Arrest Bouwvergunning Heemstede

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bouwvergunning Heemstede
Datum 21 oktober 2005
Instantie Hoge Raad
Rechters Neleman, Beukenhorst, De Savornin Lohman, Kop, Van Oven
Adv-gen Hartkamp
Soort zaak   civiel
Procedure cassatie
Wetgeving 5:37 BW
Onderwerp   hinder ondanks bouwvergunning
Vindplaats   NJ 2006, 418 (noot CJHB); LJN AT8823

Het arrest Bouwvergunning Heemstede, (HR 21-10-2005, NJ 2006, 418)[1] is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op onrechtmatige hinder ondanks een verstrekte bouwvergunning.

Inhoud

Casus [bewerken]

Aan de achterzijde van de woning is een uitbouw/serre gebouwd met bouwvergunning, waardoor hinder (licht en uitzicht) bij de buren is ontstaan. Dat een bouwvergunning was verstrekt kreeg de buurman pas te horen daags voor aanvang van de werkzaamheden. Hun bezwaarschrift tegen de bouwvergunning was te laat ingediend en werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

Rechtsvraag [bewerken]

Is i.c. sprake van onrechtmatige hinder als de buurman bouwt conform een verleende bouwvergunning? (Ja.)

Procesgang [bewerken]

De buurman vordert afbraak van de serre met een dwangsom op nakoming. De vordering is door de rechtbank toegewezen met een dwangsom van 100 euro per dag tot een maximum van 20.000 euro. Dit vonnis is in hoger beroep door het hof bekrachtigd, waarbij overigens de dwangsom is aangepast. Het cassatieberoep is verworpen.

Rechtbank en hof [bewerken]

De rechtbank overwoog:

Aanhalingsteken openen

Voorts kan het beroep van eiser op de bouwvergunning hem niet baten. Een bouwvergunning vrijwaart eiser immer nog niet van zijn civielrechtelijke verplichting zich zodanig te gedragen dat hij zijn buren geen onrechtmatige hinder toebrengt.

Aanhalingsteken sluiten

Hoge Raad [bewerken]

De Hoge Raad overwoog:

Aanhalingsteken openen

[r.o. 3.2] (...) De rechtbank heeft tot uitgangspunt genomen (...) dat het antwoord op de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder, afhangt van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval (...) Aldus oordelend heeft de rechtbank --en dus ook het hof-- een juiste maatstaf aangelegd. [r.o. 3.5.1] Het antwoord op de vraag of en in hoeverre een door de overheid verstrekte vergunning invloed heeft op de beoordeling van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van degene die overeenkomstig de hem verstrekte vergunning handelt, doch daarbij schade of hinder toebrengt aan derden, hangt af van de aard van de vergunning en het belang dat wordt nagestreefd met de regeling waarop de vergunning berust, zulks in verband met de omstandigheden van het geval. Daarbij heeft te gelden dat de vergunninghouder er in het algemeen op mag vertrouwen dat de vergunning overeenkomstig de wet is verleend en de overeenkomstig de wet in aanmerking te nemen belangen door de vergunningverlenende instantie volledig en op juiste wijze zijn afgewogen, en dat hij gerechtigd is van die vergunning gebruik te maken. [r.o. 3.5.3] (...) de conclusie dat het belang van voorkomen van onrechtmatige hinder door het gebruik maken van door een bestemmingsplan toegestane bouwmogelijkheden niet een belang is dat door de wettelijke regeling van het bestemmingsplan wordt nagestreefd (...)

Aanhalingsteken sluiten

Relevantie [bewerken]

De Hoge Raad geeft een algemene formulering waarin verband wordt gelegd tussen de verstrekte vergunning en het normdoel van de regeling waarop die vergunning is gebaseerd. Het voorkomen van hinder tussen buren is niet het normdoel van de Wet ruimtelijke ordening.

Zie ook [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties