Artillerie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Artillerie
Artillerie tijdens de Napoleontische Oorlogen
Artillerie tijdens de Napoleontische Oorlogen
Type Diverse soorten, waaronder geschut
Land van oorsprong Europa
Dienstgeschiedenis
In dienst Vanaf de Middeleeuwen
Gebruikt door Diverse volkeren
Oorlogen Vrijwel alle oorlogen sinds de Middeleeuwen
Productiegeschiedenis
Ontwerper Verschillend
Producent Verschillend

Artillerie of geschut is in de krijgsmacht het wapen dat vuursteun geeft aan de eigen troepen. Historisch bestaan er vele types van artillerie-eenheden, afhankelijk van hun specialiteit of specifieke opdracht, zoals veldartillerie, vestingsartillerie, kustartillerie, belegeringsartillerie. In 1916 ontstaan de eerste luchtdoelartillerie-eenheden. Bij de moderne artillerie maakt men nog slechts onderscheid tussen veldartillerie, rijdende artillerie en luchtdoelartillerie.

Men onderscheidt krombaangeschut (houwitsers en mortieren) en vlakbaangeschut (kanonnen). Tot de artillerie worden ook gerekend de raketten, geleid en ongeleid, die in het veld worden gebruikt. Men catalogeert de artillerie ook dikwijls naargelang de stukken getrokken of zelfaangedreven zijn (gemechaniseerde artillerie). Getrokken artillerie wordt verplaatst met behulp van vrachtwagens of rupsvoertuigen, z.g. artillerietrekkers. Gemechaniseerde artillerie bestaat veelal uit een of meerdere vuurmonden die op een gepantserd onderstel zijn gemonteerd.

Nederland[bewerken]

De Nederlandse Landmacht kent drie artilleriekorpsen: het Korps Veldartillerie, het Korps Rijdende Artillerie ("Gele Rijders") en het Korps Luchtdoelartillerie.

Veldartillerie: Het Nederlandse leger gebruikte voorheen gemechaniseerde vuurmonden van het type M109 (en daarvoor ook de AMX-PRA en M107/M110). Bij de AMX-PRA en M-109 bevond het geschut zich in een gesloten geschutkoepel, zodat de voertuigen veel weg hebben van een tank. Deze gepantserde en gemechaniseerde artilleriestukken worden daarom ook wel pantserhouwitser genoemd. De M-107/M-110 waren wel gemechaniseerd maar hadden geen geschutskoepel. In het verleden zijn ook getrokken vuurmonden (onder andere de M-114 en FH-70) in de bewapening geweest. Deze stukken werden door middel van een artillerie trekker verplaatst. Mortieren zijn een lichtere vorm van artillerie, vaak in gebruik bij de ondersteuningseenheden van (pantser-) infanterie-eenheden. Gedemonteerd kan een mortier (60 of 81mm) door infanteristen worden vervoerd en snel worden opgezet. De zwaardere (120 mm) mortieren worden getrokken door een softtop wielvoertuig.

De Korpsen Veldartillerie en Rijdende Artillerie zijn na reorganisatie in 2011 (14e Afdeling Veldartillerie en 11 Afdeling Rijdende Artillerie). gereorganiseerd tot 1 vuursteuncommando. (VustCo) De Alfa en Bravo batterijen elk met 6 maal 155mm Panzerhaubitze 2000 en de Charlie batterij met 120mm mortieren. Overkoepelend is de ondersteuningsbatterij welke voor de randvoorwaarden zorgt. Het VustCo is gelegerd op de Luitenant-Kolonel Tonnetkazerne (LTK) en op de Legerplaats bij Oldenbroek (LBO) in 't Harde

Met de M109 lag het maximale bereik op ongeveer 18 km, met de Pantserhouwitser 2000 neemt dit bereik toe tot 40 km. Daarvoor heeft de PzH2000NL een 155mm schietbuis met een 24 liter grote kruitkamer als standaard. Verder beschikt de Nederlandse artillerie over speciale langedracht munitie. Eind 2006 heeft men de beschikking gekregen over de DM131 granaat (een Insensitive High Explosive granaat) met "baseburn" en nieuwe modulaire voortdrijvende ladingen. Deze langedracht munitie is alleen beschikbaar in missiegebieden. De combinatie van de schietbuis en deze munitie maakt het mogelijk te schieten tot afstanden van 40 km of meer.

