Arbeidsinkomensquote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder De arbeidsinkomensquote (=AIQ) verstaat men het deel (of het percentage) van het nationaal inkomen dat dient als beloning voor de verschaffing van de productiefactor arbeid.

Berekening[bewerken]

Als beloning voor arbeid wordt hier niet alleen het totaal van de loonsom beschouwd, maar ook een deel van de winstsom. Voor de zelfstandige ondernemer is winst enerzijds een beloning voor in het bedrijf verrichte werkzaamheden en anderzijds een beloning voor het genomen ondernemersrisico. Het eerste winstaspect wordt toegerekend loon zelfstandigen genoemd en wordt macro-economisch gelijkgesteld aan het gemiddelde looninkomen. Het tweede aspect wordt dan beschouwd als feitelijke winst (en in de macroeconomische theorie beschouwd als overwinst).

Arbeidsinkomenquote is dan [(loonsom + totaal toegerekend loon zelfstandigen) / nationaal inkomen] x 100%.

Zou men het toegerekend loon zelfstandigen niet meetellen en alleen de loonsom als percentage van het nationale inkomen uitdrukken dan krijgt men de loonquote.

Loonquote is dan (loonsom / nationaal inkomen) x 100%.

Ook in de Staat van Middelen en Bestedingen, een jaarlijkse publicatie van het Centraal Planbureau, geeft de arbeidsinkomensquote aan welk deel van het inkomen toekomt aan de productiefactor arbeid. Zij wordt daar als volgt berekend: (de beloning van werknemers plus de toegerekende beloning voor zelfstandigen en meewerkende gezinsleden / beloning van werknemers en netto exploitatieoverschot/gemengd inkomen) x 100%.

Betekenis van de AIQ[bewerken]

Er bestaat een macro-economisch verband tussen de hoogte van de AIQ en van de investeringen en daarmee met de werkgelegenheid. Bij een hoge AIQ zal de winstquote juist laag zijn en zullen bedrijven minder geneigd zijn aan uitbreidingsinvesteringen te doen. Dit betekent een beperking van de groei van de werkgelegenheid. Bovendien zal een hoge AIQ een stimulans kunnen zijn tot het doen van vervroegde vervangingsinvesteringen in de diepte. Dit betekent een afname van de werkgelegenheid, uitstoot van arbeid en toename van de structurele werkloosheid.

Een erg lage AIQ geeft aan dat bedrijven slechts een klein deel van de toegevoegde waarde aan de productiefactor arbeid uitgeven. Dit kan betekenen dat de productie kapitaalintensief is.