Apollon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het gelijknamige Formule 1-team, zie Apollon (Formule 1).
Apollon met pijl en boog (hier afgebroken) (Ashmolean Museum, Oxford).

Apollon (Oudgrieks: Ἀπόλλων, Apóllôn, of Ἀπέλλων, Apéllôn) was een van de belangrijkste godheden van de Griekse mythologie. Van alle goden was zijn eredienst het wijdst verspreid onder het Griekse volk en genoot het hoogste aanzien. Onder de verlatiniseerde naam Apollo raakte hij bekend in Rome. De oudste afbeeldingen van Christus verraden een verwantschap met de iconografie van Apollo als schone goddelijke jongeling.

Phoibos Apollon wordt hij gewoonlijk door de Griekse dichters genoemd en zij maken zeer dikwijls melding van hem, want hij heeft zulk een overwegende invloed gekregen op het ganse leven, op de Oud-Griekse godsdienst, het staatsbestuur en de gewoonten van de Grieken, dat men hem beschouwen kan als de leidsman van het Griekse volk op de weg van de beschaving en ontwikkeling. Apollon wordt dan ook wel eens als de vertegenwoordiger van rationele schoonheid en orde beschouwd, tegenover Dionysos, die de emotionele roes symboliseert.

Etymologie[bewerken]

Apollon met lier (fresco, nu in Palatijn, Antiquarium in Rome, ca. 50).

De etymologie van de naam « Apollon » is onzeker. Bij de antieke auteurs treffen we echter verschillende volksetymologieën aan. Aldus, brengt Plato de naam in zijn Cratilus in verband met ἀπόλυσις / apólysis, „bevrijding“, met ἀπόλουσις / apólousis, „het afwissen; reiniging“, met ἁπλοῦν / haploũn, „eenvoudig“, waarbij hij in het bijzonder verwijst naar de Thessalische vorm van zijn naam, Ἄπλουν / Áploun, en tenslotte met Ἀει-βάλλων / Aei-bállôn, „de eeuwig werpende“. Plutarchus vermeldt in zijn Moralia (354 f) ook ἁπλοῦν / haploũn, in de betekenis van „enkelvoudig“.

Oorsprong[bewerken]

Terwijl men in de 19e eeuw nog dacht dat Apollon de god van het licht was, die zijn hoogste ontwikkeling vond in de zon, wordt daar tegenwoordig anders over gedacht.

Hoewel hij is uitgegroeid tot de meest Griekse van de goden, lijkt Apollon relatief laat naar Griekenland te zijn gekomen. Hij werd mogelijk aan het eind van de Myceense beschaving (ca. 1200-1100 v.Chr.) naar Griekenland gebracht door de invallende Doriërs, hoewel het ook mogelijk is dat hij afkomstig was uit het Hettitische Klein-Azië. Men is er intussen van overtuigd dat zijn oorsprong in Centraal-Anatolië ligt (zie Hyperborea).[1] Een aanwijzing is dat in de Homerische hymne aan Apollon wordt verhaald hoe de god over Delos naar Delphi kwam. Zijn epitheton Hekatos (vér treffende) kan men in verband brengen met de Carische Hekate. Op Hettitische spijkerschrifttabletten (het zogenaamde verdrag van Alaksandu tussen de Hettieten en Wilusa, wat wel met Troje wordt vereenzelvigd) komt de naam Appaliunas of Apalunas voor, waarschijnlijk nauw verwant met Apollon.[2]

Hij schijnt oorspronkelijk een god van de kudden (Apollon Karneios en Smintheus) geweest te zijn, die niet enkel de patroon was van de herders (Apollon Agreus en Nomios), maar ook van hun vijand, de wolf (Apollon Lykios). Zijn bescherming van het boogschieten (Apollon Hekatos), de geneeskunde (Apollon Paian) en de muziek (Apollon Musagetes) stond waarschijnlijk in verband met zijn functie als herdersgod.

