Arnulf van Metz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Saint Arnould.jpg

Arnulf van Metz (Lay-Saint-Christophe (bij Nancy), ca. 582 - bij Remiremont, 16 augustus 640) was een Frankische edelman en later bisschop van Metz. Hij was een van de belangrijkste Frankische politici van zijn tijd en is na zijn dood heilig verklaard. Hij was eerst begraven in Remiremont maar is in 717 herbegraven in Metz in een abdij die daarna naar hem werd genoemd.

Leven[bewerken]

Arnulf diende aan het Austrasische hof onder Theudebert II (595-612) en was beheerder van de koninklijke domeinen en graaf aan de Schelde. In 613 leidde hij, met Pepijn van Landen en hofmeier Warnachar II van Bourgondië, de aristocratische opstand tegen de nieuwe minderjarige koning van Austrasië en Bourgondië, Sigebert II, en de koningin-overgrootmoeder Brunhilde van Austrasië die de feitelijke macht bezat - wat de oorzaak was van het conflict. De opstandelingen sloten een bondgenootschap met Chlotarius II van Neustrië. Tezamen versloegen ze de troepen van Sigebert en Brunhilde bij de Aisne, waarna Sigebert en Brunhilde werden gedood. In Andernach werd een verdrag gesloten waarin de autonomie van Austrasië en de leidende rol van de Austrasische adel werden vastgelegd.

In 614 gaf Arnulf te kennen dat hij in een klooster wilde treden maar in plaats daarvan benoemde Chlotarius hem tot bisschop van Metz, wat ook een politiek belangrijke functie was. In 623 werd hij voogd van Dagobert I, die door zijn vader tot koning van Austrasië was benoemd (wat ook een uiting is van de Austrasische autonomie). Een jaar later onderdrukte hij samen met Pepijn een opstand in Thüringen. En in 625 bemiddelde hij een overeenkomst tussen Chlotarius en Dagobert.

In 629 trad hij in het klooster van Remiremont, zou voor zieken en leprozen hebben gezorgd en de rest van zijn leven als kluizenaar hebben geleefd.

Heilige[bewerken]

Wordt vaak de beschermheilige van de brouwers genoemd maar dat lijkt een verwarring te zijn met St.Arnold van Soissons. Zijn naamdagen vallen op 18 juli en 16 augustus.

Volgens de legende werd Arnulf gekweld door wroeging over zijn vroegere daden en gooide zijn bisschopsring in een rivier, zeggende dat hij pas zou weten dat God zijn zonden vergaf als hij de ring terug zou zien. Korte tijd later werd de ring teruggevonden in een vis.

In 717 zijn zijn resten overgebracht naar een Benidiktijner abdij van de Heilige Apostelen bij Metz. Deze abdij werd naar hem vernoemd en werd ten tijde van Karel de Grote een prominente plaats voor de begrafenis van de Karolingen; o.a. Lodewijk de Vrome en zijn moeder Hildegard (tweede vrouw van Karel de Grote) zijn er begraven. Door verbouwingen, oorlogsgeweld en door vernielingen tijdens de Franse Revolutie, zijn de abdij en de keizerlijke grafkelders verloren gegaan.

Familie[bewerken]

De voorouders van Arnulf zijn onzeker volgens alle bronnen. Deze worden alleen genoemd in latere genealogieën en lijken vooral tot doel te hebben om de Karolingen te verbinden met Merovingen en Romeinse voorouders. De Vita van Arnulf vermeldt alleen dat hij uit een rijke adellijke familie komt. Zijn familie had vermoedelijk bezittingen bij Metz en Verdun.

Voor hij bisschop werd, was hij getrouwd met Doda (geboren ca. 590). Na zijn benoeming tot bisschop zou zij in een klooster in Trier zijn getreden. Van Doda is eigenlijk niets bekend; de stelling dat zij een dochter van Arnoald was lijkt alleen gebaseerd te zijn op het gegeven dat zowel Arnoald als Arnulf graaf aan de Schelde waren, welke functie dan via Doda zou zijn doorgegeven. Arnulf en Doda hadden twee zoons:

  • Ansegisel (607-voor 679), gehuwd met de H. Begga, overgrootvader van Karel de Grote. Arnulf wordt dan ook gezien als de stamvader van de Arnulfingen en de daaruit komende Karolingen.
  • Chlodulf, bisschop van Metz
Bronnen, noten en/of referenties

Voor de revisie van het artikel in juni 2009 is gebruikgemaakt van de Engels-, Frans- en Duitstalige versies van dit artikel in Wikipedia. Tevens is gebruikgemaakt van: