Argentijnse economische crisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Protest tegen de banken en de Corralito (de economische maatregelen die in Argentinië genomen werden), eerste kwartaal van 2002.

De Argentijnse economische crisis trof Argentinië tussen 1999 en 2002. Deze jaren worden meestal genoemd omdat in dat land in 1999 het bruto nationaal product begon te dalen en in 2002 weer begon te stijgen.

Aanloop[bewerken]

Militaire junta[bewerken]

Argentinië was van 1976 tot 1983 een militaire dictatuur. In deze periode ging het land grote schulden aan voor de bekostiging van diverse projecten en de Falklandoorlog. Dit was een economisch relatief stabiele periode na de hyperinflatie die de militaire junta tot de staatsgreep dreef. Voorafgaand aan de staatsgreep was het land totaal ontwricht geraakt, doordat de overheid met haar socialistisch beleid de economie had vernietigd en haar ambtenaren niet meer kon betalen. De werkloosheid in Argentinië werd in 1983 geschat op 18 procent.

Nieuwe munt[bewerken]

De nieuwe democratische regering onder leiding van Raúl Alfonsín wilde in 1983 de economie herstellen. Daarom werd er onder andere een nieuwe munt geïntroduceerd, de Austral. Hiervoor waren echter ook weer nieuwe leningen nodig. De overheid was niet bij machte de rente op deze leningen te betalen en daardoor werd het vertrouwen in de Austral ondermijnd. Het gevolg was een grote inflatie die in het jaar 1989 vijfduizend procent besloeg.

Neoliberale politiek[bewerken]

In datzelfde jaar trad ook de nieuwe president Carlos Saúl Menem aan. Hij begon – gestimuleerd door de Verenigde Staten – een neoliberale economische politiek te voeren. Staatsbedrijven werden geprivatiseerd en handelsbarrières verdwenen. Aan het begin van 1991 was de Argentijnse economie stabiel. Ook herstelde het vertrouwen in de Austral, die later overigens weer de naam peso kreeg. De Centrale Bank van Argentinië voerde een politiek waarbij de koers van de peso ten opzichte van de dollar stabiel bleef.

Staatsschuld[bewerken]

Argentinië had echter nog steeds te maken met een hoge staatsschuld en om die te betalen moest er steeds meer geld geleend worden. Door de stabiele – lage – dollarkoers was het aantrekkelijk om te importeren en om die manier verdween er veel kapitaal naar het buitenland. Dit was merkbaar in de industriële sector van Argentinië, waardoor langzaam steeds meer ontslagen vielen. In de tussentijd gingen de uitgaven van de overheid niet omlaag, en was er sprake van veel corruptie en belastingontduiking.

Afboeking[bewerken]

Toen de Argentijnse staat zijn schulden niet meer kon aflossen, was hij failliet. Onder de leiding van het IMF scholden de buitenlandse crediteuren een groot gedeelte (70%) van de schuld kwijt, na een grondige sanering. (haircut).

Niet alle schuldeisers gingen echter akkoord met deze regeling. De weigeraars of hun rechtsopvolgers spanden rechtszaken aan tegen Argentinië. Een Amerikaanse rechtbank veroordeelde Argentinië tot het betalen van 1,33 miljard US dollar vóór 15 december 2012. Maar in november 2012 kreeg president Fernandes de Kirchner uitstel tot de behandeling van het hoger beroep in februari 2013.[1]

Economische crisis in buurlanden[bewerken]

Brazilië en Mexico, belangrijke handelspartners van Argentinië, hadden te maken met hun eigen economische crisis. Daardoor devalueerde de real bijvoorbeeld ten opzichte van de peso en werd het voor Brazilië duurder om producten uit Argentinië te importeren. Ook was de dollar zelf in koers gedaald waardoor het ook voor Europese landen duurder werd om producten uit Argentinië te importeren.

Economische crisis[bewerken]

Krimpcijfer[bewerken]

De in 1999 nieuw gekozen president Fernando de la Rúa kreeg in zijn eerste jaar te maken met een economisch krimpcijfer van vier procent, maar greep niet in. Hij vervolgde de economische politiek van zijn voorgangers. Een mogelijke oplossing, devaluatie van de peso, werd gezien als politieke zelfmoord en een recept voor economische instabiliteit.

