Armenhuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Armenhuis Blokhoes 't Stort, het gemeentelijk armenhuis in Leens

Een armenhuis of diaconiehuis (soms ook aalmoezeniershuis genoemd) was vanaf de middeleeuwen in Nederland en België een tehuis voor een aantal minvermogende mensen.

Doelstelling[bewerken]

De instelling was bedoeld om onderdak te bieden aan mensen die niet voor zichzelf konden zorgen. Hierdoor werden bedelaars en zwervers van de straat gehouden. De mensen die op het adres waren ingeschreven leefden veelal in primitieve omstandigheden en kregen van de lokale armenzorg op regelmatige tijden eten, brandstof en kleding. In ruil daarvoor moesten de bewoners vaak werken, meestal voor een schamel loon.

Stichting[bewerken]

Armenhuizen werden in steden vaak gesticht vanuit het gemeentebestuur en stonden dan onder toezicht van de schout. Ook waren er instellingen die vanuit kerkgenootschappen tot stand kwamen. In tegenstelling tot een gasthuis dat bedoeld was voor tijdelijk verblijf van zwervers, zieken en reizigers was het armenhuis specifiek op hulpbehoevenden gericht ter tijdelijke of permanente opvang.

Voorbeeld[bewerken]

Een voorbeeld uit de middeleeuwen is het armenhuis in Deurne. Daar stichtte in 1505 schout Gevert van Doerne bij testament een armenhuis in zijn huis gelegen bij de kerk ‘aen Boegaerts cruys’ tot verblijf van drie of vier arme mensen ‘die egeen broot gewijnnen en konnen’. Het werd in 1701 vermeld als gelegen ‘op den Corten Steenweg’ en bestond uit drie kleine huisjes. Ze zijn steeds van de H. Geestarmen van Deurne (de 'Armentafel', een van oorsprong kerkelijke instelling die zich bezighield met de plaatselijke armenzorg) gebleven tot de afbraak in 1837.