Arteria femoralis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dijslagader
Arteria femoralis
Slagader
Doorsnede ligamentum inguinale
Doorsnede ligamentum inguinale
De slagaders van het bovenbeen. De dikke, roodgekleurde slagader is de a. femoralis
De slagaders van het bovenbeen. De dikke, roodgekleurde slagader is de a. femoralis
Gegevens
Voorziet Voorzijde bovenbeen
  Oorsprong arteria iliaca externa
  Vertakkingen arteria profunda femoris,
arteria poplitea,
arteria epigastria superficialis,
arteria circumflexa ilium superficialis,
arteria pudendi externa superficialis,
arteria pudendi externa profunda en
arteria descendens genus.
Ader vena femoralis
Naslagwerken
Gray's Anatomy 157,623
MeSH A07.231.114.35
Dorlands/Elsevier a_61/12154275
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De arteria femoralis[1] of dijslagader[2][3] is de voortzetting van de arteria iliaca externa die op haar beurt via de arteria iliaca communis afkomstig is uit de aorta abdominalis.

De arteria iliaca externa wordt arteria femoralis genoemd zodra de slagader het ligamentum inguinale is gepasseerd. Omdat er in dit deel nog geen slagaders aftakken van de arteria femoralis, wordt deze hier soms ook wel arteria femoralis communis genoemd.

De arteria femoralis voorziet het been van bloed. Een vertakking van deze slagader is de arteria profunda femoris, die naar diep in het been afbuigt en voornamelijk het bovenbeen van bloed voorziet. De arteria femoralis zelf blijft relatief aan de oppervlakte liggen en verloopt verder via de hiatus adductorius naar de knieholte. Hier gaat de arteria femoralis over in de arteria poplitea.

Andere slagaders die meestal afkomstig zijn uit de arteria femoralis zijn de arteria epigastria superficialis, arteria circumflexa ilium superficialis, arteria pudendi externa superficialis, arteria pudendi externa profunda en arteria descendens genus.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  2. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  3. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.