Geboorte[bewerken]

Apollon was de zoon van Zeus en Leto en de tweelingbroeder van Artemis. De gewone naam die bij die van Apollon gevoegd werd was Phoibos, d. i. "de lichte, de heldere, de reine". Toen Leto zwanger was werd zij door Hera, de jaloerse gemalin van zijn vader, lange tijd vervolgd en kon ze nergens een rustplaats vinden om de tijd af te wachten, waarop zij haar kinderen ter wereld zou brengen.

Uit vrees voor Hera durfde geen land haar op te nemen, tot eindelijk het kleine eiland Delos, dat vroeger dreef en eerst Ortygia (het kwarteleiland, ook een epiklese van Artemis) en later Asteria heette, haar een schuilplaats verschafte. Daarvoor werd door Poseidon het eiland op vier zuilen in de bodem van de zee gefundeerd. Op dit eiland, aan de voet van de berg Kynthos, bracht Leto in de schaduw van een palmboom na negen dagen lijden eerst Artemis en vervolgens Apollon ter wereld.

De godin Themis reikte de jonggeborene nektar en ambrozijn, waarop hij terstond tot een schone en krachtige jongeling groeide en uitriep: "de citer zal mij dierbaar zijn en de boog, en aan de mensen zal ik verkondigen de onbedrieglijke wil van Zeus."[3] Heel Delos schitterde bij de geboorte van de god met een glansrijk licht en droeg van die tijd af de naam van Delos, d.i. "het duidelijk zichtbare" eiland terecht; het werd, zoals een dichter het uitdrukt, "het gesternte van de donkere aarde".

Eredienst[bewerken]

Zijn verering schijnt reeds bij de Grieken wortel te hebben geschoten, vóór zij het land binnentrokken, dat zij later zo beroemd hebben gemaakt. Toen delen van het volk zich in verschillende streken vestigden en zich in die streken verschillend ontwikkelden kreeg ook de eredienst van Apollon verschillende vormen. Het begrip dat men zich van de god vormde veranderde bij de verschillende stammen.

De Attisch-Ionische eredienst, die in Athene en bij de Ionische stam inheems was, koos het eiland Delos tot centrum. De Dorische, die de meeste invloed heeft gehad op de voorstelling van Apollon als de nationale god van de Grieken, ging uit van Delphi. Toen door allerlei omstandigheden bij de verdeelde stammen van het Griekse volk meer en meer het bewustzijn ontwaakte, dat alle Grieken van één geslacht waren, smolten die beide richtingen weer samen. Zo vormde zich de eenheid van voorstelling omtrent het wezen van Apollon, die wij bij Homeros en de latere Griekse dichters aantreffen.

Bijnamen en functies[bewerken]

Wegens zijn uitgebreide en veelomvattende werkkring ontstonden er voor Apollon vele namen en epikleses.

Apollon Karneios[bewerken]

Apollon Karneios (een Oud-Grieks woord voor ram) geldt als de god van de schaapskudden onder de Dorische stammen. Volgens de legende stonden de Doriërs eens op het punt om, onder aanvoering van de Herakliden uit Naupaktos, naar de Peloponnesos over te steken toen Hippotes, een van de Heracliden, de ziener Karnos doodde, die een geliefde van Apollon was. Daarna was de pest over het leger gekomen. De ziekte verdween pas nadat Hippotes was verdreven en de woede van Apollon door de instelling van een feest werd verzoend. De Spartanen vierden dit feest, de Karneia genaamd, ter herinnering aan de hulp hun door de god bewezen, toen hij hen naar de Peloponnesos geleidde.

Apollon Smintheus[bewerken]

Apollon heeft ook zelf runderen, die weiden in Pierië aan de voet van de Olympos. Ook de velden en de veldvruchten staan onder zijn bescherming. Hij weert de vernielende veldmuizen af (als zodanig heet hij Smintheus) en de zwermen van de sprinkhanen, die de hoop van de landman verijdelen.

