Beervlinders
| Beervlinders | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Sint-jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) |
|||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Onderfamilie | |||||||||||
| Arctiinae Leach, 1815 |
|||||||||||
| Beervlinders op |
|||||||||||
|
|||||||||||
De beervlinders (Arctiinae) zijn een onderfamilie van de spinneruilen (Erebidae), een familie van vlinders. De onderfamilie kent 8000 tot 11.000 soorten.
Sommige soorten produceren gifstoffen en worden hierom door andere dieren niet gegeten. Bij sommige soorten kan de vlinder achter de kop gele bloedvloeistof naar buiten persen. De kleur en vermoedelijk geur hiervan hebben nog een extra afstotend effect. Anderen imiteren de kleuren van deze giftige exemplaren en profiteren van de oneetbaarheid van deze soorten (mimicry).
Veel soorten hebben harige rupsen, iets waar zowel de Nederlandse als de wetenschappelijke naam naar verwijzen (gr.: αρκτος = een beer). De vlinders zijn vaak dagactief. Wanneer ze gestoord worden, rollen ze zich vaak in een spiraal op. Ze kunnen zich vergeleken met andere rupsensoorten vrij snel bewegen.
Het verpoppen gebeurt in een luchtig spinsel in de grond. Hierin verwerken ze de lange rupsharen.
Ze komen vooral op kruiden voor.
[bewerken] Taxonomie
In 2005 is voorgesteld om de families donsvlinders en beervlinders tot onderfamilies van de spinneruilen (Erebidae) te maken, samen met een deel van de uilen, om het porbleem op de lossen dat de uilen geen monofyletische groep waren.[1] Nadat aanvankelijk ook een samenvoeging bij de uilen in beeld was, kan de indeling bij de Erebidae inmiddels op brede steun rekenen onder taxonomen.
[bewerken] Geslachtengroepen
De onderfamilie van de beervlinders kent de volgende beschreven geslachtengroepen:
[bewerken] Soorten
Op Wikipedia beschreven soorten zijn:
- Acerbia alpina
- Amata phegea - Phegeavlinder
- Arachnis picta
- Arctia caja - Grote beer
- Arctia festiva - Engelse beer
- Arctia villica - Roomvlek
- Atlantarctia tigrina
- Atolmis rubricollis - Zwart beertje
- Callimorpha dominula - Bonte beer
- Coscinia cribraria - Grasbeertje
- Cybosia mesomella - Vierstipbeertje
- Cymbalophora pudica
- Cycnia tenera
- Diacrisia sannio - Roodbandbeer
- Diaphora mendica - Mendicabeer
- Dysauxes ancilla - Dienares
- Eilema complana - Streepkokerbeertje
- Eilema depressa - Naaldboombeertje
- Eilema griseola - Glad beertje
- Eilema lurideola - Plat beertje
- Eilema lutarella - Felgeel beertje
- Eilema pygmaeola - Klein kokerbeertje
- Eilema sororcula - Geel beertje
- Eilema uniola
- Euplagia quadripunctaria - Spaanse vlag
- Haploa clymene
- Halysidota harrisii
- Hypercompe scribonia
- Hyphoraia aulica
- Lithosia quadra - Viervlakvlinder
- Miltochrista miniata - Rozenblaadje
- Nudaria mundana - Bleek beertje
- Pararctia lapponica
- Parasemia plantaginis - Weegbreebeer
- Pelosia muscerda - Muisbeertje
- Phragmatobia fuliginosa - Kleine beer
- Rhyparia purpurata - Purperbeer
- Setema cereola
- Setina aurita
- Setina irrorella - Tijgerbeertje
- Spilosoma lubricipeda - Witte tijger
- Spilosoma lutea - Gele tijger
- Spilosoma urticae - Sneeuwbeer
- Spiris striata - Geel grasbeertje
- Thumatha senex - Rondvleugelbeertje
- Tyria jacobaeae - Sint-jacobsvlinder
- Utetheisa bella
- Utetheisa pulchella - Prachtbeer
- Utetheisa pulchelloides
Bronnen, noten en/of referenties
|