Arthur Seyss-Inquart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arthur Seyss-Inquart
Seyss-Inquart tijdens de Anschluss in Wenen (1938)
Seyss-Inquart tijdens de Anschluss in Wenen (1938)
Geboren 22 juli 1892
Stannern, Oostenrijk-Hongarije
Overleden 16 oktober 1946
Neurenberg, Geallieerde bezettingszones in Duitsland
Begraven uitgestrooid in de rivier Isar
Religie rooms-katholiek (opgevoed)
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Flag of Austria.svg Oostenrijk
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren  ???? - 1945
Rang SS-Obergruppenführer Collar Rank.svg SS-Obergruppenführer
Eenheid Schutzstaffel
Leiding over Rijkscommissaris für die besetzten Niederlande mei 1940 - mei 1945
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Kruis voor Oorlogsverdienste
Ander werk Advocaat

Arthur Seyss-Inquart (Duits: Seyß-Inquart), geboren als Artur Zajtich[1] (Stannern, 22 juli 1892Neurenberg, 16 oktober 1946), was een Oostenrijks jurist en nazi-politicus. Hij behoorde aanvankelijk tot de gematigde vleugel van de Oostenrijkse nazi's, maar later ontpopte hij zich in het bezette Nederland als hardliner.

Seyss-Inquart bevond zich onder de 22 oorlogsmisdadigers die tijdens het Proces van Neurenberg werden berecht. Hij werd op 1 oktober 1946 op drie van de vier aanklachten schuldig bevonden en ruim twee weken later ter dood gebracht.[2]

Familie[bewerken]

Seyss werd in het voormalig Duitstalige stadje Stannern (thans Stonařov) in zuidwestelijk Moravië, provincie van de multi-etnische dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, geboren als zoon van de docent klassieke talen Emíl Zajtich (later Emil Seyß, daarna Seyss-Inquart, geboren te Jaroslau, Galicië in 1840 en overleden in Wenen in 1920[3]) en diens echtgenote Auguste Hyrenbach. Zijn vader was deels van Tsjechische afkomst, zoals vele Duitstaligen in deze regio, en rooms-katholiek van geloof, terwijl zijn moeder uit een voornamelijk etnisch Duits geslacht kwam en het protestants-lutherse geloof aanhing.[4] Seyss-Inquart was het zesde kind, zijn oudere broers/zussen waren Hedwig, Richard († 1941, was gepromoveerd in de opvoedkunde, justitieel directeur van de jeugdgevangenis Wenen-Simmering tot 1939 en gold als zachtaardige jeugdwerker[5]), Irene, Henriette en Robert.

In 1907 verhuisden zijn ouders met hun gezin naar Wenen, waar het gezin in datzelfde jaar, onder invloed van de liberaal-nationalistische Duitse tendensen (zie Georg von Schönerer) in de Oostenrijkse rijkshoofdstad, de Tsjechische naam Zajtich (al voor 1900 door vader Emil als Seyß gevoerd en geschreven) officieel ambtelijk in het Duitser klinkende Seyss-Inquart liet veranderen tegen een aanzienlijk bedrag. Seyss-Inquart probeerde zijn West-Slavische wortels te verbergen, hoewel hij deze gemeen had met vele leidende nationaalsocialisten in het multiculturele Wenen.

In 1911 leerde Arthur zijn latere partner Gertrud Maschka kennen. Het paar trouwde in 1916 en kreeg drie kinderen: Ingeborg Caroline Auguste (1917), Richard (1921) en Dorothea (1928).

Vroege carrière[bewerken]

Hij studeerde rechten. Zijn tweede en laatste juridische staatsexamen deed hij met goed gevolg in 1917 op 25-jarige leeftijd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij als militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger in Rusland, Roemenië en Italië. In de jaren twintig en dertig was hij werkzaam als advocaat. Vanaf 1931 maakte hij deel uit van nazistische Oostenrijkse groeperingen. In 1934 begon zijn politieke loopbaan toen hij medewerkend lid werd van het kabinet van Engelbert Dollfuss. Seyss was slechts passief betrokken bij de geslaagde nazimoordaanslag op de katholieke en antinazistische Oostenrijkse bondskanselier Dollfuss in datzelfde jaar. Deze moordaanslag werd met geheime steun van Duitsland voltrokken, terwijl de Italiaanse dictator Mussolini toen nog vijandig tegenover de nazi's stond en het corporatistische Oostenrijk ter hulp wilde schieten in geval van een Duitse inval.

Anschluss[bewerken]

In 1938 werd hij onder de enorme druk en dreiging van de Duitse dictator Adolf Hitler tot minister van Binnenlandse Zaken in het Oostenrijkse kabinet van Kurt Schuschnigg benoemd.