Zo is hij in menig opzicht een zegenaanbrengende god, maar voor zijn toorn moet men zich wachten. Zijn boog en zijn pijlen zijn vreselijke wapens. Evenzeer als hij leven geeft, zo is hij ook een god van de dood. Hij is het, die door zijn zachte pijlen een onverwachte dood toezendt bij een gezond lichaam en in de dagen van de jeugd. Hij doodt aldus de mannen, zijn zuster Artemis de vrouwen.

Apollon Agreus[bewerken]

Hij hield zich ook veel bezig met de jacht, die hij gewoonlijk tezamen met zijn zuster Artemis uitoefende. Uit de hoorns van wilde geiten, die Artemis op de Kynthos gedood had bouwde hij zich zijn eerste altaar. Beiden geven de jagers geluk op hun jacht, maar beiden beschermen ook het wild. Zij voeden en kweken het, zodat alle leven op de bergen, in de bossen en over de velden zich in hun bijzondere zorg mag verheugen. Als jager heeft Apollon de bijnaam van Agreus.

Apollon Nomios[bewerken]

Met het jagersleven is het herdersleven nauw verbonden en zo schept Apollon als Nomios dan ook groot behagen in het groeien en vermeerderen van de kudden. Hij vertoeft graag op de weiden; zelf diende hij als herder bij Laomedon en bij Admetos. Heerlijk groeiden de kudden onder zijn hoede.

Apollon Lykios[bewerken]

Apollon Lykios (Romeinse kopie van een 4e-eeuws Grieks origineel, Louvre).

Nog enige oudere vormen van de eredienst van Apollon mogen hier niet onvermeld blijven. Vooreerst die, welke berustte op zijn bijnaam van Apollon Lykios. Deze is de oude licht- en zonnegod, die in vele steden van het Europese Griekenland, maar vooral op de kusten van Klein-Azië werd vereerd. Het Klein-Aziatische landschap Lycië droeg waarschijnlijk naar hem zijn naam. Ook op het eiland Kreta, waar de dienst van Apollon reeds sinds oeroude tijden wortel had geschoten, was deze dienst inheems. Hetzij door een verkeerde uitlegging van de naam, hetzij omdat de verscheurende wolf het symbool is van de verzengende hitte van de zonnestralen, was aan deze Apollon Lykios de wolf geheiligd. Apollon was aanvankelijk een hond of een bewaker met een wolvengezicht van Artemis van Efeze (zie ook Relatie met Artemis). In Athene was, als symbool van Apollon Lykios, voor de gerechtshoven een wolf geplaatst, in de hoop dat de god zijn licht zou laten schijnen in de duisternis van de rechtszaken.

Apollon Hekatos[bewerken]

Als boogschutter heette hij gewoonlijk Hekatos, Hekatebolos of Hekabolos (vertreffende) of de door zijn boog beroemde, of de god met de zilveren boog, die hij van Hephaistos had gekregen. Zijn pijlen misten nooit, hij strafte daarmee de overmoedigen, onder andere Niobe en haar kinderen, het leger van de Grieken voor Troje, de Cyclopen, Eurytos, Otos en Ephialtes en de Giganten, die hij met zijn vader bestreed.

Apollon Pythios[bewerken]

Reeds kort na zijne geboorte doodde Apollon door zijn pijlen de draak Python, die het heiligdom Pytho nabij de berg Parnassus onveilig maakte. Door deze overwinning kreeg Apollon de bijnaam Pythios (Pythische). Hij zou van dit heiligdom het zijne maken, dat bekend werd als orakel van Delphi. Hij werd op de Pythische Spelen onder deze naam vereerd.

Apollon Paian[bewerken]

De god die slaat, heelt ook; hij toont zich ook een hulpvaardig geneesheer, doet de wonden genezen of wendt het gevaar van de smekelingen af, die hem onder de naam van Paian (Paean) plechtig aanriepen, zodra besmettelijke ziekten of pest het land dreigden te verwoesten, en hem als zodanig lofliederen zongen, wanneer zij geweken waren.