Kapitaalvlucht uit de peso[bewerken]

Toen de staat eenmaal de staatsobligaties niet meer afloste en dus feitelijk failliet was, verdween alle vertrouwen in de peso. De internationale beleggers en crediteuren leenden geen geld en haalden zo veel mogelijk geld uit Argentinië weg. Veel Argentijnen begonnen in 2001 hun geld van de bank af te halen en het om te wisselen in dollars. De overheid greep in door alle banktegoeden voor twaalf maanden te bevriezen. Het was slechts mogelijk om kleine bedragen op te nemen. Deze beperking op het opnemen van banktegoeden werd in de volksmond ook wel 'Corralito' genoemd. Spaarders konden slechts 250 peso's (=250 dollar) per week opnemen. De middenklasse werd totaal ontwricht. [2]Ze zagen machteloos toe hoe hun spaartegoed langzaam verdampte. Veel mensen uit de middenklasse moesten noodgedwongen een totaal nieuw leven opbouwen. De armen waren al gewend met weinig geld te leven en zelfredzaam te zijn. De meeste superrijken ontvluchtten hun land.

Demonstraties[bewerken]

Hierdoor werd de Argentijnse bevolking wakker geschud en ging de straat op in de hoofdstad Buenos Aires en andere grote steden. Een nieuwe vorm van protest werd geïntroduceerd. Door het slaan op potten en pannen werd zo veel mogelijk lawaai gemaakt. In het begin waren de demonstraties nog vreedzaam, maar al snel werd begonnen met het beschadigen en vernietigen van de gebouwen en bezittingen van buitenlandse bedrijven, met name de grote Amerikaanse en Europese investeerders. Zo werden er bijvoorbeeld reclameborden van Coca Cola omlaag getrokken.

Politieke wisselingen[bewerken]

Bij een demonstratie eind 2001 was er een botsing tussen demonstranten en de politie waarbij enkele doden vielen. President Fernando de la Rua kondigde de staat van beleg af, maar dit verergerde de situatie alleen maar. Hij moest met een helikopter vluchten omdat demonstranten het op hem hadden gemunt. Naar aanleiding van de rellen was De la Rúa gedwongen af te treden. Het hoofd van de Senaat Ramon Puerta was de volgende in lijn om president te worden. Hij werd dus benoemd, maar was slechts twee dagen in functie. Daarna werd hij opgevolgd door Eduardo Camaño, hoofd van het Argentijnse Senaat. Hij bleef echter ook maar een week in functie omdat het Congres (een verzameling van senatoren, afgevaardigden en de gouverneurs van de provincies) besloot Adolfo Rodríguez Saá te benoemen.

Introducties Argentino[bewerken]

Het economische team van Saá kwam met het voorstel van een derde munt naast de peso en de dollar. Deze munt heette de Argentino en was niet inwisselbaar voor andere valuta. Deze munt zou alleen als cash geld circuleren. De hoop was dat daardoor het vertrouwen in de munt zou toenemen. Critici noemden het een ‘gecontroleerde deflatie’. Er was echter te weinig vertrouwen in zijn plannen en daarom trad ook Saá na een paar dagen alweer af. In elf dagen tijd had Argentinië hierdoor drie presidenten gehad.

Loskoppeling peso van dollar[bewerken]

Nu koos de wetgevende macht voor Eduardo Duhalde, een zittend senator, als nieuwe president. Na een fel debat koppelde Duhalde de peso in januari 2002 los van de dollar. Tegelijk werden alle dollar tegoeden en contracten verplicht omgezet naar de peso, wat een enorme juridische chaos veroorzaakte. [3] De banktegoeden waren ondertussen al zeer beperkt opneembaar (de 'Corralito') om kapitaalvlucht onmogelijk te maken. In de eerste dagen na de devaluatie verloor de peso fors aan waarde. Dit zorgde vervolgens weer voor een forse inflatie in Argentinië zelf. Deze liep op tot tachtig procent. Dit leidde ook weer tot een toegenomen werkloosheid. Ook zorgde het voor forse verlaging van de levensstandaard van de gemiddelde Argentijn, omdat de lonen niet mee stegen met de inflatie.

Het grote verschil met de Griekse crisis is dat de peso altijd is blijven bestaan. Als Griekenland uit de euro wil stappen, moet een nieuwe munt gecreëerd worden. Dat is vrijwel onmogelijk als er geen vertrouwen is in het land. Argentinië had bovendien goede economische vooruitzichten, de staatsfinanciën waren onder controle (onder IMF supervisie) en er was een exportsurplus.

Gevolgen bedrijfsleven[bewerken]

De maatregelen hadden verregaande gevolgen voor veel bedrijven. De luchtvaartmaatschappij de Aerolíneas Argentinas kon enkele dagen lang geen internationale vluchten meer doen en ging bijna failliet. Ook veel particulieren zagen de waarde van hun geld fors afnemen. Dit kwam doordat geld dat op rekeningen – die ook al een jaar bevroren waren - stond geboekt als dollars, werd omgezet naar peso. Daardoor werd het geld minder dan de helft waard van wat het voorheen was. De internationale verplichtingen in dollars voor de bedrijven bleven echter bestaan en veel bedrijven zijn hierdoor noodgedwongen failliet gegaan om van deze internationale verplichtingen af te komen.

