Aranyosszék

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aranyos Seat”, 1769-73

Aranyosszék (Latijn: Sedes Aurata); (Roemeens: Scaunul Arieşului) was een autonoom Hongaars gebied in Transylvanie bewoond door de Szeklers die leefden in de vallei van de rivier de Arieş (Hongaars: Aranyos).

De vrije Székely-Hongaren kregen een deel van de landerijen die behoorden tot de koning van Hongarije rond het oude Turda kasteel (nu een ruïne, in de omgeving van Moldovenești), als dank voor hun hulp in de strijd tegen de Tataren. Rond het jaar 1270 settelden de Széklers zich in 21 dorpen in het gebied. Het is hiermee het jongste Székely territorium (het Székelyföld werd eerder bevolkt).

Het centrum van de Aranyosszék was een kleine marktstad (oppidum), Felvinc, nu Unirea in het district Alba.

Aan het eind van de negentiende eeuw werd het administratieve systeem van het Koninkrijk Hongarije gewijzigd en werd Aranyosszék onderdeel van het comitaat Torda-Aranyos.

Vandaag de dag is het gebied onderdeel van de disctricten Alba en Cluj in Roemenie.

Călărași (Cluj) (Hongaars: Harasztos) heeft naast Moldovenești (Hongaars: Várfalva) vandaag de dag nog een Hongaarse meerderheid.

Gemeenten[bewerken]

Bevolking[bewerken]

De bevolking van Aranyosszék heeft een multi-etnisch karakter. De Hongaren waren na hun komst naar het gebied eeuwenlang in de meerderheid. Vanaf het verdrag van Trianon in 1920 en vooral in de Tweede Wereldoorlog zijn veel Hongaren vertrokken uit het gebied.

In 2002 woonden volgens de volkstelling in de vier gemeenten in totaal 17.486 inwoners. Hiervan waren er 4.187 of 24% Hongaars en 11.422 Roemeens. Moldovenesti was de enige gemeente waar de Hongaren de meerderheid vormden (58% Hongaren).

In 1910 woonden er volgens de volkstelling in de vier gemeenten in totaal 19.261 inwoners. Hiervan waren er 10.431 Hongaars (54%) en 8.455 Roemeens. Unirea was toen de enige gemeente waar de Roemenen de meerderheid vormden (70% Roemenen).