Zijn zoon Asklepios was een personificatie van deze trek in zijn wezen. Wegens het tot staan brengen van de pest tijdens de Peloponnesische Oorlog noemden de Atheners hem Alexikakos.

Apollon is niet alleen een helper bij ziekten van het lichaam, nog schoner komt zijn heerlijkheid uit als arts van de ziel. Als de mens, wiens gemoed door hartstocht beneveld was, tot boze daden is vervallen en hij daardoor zijn gemoedsrust heeft verloren, dan biedt Apollon, die de god is van al wat rein is en licht, wie al wat duister en boos is tegenstaat, hem het middel van verzoening en reiniging aan, waardoor hij van de druk, die hem bezwaart, kan ontheven worden.

God van de verzoening[bewerken]

Vooral de misdaad van moord verzoent hij, zoals dit in de mythe van Orestes duidelijk uitkomt. De oude wet, die geen ander voorschrift kende dan oog om oog, tand om tand en bloed om bloed (ius talionis), werd door hem verzacht en tevens de moord, die oudtijds niet als misdaad gold gebrandmerkt als een overtreding van de heilige wetten van Zeus. Zichzelf sloot hij niet uit van de verzoenende straf, die na het plegen van de misdaad onvermijdelijk nodig was om gereinigd te worden. Nadat hij de draak Python, symbool van vrouwelijke scheppingsenergie en heerschappij onder de Amazonen, had omgebracht ofwel de Kyklopen uit wraak over de moord op zijn zoon Asklepios gepleegd, gedood had, diende hij geruime tijd als herder bij Admetos; toen liet hij zich reinigen in de laurierbossen van het aan de voet van de Olympos gelegen dal Tempe en kwam daarna als een ware Phoibos Apollon, als een reine, zuivere god met de in Tempe geplukte lauriertak als teken van zijn reiniging in de hand naar Delphi, om daar het orakel in bezit te nemen en de bevelen en voorschriften van Zeus, die de hoogste god van de verzoening is, te verkondigen en uit te voeren.

De verzoenende kracht van Apollon werd niet alleen ondervonden door enkele personen. Ook een schare van mensen, die op de een of andere wijze met elkaar verenigd en verbonden waren, ja ganse steden en staten lieten zich door Apollon reinigen na een zware pestziekte of een hevige burgertwist. Een voorbeeld van zulk een reiniging geeft ons Homeros in de reiniging van het Griekse leger na de pestziekte, waardoor het ten gevolge van Agamemnons overmoed getroffen was. Zelfs zonder voorafgaande buitengewone misdaden of ongelukken had het Griekse volk behoefte om zich nu en dan op gezette tijden te reinigen, zich met de reine god te verzoenen, zich van de last van de zonde te bevrijden. Vandaar, dat van oudsher jaarlijks zulke reinigingsfeesten gevierd werden, meestal in de lente: zo de Daphnephoriën in Tempe en Boeotië, de Thargeliën te Athene. Delos, dat bij uitstek aan deze god geheiligd was, onderging meermaals een reiniging, om hem waardig te blijven.

Bij die reinigingen speelde de laurier een grote rol. Deze boom was bij uitnemendheid aan Apollon geheiligd, zozeer zelfs, dat men haar Griekse naam Daphne in die van een door de god beminde maagd herschiep.

God van de voorspelling[bewerken]

De belangrijkste eigenschap van Apollon openbaart zich in zijn gave van de voorspelling.

