Apocriefen van het Nieuwe Testament

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Apocriefen van het Nieuwe Testament zijn boeken, waarvan sommige kerken wel en andere niet vinden dat deze deel uitmaken van de canon van het Nieuwe Testament. Deze werken waren al in de oudheid bekend en worden vaak toegeschreven aan een apostel of andere eerste-eeuwse christen. Een voorbeeld is "Handelingen van Paulus", dat door de Ethiopisch-orthodoxe Kerk als canoniek wordt erkend.[1]

Boeken waarvan door sommige kerken wordt beweerd dat deze onderdeel uitmaken van het Nieuwe Testament, maar waarvan niet objectief kon worden vastgesteld dat ze in de oudheid bestaan hebben, worden niet tot de apocriefen gerekend. Voorbeelden hiervan zijn het middeleeuwse Evangelie van Barnabas (hoewel de Brief van Barnabas soms zo werd genoemd) en recentere werken die zich beroepen op goddelijke inspiratie, zoals het Boek van Mormon en de boeken van Jakob Lorber.

Tijdens de Canonvorming van het Nieuwe Testament kwam het tot een scheiding tussen canonieke en apocriefe boeken. Zo waren sommige apocriefen in gebruik bij en bewerkt door volgelingen van gnostische leraren, van andere apocriefen werd de authenticiteit betwist en van weer andere geschriften werd beweerd dat zij ketterijen bevatten. Een groot aantal christelijke en filosofische geschriften werd gevonden in 1945 bij Nag Hammadi, de zogenaamde Nag Hammadi-geschriften, waaronder ook gnostiserende apocriefen. [2]

Jeugdevangelies[bewerken]

De canonieke evangelies van Matteüs, Markus, Lukas en Johannes vertellen weinig over de jeugd van Jezus. In deze lacune wordt voorzien door een aantal teksten die zich alleen met deze periode uit het leven van Jezus bezighouden:

Soms wordt ook het Arabische kindheidsevangelie tot de apocriefen van het Nieuwe Testament gerekend, hoewel de ontstaansperiode (6e eeuw), daarvoor al te laat is. Het Libellus de Nativitate Sanctae Mariae en het Latijnse Kindheidsevangelie zijn zeer laat ontstaan, zodat deze zonder twijfel niet meer tot de apocriefen kunnen worden gerekend.

Veel van de kindheidsevangelies blijken te zijn gebaseerd op een combinatie van het Kindheidsevangelie van Thomas en het Proto-evangelie van Jacobus.

Joods-christelijke evangelies[bewerken]

De sekte in de vroege kerk, die een sterke verbondenheid met het jodendom kende en de joodse wetten volgde, gebruikte een geheel eigen verzameling evangeliën:

Omdat zij slechts bewaard zijn gebleven als verspreide logia binnen de kritische commentaren van de groepen die hen destijds bestreden, stellen moderne theologen dat zij wellicht verschillende benamingen zijn voor hetzelfde, hoewel de logia die aan het Evangelie van de Ebionieten worden toegeschreven meer onderscheiden zijn dan de overige. Er is ook gesuggereerd dat het Evangelie van de Hebreeërs een vroege versie van het Griekse Evangelie volgens Matteüs kan zijn geweest.

Gezegdenevangelies[bewerken]

Twee teksten hebben de vorm van een korte verzameling logia—gezegdes en korte gelijkenissen, zonder verhaalstructuur:

Moraalevangelies[bewerken]

Enkele teksten nemen de vorm aan van discussies over moraliteit, in het bijzonder over seksuele onthouding, meestal in de vorm van een discussie tussen Jezus en een of meerdere discipelen.

Passie-evangelies[bewerken]

Een aantal evangelies houdt zich speciaal bezig met de Passie (dat wil zeggen de dood van Jezus en zijn Opstanding):

Hoewel er drie teksten zijn die de naam Bartholomeüs dragen, is het mogelijk dat een van de twee teksten Vragen van Bartholomeüs en Wederopstanding van Jezus Christus in feite het onbekende Evangelie van Bartholomeüs is.

Gnostische teksten[bewerken]

Sommige teksten hebben de vorm van een uiteenzetting van de dualistische cosmologie en gnostische ethiek. Dit neemt vaak de vorm aan van een dialoog waarin Jezus esoterische kennis uiteenzet, terwijl zijn discipelen daar vragen over stellen. Er is ook een tekst, bekend als de Epistula Apostolorum, die uit polemiek bestaat tegen de gnostische esoterica, maar die wel in een soortgelijke stijl geschreven is als de gnostische teksten.

Algemeen gnostische teksten[bewerken]

(ook wel Evangelie van Maria)

Hoewel de brief van Eusegius Jezus niet noemt, denkt men dat deze de basis vormt voor de Sophia Jesu Christi. Hij wordt daarom wel tot de apocriefen gerekend.

Sethiaanse gnostische teksten[bewerken]

De Sethianen waren een gnostische groep die aanvankelijk de bijbelse Seth vereerden als messiaanse figuur, maar later Jezus als een reïncarnatie van Seth gingen beschouwen. Ze produceerden een groot aantal teksten waarin hun esoterische kosmologie wordt uiteengezet, meestal in de vorm van visioenen:

Ritualia[bewerken]

Maria[bewerken]

Verscheidene teksten (meer dan 50) bestaan uit beschrijvingen van de gebeurtenissen rond het lot van Maria (de moeder van Jezus).

Handelingen van de Apostelen[bewerken]

Diverse teksten houden zich bezig met de levens van de apostelen:

Brieven[bewerken]

Er zijn ook niet-canonieke brieven, waaronder enkele die door de vroege kerk zeer hoog gewaardeerd werden:

Visioenen[bewerken]

Verscheidene werken worden omkleed als een visioen, vaak handelend over de toekomst, het leven na de dood of beiden.

Allerlei[bewerken]

Er zijn nog teksten die zich met meer uiteenlopende zaken bezighouden:

Fragmenten[bewerken]

Er zijn ook nog kleine fragmenten van soms onbekende of onzekere teksten.

Enkele van de belangrijkste fragmenten zijn:

Verdwenen werken[bewerken]

Er zijn ook diverse teksten die tot de apocriefen gerekend zouden worden en in vele antieke bronnen worden genoemd, maar waar geen tekst meer van bewaard is gebleven:

Rol van apocriefen van het Nieuwe Testament binnen de Islam[bewerken]

De Koran bevat verscheidene passages die overeenkomsten vertonen met apocriefe geschriften, zoals het Proto-Evangelie van Jacobus in Soera 3:37,44 en het Kindheidsevangelie van Thomas in Soera 3:49. Moslims aanvaarden de canonieke geschriften van de Bijbel niet zonder meer, vanwege de vele conflicten met de Koran; men hecht meer waarde aan apocriefen zoals het laat middeleeuwse Evangelie van Barnabas, warvan een Spaanse en een Italiaanse tekst bekend zijn, waarin in hoofdstuk 44 Mohammed als messias wordt aangekondigd.[3] Dit boek wordt vanwege zijn late ontstaan meestal niet meer bij de apocriefen gerekend.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Ethiopisch-orthodoxe Kerk maakt, in tegenstelling tot de andere kerken van het christendom, geen strikte scheiding tussen canonieke en apocriefe geschriften.
  2. In 2004 kwam een integrale Nederlandse vertaling van alle Nag Hammadigeschriften beschikbaar (auteurs: Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans, uitgeverij Ank-Hermes).
  3. [1] Online tekst en beoordeling vanuit de Islam]