Artikel 9 van de Japanse Grondwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Artikel 9 van de Japanse Grondwet is een bepaling in de Japanse Grondwet die oorlogvoering door de staat verbiedt, naar aanleiding van Japans rol in de Tweede Wereldoorlog. De grondwet werd van kracht op 3 mei 1947. In de tekst van het artikel doet Japan formeel afstand van het soeverein recht tot oorlogvoering en verbiedt het het beslechten van internationale conflicten door middel van geweld. Het artikel dicteert ook dat er in Japan geen gewapende machten met capaciteit voor oorlogvoering mogen bestaan. Ondanks deze bepaling bestaan wel de Japanse Zelfverdedigingskrachten (JSDF), een de facto leger dat wordt ingezet bij vredesoperaties.

Aanleiding[bewerken]

De pacifistische bepaling werd tijdens de bezetting van Japan ingevoerd. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd door de Volkenbond als een groot eigen falen gezien en leidde tot de observatie dat het onmogelijk maken van oorlog niet mogelijk was zonder dat landen hun krijgsmachten vrijwillig inperkten.

De oorsprong van het artikel wordt betwist. Douglas MacArthur, Supreme Commander of the Allied Powers, meende dat het een voorstel was van de toenmalige minister-president van Japan, Kijuro Shidehara. Shidehara was een uitgesproken pacifist en was van mening dat het na de oorlog zinloos zou zijn als Japan nog een leger zou hebben, vooral omdat een ondermaats leger de steun van het volk niet zou hebben. Bovendien zou het hebben van enige vorm van een strijdkracht kunnen leiden tot obsessie met de herbewapening van Japan.

Discussie[bewerken]

Ondanks het verbod op het houden van een strijdkracht is Japan de Japanse Zelfverdedigingskrachten rijk. Deze bestaan uit een landmacht, luchtmacht en een marine die bij elkaar iets meer dan 200.000 manschappen hebben. Omdat artikel 9 het hebben van zulke manschappen verbiedt, zijn het juridisch gezien slechts uitbreidingen van de nationale politie. De letterlijke tekst van artikel 9 verbiedt het hebben van gewapende machten met de capaciteit voor oorlogvoering. "Capaciteit voor oorlogvoering" wordt door de Japanse overheid uitgelegd als "meer kracht hebbende dan minimaal is vereist voor redelijke zelfverdediging". Deze uitleg is door de Japanse Hoge Raad meerdere malen goedgekeurd. Desalniettemin bestaat er tegen de JDSF enige weerstand. Sommige Japanners zijn van mening dat Japan compleet pacifistisch moet zijn en dat de zelfverdedigingskrachten ongrondwettelijk zijn. Deze mening wordt vertegenwoordigd door de Sociaal-Democratische Partij van Japan. Anderen, waaronder de Liberaal-Democratische Partij van Japan en de Democratische Partij van Japan zijn juist van mening dat het artikel Japan te veel beperkt. Het bestaan van de JDSF zou gerechtvaardigd zijn om binnenlands de openbare orde te handhaven en beide partijen hebben voorgesteld om een amendement te maken dat Japan in staat stelt zich te beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Minder vertegenwoordigd in de politiek maar wel prominent in het burgerlijk debat is de nationalistische opvatting dat Japan artikel 9 zou moeten verwerpen en zich zou moeten herbewapenen om de trots en de strijdbaarheid van het land te herstellen. Onder andere oud-premier Shinzo Abe was voorstander van deze gedachtegang.[1]

Bronnen, noten en/of referenties