Het Didymaion te Didyma

"Ik zal de onbedrieglijke wil van Zeus verkondigen", zo had hij bij zijn geboorte gesproken, en toen het monster Python onder zijn pijlen was bezweken, stichtte hij de heilige, door de gehele oudheid beroemde tempel te Delphi, en nam er het oude orakel van Gaia (de Aarde) in bezit. Onder alle Griekse orakels is dit steeds het voornaamste geweest en eeuwenlang heeft het op de gang van zaken in heel Griekenland en daarbuiten een sterke invloed uitgeoefend. Apollon gaf er zijn geheimzinnige orakelspreuken uit naam van Zeus, want van deze god komt alle kracht van de profetie. In de tempel te Delphi was een priesteres, de Pythia genaamd, die, op een gouden drievoet zittend, in vlagen van geestverrukking de godspraak verkondigde. Maar de menselijke geest is niet altijd in staat om de uitspraken van de godheid te vatten; daarom kreeg Apollon soms de bijnaam Loxias, 'de geheimzinnige'. Apollon is de god van alle waarzegging in het algemeen en de waarzeggers, die zich in de oudheid een grote naam hebben verworven, worden als zijn zonen of zijn vrienden genoemd. Hij is de god van de orakels waar door een uitspraak van de in geestverrukking verkerende priesters of priesteressen antwoord gegeven werd op gestelde vragen (dus niet door tekenen of dromen). Dat zijn de orakels van Delphi, van Boeotië en de beroemde orakels te Clarus nabij Kolophon en dat van Didyma te Milete, beide in Klein-Azië. Ook het orakel in Abea in Phokis schijnt belangrijk genoeg te zijn geweest om te worden geraadpleegd door Croesus (Herodotus, I 46.).

Andere soorten van orakels waren niet van zijn bescherming uitgesloten, zij bestonden zelfs op sommige van de genoemde plaatsen naast de orakels, die door een in woorden vervatte uitspraak de wil van Zeus verkondigden.

Apollon Archigetes[bewerken]

Omdat ten gevolge van die uitspraken van het Delphische orakel zeer dikwijls de stichting van steden of de uitzending van koloniën werd ondernomen, werd hij ook vereerd als Apollon Archigetes (leider van de kolonisten).

Zo zou Apollon Kretenzische of Arcadische kolonisten geholpen hebben de stad Troje te stichten, wat zijn pro-Trojaanse houding in de Ilias verklaart. Het zou ook Apollon zelf zijn geweest, die de Doriërs op hun tocht door Griekenland naar Lakedaimon, Messene en andere steden van de Peloponnesos geleidde; tal van steden, over de ganse wereld verspreid, beschouwde hem als haar eigenlijke stichter en noemde zich naar hem Apollonia.

God van de stad[bewerken]

In de steden zelf baande hij de wegen en straten. Vandaar zijn bijnaam Aguieus. Voor iedere woning stond een vierhoekig steenblok, hem gewijd, en waar de geringe breedte van de straat die plaatsing niet gedoogde, schilderde men het op de muur. Als beschermer van de markten droeg hij de bijnaam van Agoraios. Met Laomedon bouwde hij de muren van Troje, met Alkathoös die van Megara.

God van de muziek[bewerken]

Met de gave van de profetie verbond Apollon die van de muziek. De muziek, die aan Apollon geheiligd was, had een reine, stillende, rust aanbrengende kracht; zij bracht de hartstochten tot kalmte, zij deed de smart en de onrust bedaren en gaf verademing aan het benarde gemoed. Zo staat zij tegenover de woeste, opwindende muziek, die aan de Dionysosfeesten eigen was. Bij deze was het gewone instrument de fluit, bij die van Apollon de citer (de kithara), welke hij van Hermes gekregen had in ruil voor de kudden hem door deze god ontstolen. Oorspronkelijk was alleen de muziek onder de hoede van Apollon geplaatst; gezang en dichtkunst behoorden tot het gebied van de Muzen, maar toen èn gezang èn dichtkunst zich meer begonnen te verheffen en te ontwikkelen, toen citerspel en gezang zich met elkaar verbonden, toen werd ook Apollon in nauwe betrekking tot de Muzen gebracht en òf hun vader òf hun aanvoerder (Musagetes) genoemd. Hij zou de Muzen namelijk op de berg Helikon hebben overtuigd niet langer dol te dansen, maar in statige danspassen, naar zijn aanwijzingen, te dansen.

En wanneer hij met zijn gouden lier in de arm, te midden van de goden op de Olympos verschijnt, staan alle goden en godinnen op en buigen eerbiedig het hoofd; want ook zij eren de verheven god van het licht, die al hun geheimste gedachten kent, en ook zij schuwen zijn wrekende hand.