Daklozen[bewerken]

Tussen de dertig- en veertigduizend Argentijnen kwamen letterlijk op straat te leven. De werkloosheid bedroeg op haar hoogtepunt bijna 25 procent.

Gevolgen voor landbouw en toerisme[bewerken]

Ook verschillende landbouwproducten werden geweigerd op de internationale markt vanwege de slechte kwaliteit. Het toerisme nam wel in omvang toe, omdat Argentinië door de lage prijzen een aantrekkelijk land was om op vakantie te gaan.

Stabilisatie, herstel en opnieuw staatsschuldcrisis[bewerken]

Toegenomen import[bewerken]

Rond 2003 stabiliseerde de economie echter en kwam er een einde aan de vrije val. Argentinië was door de lage prijzen een aantrekkelijk land geworden voor buitenlandse investeerders. Zo zorgde de verkoop van soja voor een belangrijke injectie van buitenlandse valuta in de Argentijnse economie. Ook pakte de Argentijnse overheid het belastingsysteem aan, waardoor er meer geld binnenkwam. De kosten voor de sociale zekerheid stegen wel, maar dit kon, omdat de overheidsuitgaven op andere terreinen werden gedrukt. Duhalde schreef nieuwe verkiezingen uit en Néstor Kirchner werd gekozen.

Economisch herstel[bewerken]

De export nam zulke grote vormen aan dat de koers van de peso ook weer dreigde te gaan stijgen. Dat zou het belastingsysteem, dat voor een groot deel gebaseerd was op belastingen op importproducten, ruïneren. Met het teveel aan peso's werden daarom met name Amerikaanse dollars gekocht. Het bruto nationaal product is tot 2007 iedere keer met minstens acht procent gestegen. Het werkloosheidscijfer was rond 2006 acht procent. Het verschil tussen de armsten en rijksten van de maatschappij is wel toegenomen.

Rol Internationaal Monetair Fonds[bewerken]

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft veel kritiek ontvangen vanwege zijn rol in de crisis. Zo zou het niet kritisch genoeg zijn geweest bij de voorstellen van de Argentijnse overheid. Deze kritiek kwam van vooral buitenlandse investeerders. Argentijnen zelf zagen het IMF echter ook als de verpersoonlijking van het kwaad. Zij legden de schuld van de crisis bij het IMF. Dit omdat het IMF sterk toezag op het punt dat Argentinië wel haar buitenlandse schuld zou afbetalen. Zelfs president Kirchner protesteerde op een gegeven moment tegen het strenge beleid, maar op aandrang van het IMF, de Wereldbank, de Europese Unie en G7 loste Argentinië de hele schuld aan het IMF toch af in 2005.

Opnieuw crisis[bewerken]

Met bijna alle schuldeisers (90%) is een schuldsaneringsakkoord gesloten waarbij het grootste gedeelte van de schuld, 70 % afgeschreven zou worden. Een paar Amerikaanse venture-fondsen hebben echter de oude schulden tegen dumpingprijzen opgekocht en eisten bij de Amerikaanse rechtbanken de volledige terugbetaling met rente op. Deze schuldeisers hebben hun juridisch gevecht gewonnen. De Amerikaanse rechtbank verbiedt de terugbetaling van de andere schuldeisers omdat alle schuldeisers gelijk behandeld moeten worden, d.w.z. volledig terugbetaald worden. Hiervoor heeft Argentinië het geld niet en bovendien wil Argentinië de "aasgieren" niet belonen voor hun obstructie. Door het niet terugbetalen van de schulden dreigt een technisch faillissement. In dat geval verliest Argentinië alle toegang tot de Amerikaanse financiële dollarmarkten.[4] De Amerikaanse banken mogen niet meewerken aan welke constructie dan ook om de andere schuldeiser via andere manieren terug te betalen (niet in dollars) of het omzetten van de schuldpapieren.

Door economisch en financieel wanbeleid van de regering van Cristina Fernández de Kirchner stapelen de financiële problemen en schulden zich ondertussen opnieuw op:

  • Nationalisatie van de pensioenfondsen om toegang te krijgen tot dit pensioenvermogen
  • Nationalisatie van de Spaanse Repol-oliemaatschappij zonder compensatie. Deze maatschappij was gedwongen de olie tegen te lage prijzen te verkopen zodat het niet renderend was om olie op te pompen.
  • Een exportverbod van agrarische producten om de voedselprijzen laag te houden voor de Argentijnen. Dit is zeer nadelig voor de export en de landbouw
  • Verbod van de publicatie van de inflatiecijfers om de hoge inflatie te verdoezelen. (ongeveer 20% per jaar)

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het Parool 29 november 2012
  2. TV programma tegenlicht, maandag 20 februari 2012
  3. artikel van de centrale bank gouverneur
  4. AD 1 juli 2014, pagina 15