Armbloemig look

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Armbloemig look
Allium paradoxum 01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Alliaceae (Lookfamilie)
Geslacht: Allium (Look)
Soort
Allium paradoxum
(M.Bieb.) G.Don
Bloeiwijze met hoogteblad, gesteelde bloemen en jonge broedbolletjes
Bloeiwijze met hoogteblad, gesteelde bloemen en jonge broedbolletjes
Bloeiwijze met hoogteblad en gesteelde bloemen
Bloeiwijze met hoogteblad en gesteelde bloemen
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Armbloemig look (Allium paradoxum) is een bolgewas dat behoort tot de lookfamilie. In Nederland komt armbloemig look als stinsenplant voor en in de loofbossen aan de binnenduinrand. Van nature komt armbloemig look voor in Zuidwest-Azië in de Kaukasus, de bergen van Centraal-Azië en Noord-Iran.

Beschrijving[bewerken]

Armbloemig look is een vaste plant, die 20 - 30 cm. hoog wordt. Deze geofyt vormt als overlevingsorgaan tot 1 cm grote bollen. De papierachtige huid van de bol is grauwzwart. De scherp driekantige stengel heeft geen bladeren. Meestal is er maar één of soms drie grondstandige bladeren aanwezig. Het ongesteelde, lijnvormige of elliptische, gekielde, gebogen blad is 20 cm. lang en 0,5 - 2,5 cm breed. Aan de basis is het blad versmalt. De vegetatieperiode is van het vroege voorjaar tot het begin van de zomer.

Armbloemig look bloeit van april tot juni en de bloei duurt ongeveer 20 dagen. Op een lange bloeistengel zit een scherm met meestal 1 - 5 knikkende, lang gesteelde bloemen met vaak tot 20 groene broedbolletjes. Vaak ontbreken echter de bloemen. De bloeiwijze heeft een klein hoogteblad. De tweeslachtige, witte bloemen zijn drietallig, radiairsymmetrisch en breed klokvormig. Op het witte bloemblad zit een onduidelijke groen streep. De zes gelijkvormige, stompe, melkwitte bloembladeren staan rechtop. De stempel heeft drie lobben.

Armbloemig look op de stadswallen van Neubrandenburg.

Systematiek[bewerken]

Friedrich August Marschall von Bieberstein beschreef in 1819 de soort voor het eerst onder de naam Scilla paradoxa in de Fl. taur.-caucas., 3, S. 267. George Don gaf de soort in Mem. Wern. Nat. Hist. Soc., 6, 1827, S. 72 de naam Allium paradoxum en deelde deze in bij het geslacht Allium. Allium paradoxum behoort tot de sectie Briseis in het ondergeslacht Amerallium binnen het geslacht Allium. [1]

Bronnen[bewerken]

  1. Eintrag bei GRIN.

Externe links[bewerken]