In datzelfde jaar speelde hij een belangrijke rol bij de aansluiting (de zogeheten Anschluss) van Oostenrijk bij Duitsland (zgn. Groot-Duitse oplossing). Onder dwang en dreiging van de zijde van de nationaalsocialistische Duitse Rijksregering benoemde president van Oostenrijk Wilhelm Miklas hem midden maart 1938 tot bondskanselier, waarna hij de Duitse troepen zonder enige militaire tegenstand binnen liet trekken. Seyss-Inquart was slechts een paar dagen bondskanselier. Hitler benoemde hem zeer kort daarna tot rijksstadhouder van het geannexeerde Oostenrijk (Ostmark), wat hij tot eind april 1939 bleef.

Op 1 mei 1939 werd de Oostenrijkse regering opgeheven. Op diezelfde datum werd Seyss-Inquart rijksminister zonder portefeuille, een functie die hij formeel tot het einde van de oorlog in 1945 bleef bekleden. Later in 1939, na de inval in Polen, werd hij ook plaatsvervanger van gouverneur-generaal Hans Frank van de bezette Poolse gebieden.

Rijkscommissaris van Nederland[bewerken]

Seyss-Inquart spreekt de Ordnungspolizei toe in Den Haag (1940)
Pagina 1 van de door Hitler ingestelde decreten met links de Duitstalige verordening en rechts de Nederlandse vertaling. Dit supplement was achterin het wetboek toegevoegd.

In 1940 werd hij rijkscommissaris (officieel voluit Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete) van het door de Duitsers bezette Nederland en in de Ridderzaal officieel door de Duitse Wehrmachtgeneraals, Nederlandse en Duitse ambtenaren ingehuldigd. Deze verplaatsing van Wenen naar Den Haag werd overigens door velen als degradatie gezien. Seyss stond binnen de NSDAP als te gematigd bekend om de 'joodse problematiek' in Wenen op te lossen. De aanstelling werd als decreet aan de Nederlandsche wetboeken toegevoegd onder 'decreet 1, artikel 6'.

Seyss-Inquart liep mank door een val tijdens een beklimming van de Ortler. Eerst probeerde hij met zachte hand de Nederlanders voor het nationaalsocialisme te winnen, onder meer door publieke optredens, strikte normen voor Duitse soldaten en het oprichten van Duits-Nederlandse vriendschapsinitiatieven. Maar na de Februaristaking in 1941 voerde ook Seyss-Inquart -die onder druk werd gezet door de SS- de Duitse onderdrukking sterk op. Toen de oorlog langzamerhand verloren was, trad hij steeds harder en fanatieker op tegen het Nederlandse ondergrondse verzet. Verschillende keren heeft hij wel geprobeerd om harde wraakmaatregelen van de SS uit te stellen of te verbieden, wat vanwege Himmlers invloed steeds moeilijker werd.

In december 1942 werd het gerucht verspreid dat zijn dochter door verzetsstrijders ontvoerd was. Seyss-Inquart had de waarschuwing gekregen dat zijn dochter hetzelfde lot zou ondergaan als een gijzelaar terechtgesteld werd. Er was twijfel over de juistheid van het gerucht, maar het was een feit dat er in die maanden geen enkele gijzelaar gefusilleerd werd. Het gerucht was waarschijnlijk vals.

Hij was verantwoordelijk voor de deportatie van meer dan honderdduizend Joden naar de concentratiekampen en vernietigingskampen. Hoewel hij wist van de Jodenvervolgingen en werkkampen (onder meer Westerbork), beweerde hij tijdens het Proces van Neurenberg dat, als hij op de hoogte was gebracht van het bestaan van daadwerkelijke vernietigingskampen in Oost-Europa, hij alles zou hebben gedaan om deze deportaties te voorkomen. Bij Himmler heeft hij - dat staat vast - verschillende pogingen ondernomen om een einde te maken aan de Jodenvervolgingen met als argument dat dit tijdens de oorlog alleen maar tot onnodige onrust leidde, in zowel de materiële productie als onder de rest van de "Arische" bevolking. Hij verzette zich echter niet daadwerkelijk tegen zijn superieuren, vermoedelijk uit carrièrezucht en vanwege praktische onmogelijkheid zonder afzetting tot gevolg.

