Arseen(III)oxide
| Arseen(III)oxide | ||||||
| Structuurformule en molecuulmodel | ||||||
| Arseen(III)oxide-poeder | ||||||
| Algemeen | ||||||
| Molecuulformule (uitleg) |
As2O3 | |||||
| IUPAC-naam | arseen(III)oxide | |||||
| Andere namen | rattenkruit, arseensesquioxide, RCRA P012 | |||||
| Molmassa | 197,84 g/mol | |||||
| CAS-nummer | 1327-53-3 | |||||
| EG-nummer | 215-481-4 | |||||
| Beschrijving | Wit poeder | |||||
| Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen | ||||||
|
|
||||||
| Carcinogeen | ja | |||||
| H-zinnen | H300-H314-H350-H410 | |||||
| EUH-zinnen | geen | |||||
| P-zinnen | P201-P264-P273-P280-P305+P351+P338-P310 | |||||
| VN-nummer | 1561 | |||||
| ADR-klasse | Gevarenklasse 6.1 | |||||
| MAC-waarde | 0,1 mg/m3 | |||||
| LD50 (ratten) | (oraal) 14,6 mg/kg (intraperitoneaal) 871 mg/kg |
|||||
| Fysische eigenschappen | ||||||
| Aggregatietoestand | vast | |||||
| Kleur | wit | |||||
| Dichtheid | (kubisch) 3,89 g/cm3 (monoklien) 4,230 g/cm³ |
|||||
| Smeltpunt | 312 °C | |||||
| Kookpunt | 457 °C | |||||
| Oplosbaarheid in water | 20 g/L | |||||
| Geometrie en kristalstructuur | ||||||
| Kristalstructuur | kubisch (α) monoklien (β) |
|||||
| Thermodynamische eigenschappen | ||||||
| ΔfH |
657,4 kJ/mol | |||||
| Evenwichtsconstanten | pKa = 9,2 | |||||
| Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar) | ||||||
|
||||||
Arseen(III)oxide is een oxide van arseen, met als brutoformule As2O3. De stof komt voor als een toxisch wit kristallijn poeder, dat redelijk goed oplosbaar is in water.
[bewerken] Toepassingen
Arseen(III)oxide gold lang als een ideaal vergif, deel van het beruchte Aqua Tofana , omdat het vrijwel niet aan te tonen was, niet vies smaakte en de verschijnselen niet meteen aan vergiftiging deden denken. Er werd vroeger beweerd dat Napoleon hiermee vergiftigd was (inmiddels is duidelijk dat alle mensen uit de tijd van Napoleon bloot stonden aan hoge doses arseen en diens verbindingen). Sinds de ontdekking van de Marshtest is een vergiftiging met arseen(III)oxide eenvoudig op te sporen; zelfs na lange tijd blijft het arseen nog aantoonbaar.
Tegenwoordig is het door middel van massaspectrometrie een van de eenvoudigst op te sporen vergiften, als men maar aan de mogelijkheid van vergiftiging denkt; arsenicum is immers een chemisch element en kan niet vergaan of verdwijnen.
Arseen(III)oxide wordt ook gebruikt als oertiterstof om kaliumpermanganaat te stellen.
Bronnen, noten en/of referenties
|