Arthrodira

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arthrodira
Fossiel voorkomen: Boven-Siluur - Devoon
Dunkleosteus, reconstructie
Dunkleosteus, reconstructie
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Chordata (chordadieren)
Onderstam: Vertebrata (gewervelden)
Infrastam: Gnathostomata (kaakdieren)
Klasse: Placodermi (placodermen)
Orde
Arthrodira †
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Arthrodira zijn een orde van uitgestorven vissen uit het Devoon, die behoren tot de placodermen. Net als andere groepen placodermen floreerden ze in het Midden- en Laat-Devoon en bezetten ze gedurende die tijdspanne van ongeveer 50 miljoen jaar een groot aantal verschillende niches. De meeste soorten waren predatoren, maar er zijn ook herbivore en planktonivore soorten bekend.

Sommige fossielen van placodermen uit het Boven-Siluur zijn bij de Arthrodira ingedeeld, maar dit is omstreden. De meeste soorten kwamen uit het Midden- en Boven-Devoon. Ze stierven uit tijdens de Laat-Devonische extinctie gedurende het Famennien.

Kenmerken[bewerken]

Reconstructie van Heterostius ingens, een Arthrodirum uit het Midden-Devoon, gevonden in Estland.

Arthrodira hadden een benen pantserplaat om de kop en een andere plaat die de ribbenkast omspande. Deze twee platen zaten niet aan elkaar, zodat de kop kon bewegen. Net als andere placodermen hadden ze geen tanden, maar dienden de scherpe uiteinden van de pantserplaat bij de kaak dezelfde functie. De ogen werden beschermd door een benen ring, een adaptatie die later ook bij vogels en zeereptielen ontstond. Vroege Arthrodira, zoals Arctolepis, waren platte dieren die waarschijnlijk op de bodem leefden. Sommige latere soorten pasten zich aan aan de hogere delen van de waterkolom. Het grootste geslacht was Dunkleosteus, die tot 8 meter lang kon worden. Homostius, Heterostius en Titanichthys werden ook langer dan 5 meter. De meeste soorten werden echter nog geen meter lang. De in Australië gevonden Rolfosteus is de kleinst bekende soort en werd slechts 15 cm lang.

Hoewel het bouwplan van de Arthrodira onveranderlijk bleef, nam hun diversiteit gedurende het Devoon toe. Ze waren een van de meest succesvolle ordes van dieren van deze periode. Terwijl sommige soorten (zoals Dunkleosteus) top-predators waren, waren andere detritivoren die op de zeebodem leefden. In tegendeel tot wat het zware pantser doet vermoeden waren sommige soorten snelle zwemmers. De hypothese dat ze uitstierven omdat ze de concurrentie met de modernere kraakbeenvissen, die opkwamen tijdens het late Devoon, niet aankonden, is daarom tegenwoordig achterhaald.

Van sommige soorten, zoals Incisoscutum ritchiei is bekend dat de bevruchting inwendig verliep via een klasper. Mogelijk waren ze levendbarend (viviparie, vergelijkbaar met sommige soorten haaien tegenwoordig).