Ook anderen gaf hij onderricht in het gezang of in het citerspel. Beroemde toonkunstenaars en dichters zoals Orpheus en Linos worden zijn zonen genoemd. Niemand overtreft hem in bevalligheid van voordracht. Wie het waagt, hetzij mens of god, zich met hem te meten, moet voor hem onderdoen en soms zijn overmoed zwaar boeten (zie Marsyas, Midas, Pan). Orde en regelmaat in het leven, maar geen doodse somberheid, geen verstikken van alle levensvreugde en elk levensgenot, ziedaar wat de heilige en reine god wil. En juist daardoor heeft hij op de geest van het Griekse volk de heilzaamste invloed uitgeoefend. Zelf een jeugdige god, vol van de hoogste levenskracht heeft hij bij de Grieken het bewustzijn van hun levenskracht en hun uitnemende begaafdheid ontwikkeld en hen tot doen, tot handelen aangedreven, hun echte geestdrift ingeboezemd, die boven het aardse verheft, maar daarnaast gematigdheid, orde en regelmaat gepredikt door het opschrift van zijn Delphische tempel: "Ken uzelf" en "Niets in overmaat". Dit waren ook de idealen van de polis. Even als hij zelf de machten van de duisternis bestreden en overwonnen heeft (de draak Python), zo eiste hij van de mens strijd tegen de hartstochten; evenals hij streng tegen zichzelf geweest is, zo eist hij, dat de mens hem ook hierin volge, als een onmisbare voorwaarde om datgene te bereiken, wat in hem te aanschouwen is: de harmonische ontwikkeling van lichaam en geest.

Apollon Amyklaios[bewerken]

De eredienst van Apollon Amyklaios had vooral in de Laconische stad Amyklai haar zetel. Deze was reeds bij de eerste bewoners van Laconië in zwang geweest, ging vervolgens op de Achaeërs over en daarna op de Doriërs.

Deze dienst stond in verband met de dood van Hyakinthos, ter wiens ere in de heetste zomertijd, in de hondsdagen, door de Spartanen te Amyklai de Hyakinthiën werden gevierd. Hyakinthos, een zoon van Amyklas, was een geliefde van Apollon, maar hij werd door deze per ongeluk bij het spel met de discus (werpschijf) gedood (ofwel door het lot, ofwel door de afgewezen minnaar Zephyros). Zijn graf bevond zich onder het altaar en het beeld van de god. De eerste dag van de Hyakinthiën was een treurfeest ter herinnering aan de treurige dood van Hyakinthos, maar de tweede dag een vrolijk feest waarop herdacht werd, hoe hij door Apollon ten hemel was gevoerd en dus door de dood een nieuw, een heerlijker leven was ingegaan.

Apollon Delphinios[bewerken]

Apollon Delphinios is de leidsman over zee. Evenals hij als Agyieus (cf. supra) de straten en wegen veilig maakt, zo effent hij als Delphinios de paden van de zee in de lente, het begin van het jaargetijde van het licht. De donkere wolken breekt hij door de kracht van zijn licht en hij zendt de dolfijnen als vriendelijke begeleiders tot de stervelingen, die de zee bevaren, om hun voorspoed te verkondigen. Aan zeekusten werd hij in hoge mate vereerd; zeer vele van de schoonste tempels van Apollon waren in de nabijheid van de zee gelegen.

Phoibos Apollon[bewerken]

Vanaf ca. 410-400 v.Chr. ontstond de filosofische gedachte van Apollon als god van de zon, die men als Phoibos beduidde.[4] Deze bijnaam zou hij ook hebben ontleend aan zijn grootmoeder Phoibe en de betekenis van "profeet" hebben gehad.[5] Ten tijde van Homeros was deze functie echter weggelegd voor de godheid Helios, die later zou opgaan in Apollon onder de naam Apollon Helios. Desondanks bleven Apollon en Helios in mythologische en mythologische teksten aparte godheden.[6]

Relatie met goden en mensen[bewerken]

Een mozaïek uit de 4e eeuw te Paphos
Artemis Bendis, Apollon, Hermes en een jonge krijger (Apulische roodfigurige buikvormige krater, ca. 380–370 v.Chr., Louvre).

