Arrestatieteam
Een arrestatieteam is een gespecialiseerde eenheid van de Nederlandse politie. Zijn taak is het ingrijpen in levensbedreigende situaties, zoals een gijzeling, arrestatie van een vuurwapengevaarlijke verdachte of een potentiële 'springer' (zelfmoordenaar).
Inhoud |
[bewerken] Leden
Een Arrestatieteam (officieel Aanhoudings- en Ondersteuningseenheid/AOE, maar gebruikelijk genoemd AT) bestond tot 2006 vrijwel volledig uit ervaren agenten. Tegenwoordig stromen ook oud-defensie medewerkers beperkt (BSB, commando's en BBE-mariniers met ruime gevechtservaring) rechtstreeks in. Deze volgen een 1-jarige versnelde politieopleiding in Den Haag en gaan, nadat ze aan alle keuringen voldoen (fysiek/motorisch, mentaal, cognitief, medisch, 4-daagse fysiek/ mentale intest, eindgesprek), de opleiding volgen. Als ze deze hebben gehaald stromen ze in binnen een AT. Na 2 jaar werken in het team volgen ze elk jaar modules om zo de gehele politieopleiding af te ronden. Dit omdat men na het AT vaak binnen de reguliere politiediensten verder gaat werken.
Het lijkt dat maar weinig dienders het werk aantrekkelijk vinden, daar er maar zeer weinig solliciteren. Dit heeft deels te maken met het beeld dat bestaat bij de dienders over de zware selectie (met name de intest) en opleiding (van 10 sollicitanten wordt er uiteindelijk 1 AT'er). Sinds kort houdt ieder AT echter enkele 'kweekvijverdagen' per jaar, om potentiële kandidaten en geïnteresseerden beter voor te bereiden op de selectiedagen en zo uitval te beperken.
Na de selectie en opleiding (van 17 weken) zijn ze gereed om het risicovolle werk uit te voeren. De agenten zijn gemiddeld eind twintigers en dertigers en hoewel het per team soms verschilt, is het gebruikelijk dat een AT'er niet langer dan 8 jaar lid blijft, tenzij hij of zij wordt bevorderd tot leidinggevende (sectie- of teamcommandant). Iemands termijn eindigt in dat geval na 10 tot 12 jaar. De leden worden jaarlijks uitgebreid gekeurd aangezien de fysieke en mentale belasting hoog is. Een gemiddelde werkdag van 12 tot 16 uur is eerder regel dan uitzondering, met uitschieters naar 18 uur gemiddeld per dag over een bepaalde periode.
Verder wordt er, voorafgaand aan het indienstnemen van een nieuw lid, een uitgebreid onderzoeksrapport opgemaakt door de AIVD. Hiervoor staan zo'n 12 tot 16 weken en wordt men ook thuis bezocht.
[bewerken] Aanleiding
In de jaren zeventig nam het geweld een dusdanig ernstig karakter aan, dat er werd besloten om een bijzonder team op te richten dat speciaal was getraind in het aanhouden van vuurwapengevaarlijke verdachten. Eerst gebruikte de politie de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Marechaussee of de BBE van het Korps Mariniers voor deze klussen. Het Korps Rijkspolitie richtte in de jaren zeventig als proef een Arrestatieteam op, dat werd ondergebracht in het district Midden 1 (Provincie Utrecht). Dit werd gedaan in overleg met de Minister van Justitie waaronder de Rijkspolitie destijds viel. Het parlement werd niet op de hoogte gebracht. Naar aanleiding van een schietincident in Breukelen eind jaren zeventig, toen hiervoor de Minister van Binnenlandse Zaken tekst en uitleg moest geven, 'ontdekte' men dat er een speciaal politieteam -Arrestatieteam- was samengesteld. In de jaren tachtig kreeg elk district van de Rijkspolitie een Arrestatieteam, terwijl de grote gemeentekorpsen ook hun eigen Arrestatieteam samenstelden. Nadat in 1996 de politie werd gereorganiseerd, kwamen de Arrestatieteams terecht bij de grote korpsen van de Regiopolitie.
[bewerken] Structuur
De verschillende AT's zijn regionaal ingedeeld. Sommige politieregio's hebben geen fulltime team nodig. Deze gebruiken samen met andere regio's één team. Grotere steden, zoals Rotterdam, Den Haag, en Utrecht hebben hun eigen team. Hieronder de indeling:
[bewerken] Interregionale Arrestatieteams
- Amsterdam-Amstelland
- Noord- en Oost-Nederland
- Zuid-Nederland
- Midden-Nederland (begin 2007 zijn Gelderland-Midden en Utrecht samengevoegd)
- Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de Koninklijke Marechaussee
[bewerken] Regionale Arrestatieteams
- Haaglanden
- Rotterdam-Rijnmond
Daarnaast beschikt bijna elke politieregio over een eigen speciale Aanhoudingseenheid (AE). Vaak gecombineerd met VAG (Vaardigheden Aanhoudingen Groepsverband). Deze teams worden vaak in burger ingezet bij bijvoorbeeld risicowedstrijden en demonstraties. Zij zijn speciaal getraind in het snel oppakken van oproerkraaiers uit de menigte. Daarnaast worden deze teams ingezet bij minder levensbedreigende situaties en aanhoudingen die net teveel risico's meebrengen voor de gewone agenten, maar nog niet aan de criteria voor inzet van een AT voldoen. Een AE wordt vaak nog wel eens aangezien voor een AT, omdat het voor de burger op straat niet duidelijk zichtbaar is wat de verschillen zijn.
[bewerken] Bewapening
De standaard bewapening van AT'ers verschilt sinds eind 2006 met die van de rest van de Nederlandse politie. De Walther P5 is toen vervangen door de Glock 17. Daarnaast hebben de teams de beschikking over het Heckler & Koch MP5 automatisch machinepistool. Deze mag in alle gevallen worden meegevoerd. De automatische vuurregelaar mag echter alleen na toestemming van de officier van justitie worden gebruikt. Na een langlopend proefproject bij het AT Rotterdam-Rijnmond zijn inmiddels alle teams ook bewapend met een hagelgeweer met minder dodelijke munitie, de zogenaamde stunbag. Deze kan worden gebruikt om verdachten zonder al te veel letsel neer te schieten, mocht dit noodzakelijk zijn. De kracht van een beanbag is vergelijkbaar met de impact van een honkbal, geslagen door een professionele speler. Ook de Taser heeft inmiddels zijn intrede gedaan. Dit wapen vuurt stroomdraden met kleine weerhaakjes af op een verdachte. Deze weerhaakjes blijven zitten in de huid en het wapen schakelt de verdachte tijdelijk uit door een krachtige stroomstoot. Qua uitrusting heeft ieder team de beschikking over allerlei hoogwaardige (technische) materialen en hulpmiddelen voor de uitvoering van zijn taak. Ook worden AOE-honden ingezet. Taken zijn bijvoorbeeld het binnendringen van huizen, gebouwen en voertuigen. De hulpmiddelen dienen om de risico's te beperken voor de AT'ers, omstanders en de verdachten.
Wat voorop staat voor ieder team, is met zo min mogelijk geweld een levensgevaarlijke situatie te beëindigen of een verdachte aan te houden.