April

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
mrt april mei
<< 1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 >>

April (ook wel: grasmaand, paasmaand, eiermaand) is de vierde maand van het jaar in de Gregoriaanse kalender, en heeft 30 dagen. In de oud-Romeinse kalender was het de tweede maand. De naam komt van het Latijnse woord aperire hetgeen openen betekent. Waarschijnlijk refereert het aan de groei van de planten en bloemen in de lente. Een andere theorie stelt dat de naam is afgeleid van een woord dat 'tweede' betekent, of van Aperta, een bijnaam van Apollon.

Inhoud

[bewerken] Trivia

  • Oudnederlandse/puristische naam: grasmaand, kiemmaand of paasmaand
  • Romeinse naam: Aprilis
  • Joodse naam: Ijar
  • De dierenriemtekens van april zijn Ram en Stier.
  • April begint op dezelfde dag van de week als januari in schrikkeljaren, en als juli in alle jaren.
  • April is dé maand van de vier seizoenen bij uitstek. Zeker in het begin zijn vorst en sneeuw nog perfect mogelijk, terwijl in de tweede helft al temperaturen tot meer dan 25°C mogelijk zijn.
  • April is een muziekalbum uit 2009 van de Nederlandse band BLØF.

[bewerken] Weerspreuken

Bij deze maand horen de volgende weerspreuken:

  • April doet wat hij wil.
  • April veel regen, brengt rijke zegen.[1]
  • April koud en mei warm, geen boer wordt er arm.
  • Zelfs aprilletje zoet heeft nog wel eens een witte hoed.
  • Sneeuwt april nog op onze hoed, is voor druiven en koren goed.
  • Verschaft april mooie dagen, dan pleegt de mei de last te dragen.
  • April koud en nat, vult schuur en vat.
  • De vrouwen en de aprillen, hebben beiden hun grillen.
  • De heren en de aprillen, bedriegen die zij willen.
  • Wil april niet vertrouwen, hij is en blijft de ouwe. Nu lacht hij vals met zonnegloren en gooit dan weer met hagelstenen om je oren.

[bewerken] Weerstatistieken maand april in Nederland

Gemiddelden

Langjarige gemiddelden in het tijdvak 1971-2000.

De Bilt Eelde Rotterdam Maastricht
Gemiddelde temperatuur in graden Celsius 8,3 7,5 8,3 8,4
Gemiddelde minimum temperatuur in graden Celsius 3,5 2,7 3,7 4,0
Gemiddelde maximum temperatuur in graden Celsius 12,9 12,2 12,5 13,0
Dagen met max temperatuur > 20 C 2 2 2 2
Gemiddelde relatieve vochtigheid in procenten 76 81 80 76
Gemiddelde neerslagduur in procenten van de tijd 6 6 6 6
Gemiddelde neerslaghoeveelheid in mm 44,5 44,1 41,2 46,0
Bron: KNMI[2]

Extremen

Hieronder volgen ranglijsten voor de hoogste en laagste gemiddelde temperatuur, de grootste en laagste neerslagsom en het grootste en laagste aantal uren zonneschijn, zoals gemeten op het KNMI-station in De Bilt tussen 1901 en 2009.

# Hoogste gemiddelde temperatuur in °C Grootste neerslagsom in mm Grootste aantal uren zonneschijn #
1. 2007 13,1 1965 107,8 2007 284,2 1.
2. 2009 12,2 1998 97,5 1942 258,8 2.
3. 1993 11,1 1909 93,3 1912 238,3 3.
4. 1987 10,7 1935 92,8 1974 228,9 4.
5. 1952 10,6 1970 92,1 1976 228,7 5.
6. 1943 10,5 1920 89,1 2003 228,4 6.
7. 2005 10,4 2001 87,4 2009 226,5 7.
8. 2004 10,4 1983 85,0 1906 225,6 8.
9. 1961 10,4 1932 85,0 1954 224,3 9.
10. 1949 10,4 1927 82,6 1952 221,4 10.
# Laagste gemiddelde

temperatuur in °C

Kleinste neerslagsom in mm Kleinste aantal uren zonneschijn #
1. 1917 4,6 2007 0,3 1937 41,2 1.
2. 1929 5,5 1996 8,1 1998 91,2 2.
3. 1903 5,6 1976 9,8 1918 93,5 3.
4. 1956 5,9 1974 10,0 1935 95,5 4.
5. 1973 6,1 1984 11,0 1970 96,2 5.
6. 1970 6,1 1988 12,7 1966 96,9 6.
7. 1922 6,1 1942 13,8 1975 98,2 7.
8. 1908 6,1 1954 15,5 1932 102,5 8.
9. 1986 6,2 1981 16,1 1989 106,3 9.
10. 1936 6,2 1946 16,6 1903 109,1 10.
Bron: KNMI[3]
RomanW-01.png
Wiktfavicon en.svg Zoek april op in het WikiWoordenboek.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Nijkamp J., Rook R., Slijper H. en Zweers K. (1976). De 12 maanden van het jaar. Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.
  2. KNMI, Langjarige gemiddelden 1971-2000
  3. KNMI, Maandextremen temperatuur, zonneschijn en neerslag (De Bilt)
Persoonlijke instellingen
in andere talen