriften werden soms door de kerkvaders en kerkelijke schrijvers uit de eerste eeuwen geciteerd en worden daarom door sommige oosters-orthodoxe kerken erkend:

[bewerken] Oudtestamentische pseudepigrafen

De term pseudepigraaf komt uit het Grieks en wil zoveel zeggen als: 'geschreven onder een valse naam' of, minder pejoratief, 'geschreven onder een alias' waarmee bedoeld wordt dat het werk is geschreven onder de naam van een gezaghebbende figuur uit het verleden als alias. Het woord pseud(o)epigrafisch wordt vaak gebruikt in de betekenis van apocrief, maar strikt genomen zijn er zowel apocriefe (Henoch), deuterocanonieke (Baruch) als canonieke (Prediker, mogelijk Daniël) boeken onder een alias verschenen.

De status van het boek Henoch verdient een speciale plaats in dit artikel over apocrief of deuterocanoniek. In de Ethiopische kerk is I Henoch canoniek; in de overige kerken apocrief.

  • I Henoch, geschreven ca. 2e eeuw v.Chr. – 1e eeuw n.Chr.
  • II Henoch, geschreven eind 1e eeuw n.Chr. Slavische Henoch Boek der geheimnissen van Henoch
  • III Henoch, geschreven ca. 5e-6e eeuw n.Chr.

Andere pseudepigrafische teksten zijn o.a.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Noten

  1. NBV Studiebijbel 2008; blz. 1468
  2. E. Tov: Welke tekst kiest men als basis voor de vertaling van de Hebreeuwse Bijbel? "Met andere woorden" 10,1; Nederlands Bijbelgenootschap
  3. Harrison, Waltke, Guthrie, Fee: Biblical criticism. Zondervan 1978,
  4. P. Beentjes: De wijsheid van Jesus Sirach. Damon, 2006
  5. De wijsheid van Jesus Sirach, Beentjes, P, Damon 2006, bladz 24
  6. NBG studiebijbel, bladz 1469
  7. (nl) Deutero-canonieke boeken in de Bijbel. Defensio Fidei.
  8. (nl) Deutero-canonieke boeken in de Bijbel. Defensio Fidei.
  9. http://members.home.nl/a.janssen/evangelie/ngb.html
  10. Het gezegde"Wie zich in gevaar begeeft, komt erin om" is mogelijk ontleend aan Sirach 3:26
  11. [1]
  12. [http://www.statenvertaling.net/1637/waarschuwing.html Waarschuwing van de Statenvertalers.
  13. site vergadering der gelovigen.
  14. W. Glashouwer en W. Ouweneel: Het ontstaan van de Bijbel, Telos, 1998
  15. een duidelijk voorbeeld is 2 Petrus en Judas die Henoch citeren en de opname van Mozes.
  16. NBV Studiebijbel 2008
  17. Panc Beentjes, De wijsheid van Jesus Sirach, Damon 2006; Panc Beentjes, Wijsheid van Salomo, KBS 1987
  18. J.W. Embregts: Geloof om op te bouwen. Ezra, 1992
  19. NBV studiebijbel 2008; Bijbelse encyclopedie Kok, Kampen (1975),
  20. P. Beentjes, de wijsheid van Jesu Sirach; Damon 2006
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Apocriefe boeken op Wikisource
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen