Arrest Alpine Investments
| Alpine Investments | ||
| Datum | 10 mei 1995 | |
| Partijen | Alpine Investments BV / Minister van Financiën | |
| Zaak | C-384/93 [1] | |
| Instantie | Europees Hof van Justitie | |
| Adv-gen | F.G. Jacobs [2] | |
| Procedure | prejudiciële vraag uit Nederland | |
| Procestaal | Nederlands | |
| Regelgeving | art. 59 [3] EEG-verdrag; | |
| Onderwerp | vrije verkeer van diensten, uitzondering | |
| Vindplaats | Jur. 1995, p. 1141; EUR-Lex 61993J0384 | |
Het arrest Alpine Investments / Minister van Financiën is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 10 mei 1995 (zaak C-384/93), inzake
- een verbod van telefonische colportage voor financiële diensten (cold calling),
- óók voor potentiële klanten buiten Nederland.
Inhoud |
[bewerken] Casus
Alpine Investments had op grond van de Wet Effectenhandel een vergunning voor bemiddeling bij goederentermijncontracten. Bij deze vergunning kon de Nederlandse minister van Financiën nadere voorwaarden opleggen. Op 12 november 1991 verbood de minister Alpine Investments telefonische colportage voor financiële diensten (cold calling) bij potentiële klanten in Nederland én in andere landen.
[bewerken] Procesverloop
Beschikking van de minister. Bezwaar. Beroep bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Deze instantie heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing.
[bewerken] Rechtsvraag
- Vormt de beschikking van de minister een belemmering voor het vrije verkeer van diensten wat betreft potentiële klanten in andere lidstaten? (Ja.)
- Is een uitzondering gerechtvaardigd? (Ja.)
[bewerken] Uitspraak Hof
Het verbod van telefonische colportage (cold calling) voor financiële diensten op het gebied van goederentermijnhandel (beleggingen in goederentermijncontracten) is een beperking op het vrije verkeer van diensten. Deze beperking is gerechtvaardigd door de belangen die met een dergelijk verbod zijn gediend. Dus een uitzondering op het vrije verkeer van diensten.
[bewerken] Betekenis
Het Hof onderkent een belemmering voor het vrije verkeer, ondanks afwezigheid van discriminatie: het verbod geldt voor potentiële klanten in Nederlands én daarbuiten. Het gevoerde beleid discrimineerde dus niet, maar beperkte een bepaalde vorm van grensoverschrijdende dienstverlening. Door dit arrest is de werking van artikel 59 EEG-verdrag uitgebreid naar non-discriminatoire maatregelen.
| Referenties |