Armgard von Cramm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Armgard von Cramm
1883-1971
Prinses Armgard van Lippe-Biesterfeld (1965)
Prinses Armgard van Lippe-Biesterfeld (1965)
Prinzessin zur Lippe-Biesterfeld
Periode 1916 - 1971
Vader Aschwin von Sierstorpff-Cramm
Moeder Hedwig von Sierstorpff
Partner van Bernhard van Lippe
Kinderen Bernhard (1911-2004), Aschwin (1914-1988)
Geboorteplaats Driburg

Armgard Kunigunde Alharda Agnes Oda von Cramm (Driburg, 18 december 1883Diepenheim, 27 april 1971), Gräfin von Biesterfeld (vanaf 1909), Prinzessin zur Lippe-Biesterfeld (vanaf 1916), was de moeder van prins Bernhard der Nederlanden.

Biografie[bewerken]

Armgard werd geboren te Driburg (Westfalen) als Armgard Kunigunde Alharda Agnes Oda von Cramm. Ze was de dochter van Aschwin Freiherr von Sierstorpff-Cramm (1846-1909) en Hedwig Freiin von Sierstorpff (1848-1900).

Armgard werd door de regerende vorst van Lippe op 8 februari 1909 in verband met haar aanstaande morganatische huwelijk met prins Bernhard van Lippe de titel Gräfin von Biesterfeld verleend. Prins Bernhard (1911-2004) en zijn broer zijn als Graf von Biesterfeld geboren. Op 24 februari 1916 werd Armgard samen met haar beide zoons door hun zwager en oom, de vorst van Lippe, de titel van Prinzessin (Prinz) zur Lippe-Biesterfeld verleend met het predicaat Durchlaucht (Doorluchtige Hoogheid).

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Armgard trouwde een eerste maal op 24 oktober 1905 in Hannover met graaf Bodo von Oeynhausen (1881-1909), die evenals haar (latere) tweede man officier was in het 8e regiment huzaren te Paderborn. Het huwelijk bleef kinderloos en werd wegens de "geestesgesteldheid" van de graaf in 1908 ontbonden door echtscheiding[1].

Vervolgens trouwde Armgard in Oelber [2] op 4 maart 1909 morganatisch met prins Bernhard van Lippe (1872-1934). Doordat het huwelijk morganatisch was, waren zij en haar zoons geen lid van het vorstenhuis van Lippe en uitgesloten van erfopvolging.

Uit het tweede huwelijk werden twee zoons geboren, getiteld als graven von Biesterfeld en vanaf 24 februari 1916 als prinsen zur Lippe-Biesterfeld:

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Samen met haar latere levensgezel Alexis Pantchoulidzew beheerde Armgard na de dood van haar man in 1934 een landgoed in het Oost-Brandenburgse Reckenwalde (sinds juli 1945 Pools grondgebied). Tijdens de oorlog zou Armgard door de lokale Gestapo geobserveerd zijn. Haar verleden als a-politieke Duitse in combinatie met de dienst die de monarchistische en anti-stalinistische kolonel Pantchoulidzew later in de oorlog verleende aan de Duitse Reichsbahn, zou gemaakt hebben dat zij ongemoeid werden gelaten. De SS vorderde in september 1944 Armgards Schloss Woynowo in Reckenwalde op voor militaire doeleinden. In maart 1945 moesten Armgard en Alexis hun landgoed in de Neumark opgeven wegens de terugtrekking van de Duitse Wehrmacht achter de Oder-linie. Armgard verliet ruim voor de intocht van het Rode Leger het landgoed Reckenwalde en vertrok naar Driburg, in Westfalen.

Door diverse publicisten werd prinses Armgard beticht van onder meer seksuele losbandigheid, intrigepraktijken, samenzwering en - evenals haar zoon Aschwin - van nazi-sympathieën. Haar andere zoon Bernhard heeft dit beeld met een open brief in de Volkskrant in maart 2004 proberen recht te zetten.

Leven in Nederland[bewerken]

Prinses Armgard met haar kleindochter prinses Irene (1959)

Ze leefde vanaf begin 1952 met Alexis Pantchoulidzew op Huis Warmelo te Diepenheim (Overijssel), alwaar zij op 87-jarige leeftijd overleed. In 1951 was de van oorsprong protestants-Lutherse Armgard overgegaan tot de Rooms-katholieke Kerk. Derhalve vond de uitvaartplechtigheid in 1971 in de katholieke parochiekerk H.H. Petrus en Paulus te Goor plaats; de requiemplechtigheden werden aldaar geleid door de jezuïetenpater B. Bot SJ, die sinds haar bekering tot het katholicisme Armgards biechtvader was geweest. In 1956, op het hoogtepunt van wat later de Greet Hofmans-affaire zou heten, bracht Armgard, vergezeld door haar zoon Bernhard, een bezoek aan paus Pius XII.

Koningin Beatrix en haar zusters noemden het Diepenheimse huis van hun grootmoeder vaak parafraserend het Warme Loo waarmee een onderscheid werd gemaakt met het Koude Loo waar hun andere grootmoeder (koningin Wilhelmina) woonde.

Literatuur[bewerken]

  • E.J.H. Schrage, Zur Lippe Biesterfeld. Prinses Armgard, prins Bernhard en hun houding tegenover nazi-Duitsland. Amsterdam: Balans, 2004.
  • Nederlands's Adelsboek jrg. 94 (2009) St-Sy, pagina LV (Koninklijk Huis)
  • Annejet van der Zijl, Bernhard. Een verborgen geschiedenis (Amsterdam/Antwerpen 2010)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Schrage, Zur Lippe Biesterfeld, p. 22.
  2. Toen Brunswijk, tegenwoordig gemeente Baddeckenstedt, Landkreis Wolfenbüttel, Niedersachsen.