Door de kromme baan en de grote schootsafstanden is het mogelijk om doelen te treffen die vanaf de stukken niet zichtbaar zijn. Om toch het vuur te kunnen leiden gebruikt men voorwaartse waarnemers in het voorterrein, uitgerust met radio's, optische waarnemingsmiddelen en laserafstandmeters, veelal maken waarnemersgroepen gebruik van de Fennek of softtop wielvoertuigen. Uitgestegen waarnemen behoord ook tot de mogelijkheden. Verder kunnen doelen worden opgespoord door onbemande vliegtuigen, (UAV's) mortieropsporingsradar of radiopeilstations. Met de invoering van het nieuwe wapensysteem PzH2000NL is ook het AFSIS (Advanced Fire Support Information System) geïntroduceerd. Dit programma is actief op het BMS (Battlefield Management System) welke de gebruiker in staat stelt digitaal informatie binnen de gehele vuursteun te kunnen verspreiden. De landmacht heeft naast de PZH2000 (155mm), ook nog mortieren van 60, 81 en 120 mm in gebruik. Daarnaast zijn er diverse typen antitankraketten. Wat betreft de als artillerie ingezette raketten gebruikte het Nederlandse leger vroeger de Honest John en Lance en tot enige tijd geleden nog de MLRS. Van 1986 tot 2005 had de Koninklijke Landmacht nog 22 MLRS raketlanceervoertuigen in zijn arsenaal. Alle 22 MLRS systemen zijn verkocht aan het Finse leger.

Luchtdoelartillerie: Zowel Lucht- als Landmacht beschikt over luchtdoelartillerie. Met het opheffen van 105 Luchtdoelartilleriebatterij zijn de laatste kanonsystemen uitgefaseerd en beschikt de krijgsmacht alleen over raketsystemen. De Landmacht beschikt over Stinger luchtdoelraketten gemonteerd op de Fennek en op de MB Stinger light. De luchtmacht beschikt over de draagbare Stinger luchtdoelraket. Patriot luchtdoelraketten hebben inmiddels het verouderde HAWK-raketysteem volledig vervangen. In 2009 zijn de eerste NASAMS luchtdoelraketten geleverd voor luchtverdediging op middellange afstand. Op deze manier kan er een zeer dicht systeem worden opgesteld met de Stinger voor korte afstand, de NASAMS voor middellange afstand en de Patriot voor lange afstand.

Marine: Bij de marine is de taak van (scheeps-)artillerie grotendeels overgenomen door lucht- en zeedoelraketten, maar men kent nog geschut van 127 mm (5 inch), 76 mm (3 inch), 30 mm en 12.7 mm (0.5 inch). Snelvuur geschut lichter dan 57 mm wordt bij de marine vaak mitrailleur genoemd. Merk ook op dat men bij het landleger in het meervoud spreekt over kanonnen, bij de marine echter over kanons. Het Korps Mariniers heeft 60 mm, 81 mm en 120 mm mortieren en antitankraketten.

België[bewerken]

In de Belgische krijgsmacht heeft het wapen der artillerie drie eenheden: het Franstalige 1e Regiment Veldartillerie (1 A) te Bastenaken, het Nederlandstalige 2e Regiment Veldartillerie (2 A) te Helchteren/Brasschaat en het 14e Regiment Luchtdoelartillerie (14 A) in Lombardsijde (Nieuwpoort). De Artillerieschool die instaat voor de opleiding van de artilleristen bevindt zich te Brasschaat. Bij de veldartillerie werd de gemechaniseerde 155mm M109 houwitser omstreeks 2005 vervangen door getrokken stukken 105mm LG1 MkII van het Franse merk GIAT en door mortieren 120mm MO-120-RT. De luchtdoelartillerie is uitgerust met draagbare grond-lucht raketten van het type Mistral.

Het 2e Regiment Veldartillerie heeft tevens een batterij paracommando om de luchtmobiele capaciteit te verzekeren.

Geschiedenis[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • 1939. J.K.H. de Roo van Alderwerelt. 1814-1939. De grootmeester en de inspecteurs der artillerie van de Koninklijke Landmacht van 1814 tot 1939. Koninklijke Vereniging Ons Leger.