Appel (Holocaust)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gevangenen en SS'ers op de Appelplaats van concentratiekamp Dachau

Het appel (Duits: Appell) was een handeling die tijdens de Tweede Wereldoorlog dagelijks plaatsvond in de concentratiekampen.

Doel[bewerken]

Het appel had verschillende doeleinden. Dankzij getuigenissen van overlevenden bestaat er tegenwoordig een zeer goed beeld van het dagelijkse appel. Sommigen hebben honderden keren het appel meegemaakt. In de meeste kampen waren er verschillende malen per dag appels.

Administratief[bewerken]

Dagelijks werden alle personen geteld in het kamp. Hiervoor werden alle gevangenen uit hun barakken gehaald en opgesteld in rijen. Bijna alle architecten van de kampen hadden in een speciale appelplaats (Appelplatz) voorzien, die was bedoeld voor de vaak duizenden gevangenen. Dit plein was vaak goed verlicht en lag centraal in het kamp. Het appel werd afgenomen terwijl de gevangenen moesten staan, de minste beweging kon de laatste zijn.

De commandant gaf dan het bevel, en iedereen moest blijven staan zolang er geen ander bevel werd gegeven. Ook de doden werden naar de Appelplatz gebracht, en netjes tussen de rest gelegd. De Duitsers namen voor deze handeling alle tijd, en de gevangenen moesten onbeweeglijk blijven staan. Als iemand in de barakken achterbleef, werd iedereen gestraft. Er werd geen rekening gehouden met klimatologische omstandigheden. Indien iemand vermist werd, werd er onmiddellijk straf-appel gehouden. Als de vermiste alsnog opdaagde was dit vaak om te horen dat hij werd geëxecuteerd, of een lijfstraf kreeg. Hiervoor werd een bon uitgeschreven.

Disciplinair[bewerken]

Tijdens het appel konden terechtstellingen worden uitgevoerd die als voorbeeld dienden voor anderen. Mensen konden publiek vernederd worden en vaak werden ze mishandeld of zelfs geëxecuteerd. Represailles van de kampautoriteiten hadden de bedoeling de gevangenen te ontmoedigen en hun waardigheid af te nemen. Vaak werden de straffen zo brutaal uitgevoerd dat de dood snel kwam. Anderen waren machteloos en konden enkel toekijken naar wat zich voor hun ogen afspeelde.

Vernederingen[bewerken]

Soms werden gewoon voor het vermaak van de bewakers appels georganiseerd, midden in de nacht of in bittere koude. Vaak werd het uithoudingsvermogen van de verzwakte gevangenen op de proef gesteld. Iedereen die het bewustzijn verloor werd uit de rangen gesleept en vaak doodgeslagen of -geschoten. Dit tot vermaak van de bewakers. Deze handelingen gebeurden naar willekeur, en betekenden voor veel zwakkeren het einde van hun leven.

Selectie[bewerken]

Op andere momenten werden tijdens het appel selecties uitgevoerd door de artsen, die op zicht de zwakken eruit haalden en naar de gaskamers stuurden. Vele gevangenen probeerden zich te verfrissen en zo de selectie te ontlopen. Deze selecties gebeurden met duizenden tegelijk om plaats te maken voor nieuwe gevangenen.

Na het appel[bewerken]

Na het appel werden de overlevenden vaak terug naar hun barak gestuurd. De anderen gingen naar de gaskamers en de doden werden gecremeerd. In de winter kwamen ze compleet verzwakt aan, en velen overleefden ternauwernood deze dagelijkse gruwel. Men besefte dat het volgende appel het laatste kon zijn.