Er bestonden ook nog sagen, volgens welke Apollon in nauwe betrekking stond tot de in het verre Noorden wonende Hyperboraiërs, ja, dat zijn dienst van daar over Griekenland zou verspreid zijn. Die sagen zijn misschien deels ontstaan door de berichten, welke reizigers meebrachten omtrent de heldere nachten van het Noorden of omtrent de eredienst van de zon, daar inheems. Men dacht zich althans daar een zonnig, warm en vruchtbaar land, bewoond door een rechtvaardig volk, waarbij Apollon graag vertoeft om hun offers en feestliederen aan te nemen. Door zwanen gedragen kwam de god van daar naar Delphi in het midden van de zomertijd en bracht dan de volle, rijpe aren als geschenk mede. Zo kwam men tot de bewering, dat Apollon zijn tijd tussen de Hyperboraiers en de Grieken verdeelde, de winter in het Noorden doorbracht - want dan moest het licht maar al te spoedig in de strijd met de duisternis onderdoen, en de zonnestralen gaven geen koesterende warmte meer -, maar 's zomers tot de Grieken terugkeerde.

Elders wist men te gewagen van een andere verdeling van het jaar met betrekking tot Apollon. Zo geloofde men op Delos, dat Apollon zich 's winters in Lycië ophield en daar voorspellingen gaf, maar 's zomers naar Delos terugkeerde. Ook werd in Delphi, toen naderhand de dienst van Dionysos en die van Apollon niet meer vijandig tegenover elkaar stonden, maar zelfs punten van aanknoping en verwantschap vonden, het jaar zó verdeeld, dat aan Apollon de zomermaanden en aan Dionysos die van den winter werden toegewezen.

Relatie met Artemis[bewerken]

Zo veranderden in de loop van de eeuwen de verschillende begrippen en voorstellingen omtrent het wezen van de god. Een voorbeeld daarvan is nog de nauwe band, die er tussen hem en zijn zuster Artemis bestond. Toen beiden nog geheel en al natuurgoden waren, hij van de zon, zij van de maan, was er van die nauwe betrekking geen sprake.

Apollon was aanvankelijk een hond of een bewaker met een wolvengezicht (cf. Apollon Lykios) van Artemis van Efeze. Mettertijd kreeg hij veel van haar attributen op zichzelf geprojecteerd en werd Artemis als zijn zuster beschouwd. Hij werd daarna de god van de poëzie, de muziek, magie, therapie en profetie. De priesters van de Apollondienst bij het orakel in Delphi wisten door hun uitgevaardigde profetieën stilaan te bewerken dat meer en meer nadruk kwam op Apollon en het Apollinische aspect in de samenleving. (bijvoorbeeld kreeg Orestes de raad zijn moeder te doden). Dit zou mettertijd er mee hebben toe bijgedragen dat de aanvankelijk matriarchale cultuur stilaan in een patriarchale werd omgezet. Steeds nieuwe patriarchaal geïnspireerde wetten en principes raakten algemeen van toepassing onder het 'stempel' van de voorbeeldige Apollon.

Amoureuze relaties en kinderen[bewerken]

Apollon had, als een knappe jonge god, vele liefdesavontuurtjes met zowel nimfen als sterfelijke vrouwen. Eens had hij liefde opgevat voor Daphne, de dochter van de riviergod Peneus, die echter niets voor hem voelde. Terwijl zij op de vlucht was om aan zijn avances te ontsnappen, vroeg zij haar vader om haar van gedaante te doen veranderen om van hem af te komen. En zo geschiedde. De nimf veranderde in een laurierboom, die voortaan gewijd werd aan Apollo.

