Arrest Booy/Wisman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Booy / Wisman
Datum 21 januari 1966
Rechters de Jong, Houwing, Hulsmann, Petit, Beekhuis
Adv-gen Minkenhof
Soort zaak   civiel
Procedure cassatie
Wetgeving 1358, 1374 BW (oud)
Nieuw BW 6:228 BW
Onderwerp   dwaling, mededelingsplicht versus onderzoekplicht
Vindplaats   NJ 1966, 183; LJN AC4621

Het arrest Booy/Wisman (HR 21-01-1966, NJ 1966, 183) is een standaardarrest van de Nederlandse Hoge Raad met betrekking tot het leerstuk dwaling. De Hoge Raad gaf nadere invulling aan het begrip toekomstverwachting, en de verhouding tussen mededelingsplicht en onderzoeksplicht.

Casus[bewerken]

Booy biedt een mobiele kraan te koop aan. Wisman vertelt Booy dat hij die kraan nodig heeft voor het lossen van schepen op meerdere plaatsen, en dat hij dus een zelfrijdende kraan met kentekenbewijs nodig heeft. Booy verzekert Wisman dat voor deze kraan zeker een kentekenbewijs wordt afgegeven, omdat al meerdere firma's met zo'n kraan werken. Wisman koopt vervolgens de kraan voor 90.000 gulden. Later blijkt dat de kraan te zwaar is om een kentekenbewijs te verkrijgen.

Procesgang[bewerken]

Booy ontvangt een dagvaarding van Wisman, die ontbinding vordert van de overeenkomst op grond van wanprestatie en vernietiging op grond van dwaling. Als Wisman had geweten dat geen kentekenbewijs voor de kraan zou worden afgegeven, dan was hij de koopovereenkomst nooit aangegaan.

De vorderingen van Wisman worden door de rechtbank afgewezen. Het hof vernietigt in hoger beroep de overeenkomst op grond van dwaling. Het cassatieberoep van Booy wordt verworpen. (Dus Wisman is in het gelijk gesteld.)

Hoge Raad[bewerken]

Twee aspecten spelen een rol. Ten eerste: is het feit dat geen kentekenbewijs verkregen kan worden een toekomstverwachting? Over het algemeen komt dwaling over toekomstverwachtingen voor rekening van de dwalende, in casu Wisman. De Hoge Raad zegt daarover:

Aanhalingsteken openen

dat 's Hofs beslissing aldus is te verstaan dat de voorstelling die Wisman bij het sluiten van de overeenkomst had inhield, dat toen de kraan de eigenschappen bezat die naar de toen geldende voorschriften vereist waren voor het verkrijgen van een kentekenbewijs; dat de onjuistheid van deze voorstelling alzo vormde een dwaling omtrent ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bestaande omstandigheden en niet een dwaling in een toekomstverwachting, al was de bij juistheid van de voorstelling te verwachten verkrijging van het kentekenbewijs een toekomstige gebeurtenis;
dat het middel mitsdien in zijn beide onderdelen faalt;

Aanhalingsteken sluiten

Het tweede aspect is de onderzoeksplicht van Wisman. Had Wisman niet zelf inlichting moeten inwinnen, wanneer wel of niet een kentekenbewijs kan worden verkregen? De Hoge Raad overwoog:

Aanhalingsteken openen

dat voor degeen die overweegt een overeenkomst aan te gaan, tegenover de wederpartij een gehoudenheid bestaat om binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen om te voorkomen dat hij onder de invloed van onjuiste veronderstellingen zijn toestemming geeft, in dier voege dat bij het achterwege laten van zodanige maatregelen de regels van de goede trouw kunnen meebrengen dat hij zich niet met vrucht op dwaling kan beroepen; dat in het algemeen die gehoudenheid tegenover de wederpartij niet zo ver gaat, dat hij niet zou mogen afgaan op de juistheid van door deze wederpartij gedane mededelingen, en integendeel veelal de regels van de goede trouw er zich tegen zullen verzetten, dat de wederpartij ter afwering van een beroep op dwaling aanvoert dat ten onrechte op de juistheid van haar mededelingen is vertrouwd;

Aanhalingsteken sluiten

De laatste overweging komt men ook tegen in het negen jaar eerder gewezen arrest Baris/Riezenkamp.

Externe link[bewerken]