In de laatste dagen van de oorlog was Seyss-Inquart persoonlijk betrokken bij onderhandelingen met de geallieerden over voedseldroppings in de grote steden van West-Nederland. Tijdens een ontmoeting in Achterveld op 30 april 1945 weigerde Seyss-Inquart zich over te geven, terwijl hij wist dat de oorlog verloren was. Deze weigering leidde tot irritatie bij de Amerikaanse generaal Walter Bedell Smith, die Seyss-Inquart de woorden toevoegde: "Jij wordt hoe dan ook doodgeschoten", waarop Seyss-Inquart antwoordde "Dat laat me koud." Hierop sprak Bedell Smith de woorden: "Dat zal het zeker doen!"[6]

Toen de oorlog verloren was, keerde Seyss-Inquart vanuit Flensburg, waar hij met de Duitse regering van admiraal Dönitz had overlegd, per duikboot terug naar het nog "bezette" Nederland. Op 8 mei werd hij door de Canadese marine gearresteerd en wekenlang vastgehouden in een speciaal gevangenhuis in de Twentse stad Delden, vlak bij het kasteel Twickel waar hij een buitenverblijf had.

Seyss-Inquart woonde tijdens zijn verblijf in Nederland op het landgoed Clingendael te Wassenaar. Hij liet daar onder meer de grafstenen van de hondengraven plat leggen uit angst dat zich sluipmoordenaars achter die stenen zouden verstoppen. Ook liet hij tussen Clingendael en het Haagse Landgoed Oosterbeek de commandobunker bouwen die nog vlak naast de Julianakazerne te zien is. Deze bunker kreeg een puntdak, zodat hij vanuit de lucht op een huis leek. Na Dolle Dinsdag verhuisde hij met zijn gezin naar Landgoed Spelderholt in Beekbergen waar het rustiger was.

Proces van Neurenberg[bewerken]

Arthur Seyss-Inquart als aangeklaagde tijdens een schorsing van zijn proces in Neurenberg

Gedurende de Processen van Neurenberg werd Seyss-Inquart verdedigd door Gustav Steinbauer en werd hij beschuldigd van samenzwering, het plegen van misdaden tegen de vrede, de planning, het initiëren en voeren van oorlogen van agressie, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

In 1946 werd hij tijdens het Proces van Neurenberg ter dood veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid (Jodendeportaties, executie van veroordeelde verzetslieden, toestaan van wraakacties tegen 'anti-Duitse' prominente Nederlanders). In de vlak voor zijn dood geschreven brieven aan zijn pater-biechtvader (Bruno Spitzl) legde de later herbekeerde katholieke Seyss-Inquart min of meer een schuldbekentenis af, vooral over zijn optreden tegen Nederlandse burgers en het toestaan van de Jodendeportaties naar Oost-Europa. Hij werd op 16 oktober 1946 te Neurenberg opgehangen. Zijn laatste woorden waren: "Ik hoop dat deze executie de laatste daad van de tragedie van de Tweede Wereldoorlog zal zijn en dat de les die uit deze wereldoorlog geleerd is, moge zijn dat vrede en begrip tussen de verschillende volkeren moet bestaan. Ik geloof in Duitsland."

Zijn as werd verstrooid in de rivier de Isar om te voorkomen dat zijn graf een samenkomstplaats voor oud-nationaalsocialisten zou worden.

Voor zijn proces werd, net als bij de andere gearresteerde nazi's, een IQ-test uitgevoerd onder leiding van de Amerikaanse legerpsycholoog Gustave Gilbert. Seyss-Inquart scoorde hierop 141, wat na Hjalmar Schacht, minister van Economische Zaken van nazi-Duitsland, de hoogste uitslag was.

Militaire loopbaan[bewerken]

Registratienummers[bewerken]

Decoraties[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Zijn naam werd door de Nederlanders opzettelijk verbasterd tot Zes en een kwart.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Persico, J.E. (1994). Nuremberg: Infamy on Trial. Pagina 214
  2. Vonnis 18 Arthur Seyss-Inquart op 1 januari 1946 (incl. de vier aanklachten), Go2War2, 31 okt 2008
  3. Biographisches Lexikon zur Geschichte der böhmischen Länder (2003), Volume 4 Door Heribert Sturm, Ferdinand Seibt, Slapnicka, p. 53
  4. WB MAGAZIN (November 2007).
  5. Memorial Ebensee, Nr 75, 'Richard Seyss-Inquart galt als gütiger Pädagoge'
  6. (en) United States Army in World War II: Civil affairs: soldiers become governors
  7. a b c d e f g h http://www.geocities.com/~orion47/REICH-GOVERNMENT/ReichskomHoll.html
Wikiquote Wikiquote heeft een collectie Engelse citaten gerelateerd aan: Arthur Seyss-Inquart
Voorganger:
Kurt Schuschnigg
Bondskanselier van Oostenrijk
1938
Opvolger:
Karl Renner (1945)
Voorganger:
Joachim von Ribbentrop
Rijksminister van Buitenlandse Zaken van Duitsland
1945
Opvolger:
Lutz Schwerin von Krosigk