Hij verwekte de heros Ion, stamvader van de Ioniërs, bij Creüsa, dochter van de Attische koning Erechtheus, die hij had verleid. De heros Asklepios was zijn zoon uit zijn relatie met de Thessalische Koronis. Hij stichtte ook de stad Kyrene, nadat hij de atletische nimf Kyrene, op wie hij verliefd was, had ontvoerd naar die plek in Libië waar deze stad zou worden gesticht. Met haar zou hij een zoon hebben, Aristaios genaamd.

Behalve zijn avonturen met vrouwen hield de god er ook relaties met mooie mannen op na waarvan de meest bekende die met Hyakinthos en Kyparissos zijn. Toen ze tot grote droefheid van Apollon stierven, veranderde hij de eerstgenoemde in een bloem (gelijkend op onze hyacint), de tweede in een boom, de cipres.

Zijn minst succesvolle avontuurtje was met de Trojaanse prinses Cassandra, die eerst instemde met hem het bed te delen in ruil voor de gave van de toekomstvoorspelling, maar zodra Apollon haar wens had vervuld, weigerde haar belofte na te komen. Omdat Apollon een verleende gave niet meer ongedaan kon maken, voegde hij als straf aan haar gave de beperking toe dat niemand haar voorspellingen zou geloven.

In de beeldende kunst[bewerken]

De Apollon van Belvedère (Romeinse kopie van een Grieks origineel van ca. 330–320 v.Chr., Vaticaans Museum).

Apollon wordt gewoonlijk voorgesteld als een jeugdige god, lang, sterk en knap, met majestueuze, opgeruimde blik en het hoofd bedekt met rijk golvende, blonde lokken. De oudere kunst gaf hem het uiterlijk van een man van rijpe leeftijd, met krachtige lichaamsbouw en strenge gelaatstrekken, maar baardeloos; de latere Griekse kunst stelde hem meestal voor als een jongeman.

Het beroemdste beeld van Apollo, dat tot op onze tijd is bewaard gebleven, is de Apollo van Belvedère, die in het jaar 1503 bij Antium aan de kust van Midden-Italië, het tegenwoordige Nettuno werd opgegraven. Onzeker is het of de kunstenaar de god heeft willen afbeelden met een boog in de linkerhand, dan wel met de aigis en in het midden daarvan de Medusakop.

Attributen[bewerken]

Van de bomen was, zoals we zagen de laurier hem boven alle geheiligd; van de dieren: de wolf, de hinde, de zwaan, de dolfijn, de raaf, de kraai en de slang(geneeskunde). Zijn gewone attributen zijn boog en pijlen, een lauwerkrans, de citer en de lier.

Zijn voornaamste tempels waren de reeds genoemde te Delphi, op Delos, verder te Amyklai en te Klaros nabij Kolophon.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. R.S.P. Beekes, The Origin of Apollo, in JANER 3 (2003), pp. 1–21.
  2. Merk op dat Apollon in de Ilias ook als beschermgod van Troje wordt genoemd (zie ook C. Watkins, How to Kill a Dragon: Aspects of Indo- European Poetics, New York, 1995, p. 149.).
  3. Homerische hymne aan Apollon 131-132.
  4. Heraclitus, fr. 860, Timotheus, fr. 800.
  5. Aeschylus, Eumenides 1.
  6. Voor de iconografie van het zogenaamde "Alexander-Helios"-type, zie H. Hoffmann, Helios, in Journal of the American Research Center in Egypt 2 (1963), pp. 117–123.

Referenties[bewerken]

Verder lezen[bewerken]

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
Uranus
 
 
 
Gaea
 
 
 
Pontus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hyperion
 
Theia
 
Kríos
 
Eurybia
 
Okeanos
 
Tethys
 
Koios
 
Phoibe
 
Kronos
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Helios
 
Selene
 
Eos
 
Astraeus
 
Pallas
 
Styx
 
Perses
 
Asteria
 
Leto
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nikè
 
Bia
 
Kratos
 
Zelus
 
Hekate
 
Artemis
 
Apollon

Externe links[bewerken]