Aristarchus van Samothrace

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit gaat over de Alexandrijnse filoloog Aristarchus van Samothrace. Zie Aristarchus van Samos voor de gelijknamige Griekse astronoom Aristarchus.

Aristarchus van Samothrace (Grieks: Ἀρίσταρχος; Aristarchos) (ca. 215? – ca. 143 v.Chr.?) was een Grieks grammaticus. Hij was bibliothecaris van de Alexandrijnse bibliotheek, en in die functie was hij één van de opvolgers van zijn leraar Aristophanes.

Biografie[bewerken]

Zoals gezegd kreeg Aristarchus zijn opleiding in Alexandrië, in de school van Aristophanes van Byzantium. Hij werd belast met de opvoeding van Eupator, een zoon van koning Ptolemaeus VI Philometor. Rond 153 volgde hij Apollonius Eidographos op aan het hoofd van de Koninklijke bibliotheek van Alexandrië.
Bij de troonsbestijging van Ptolemaeus VIII in 145 verliet hij Alexandrië, op de vlucht voor de wraakacties van de nieuwe koning tegen alle intellectuelen die hem hadden dwarsgezeten, en week hij uit naar Cyprus, waar hij niet lang daarna overleed. Volgens één bron benam hij zich het leven door alle voedsel en drank te weigeren, nadat werd vastgesteld dat hij leed aan een ongeneeslijk oedeem.

Wetenschappelijke arbeid[bewerken]

Aristarchus van Samothrace werd bekend als een groot expert in de kennis van de Homerische epiek. Hij verzorgde een - voor de geschiedenis van de tekstkritiek zeer belangrijke – kritische uitgave van de Homerische gedichten, waarin hij vooral oog had voor de metrische correctheid van de tekst, en het accentuatiesysteem van zijn leermeester Aristophanes consequent toepaste. Ook was hij misschien verantwoordelijk voor de indeling van de Ilias en de Odyssee in 24 zangen elk. (Deze indeling wordt ook wel toegeschreven aan één van zijn voorgangers, Zenodotus.)

Als we de Suda mogen geloven schreef Aristarchus een 800-tal wetenschappelijke verhandelingen over de meest uiteenlopende onderwerpen, die echter voor ons allemaal verloren gingen, met uitzondering van enkele citaten bewaard in scholia.
Hij mag beschouwd worden als de grondlegger van de wetenschappelijke tekstkritiek, en zijn onderzoek omvatte het brede spectrum van grammatica, etymologie, orthografie, literatuurwetenschap en tekstritiek. Een en ander leverde hem de bijnaam ”ὁ γραμματικώτατος” op, d.i. “de grootste taalgeleerde”. Cicero (Ad Atticum I, 14, 3) en Horatius (Ars Poetica 450) gebruiken zijn naam metaforisch voor de ideale tekstcriticus.

Overzicht van zijn wetenschappelijk werk[bewerken]

Betekenis voor de geschiedenis van de tekstkritiek[bewerken]

Vooral ten behoeve van zijn onderzoekingen over Homerus ontwierp hij een reeks symbolen om weer te geven dat hij twijfelde aan de authenticiteit van de tekst, de correcte volgorde van de verzen, etc. Meer dan bij zijn voorgangers in de bibliotheek was zijn aandacht gericht op het weren van zogenaamde 'corrupte' passages uit de grondtekst, door de nauwgezette keuze van de 'beste' manuscripten, zijn grondige kennis van de Homerische taal- en stijlkenmerken en zijn verfijnd literair gevoel. De onderzoekstraditie die hij startte in Alexandrië bleef zeker nawerken tot in de Keizertijd.

Bronnen, noten en/of referenties