Aseksualiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Seksuele diversiteit
Lijn

Algemeen
Seksualiteit / Gender

Verzamelbegrippen
Holebi / LGBT
Parafilie

Naar geslacht
Aseksualiteit
Biseksualiteit
Heteroseksualiteit
Homoseksualiteit
Panseksualiteit
Poliseksualiteit
Transseksualiteit

Naar rolmodel
Androgynie
Polyamorie
Queer
Transgenderisme
Travestie

Naar leeftijd
Efebofilie
Gerontofilie
Pederastie
Pedofilie

Naar object
Fetisjisme
BDSM/Sadomasochisme
Infantilisme

Aseksualiteit is, in de breedste zin van het woord, het gebrek aan seksuele aantrekking of interesse in seksuele handelingen. Omdat aseksualiteit aangeboren of in elk geval diepgeworteld is, is het vergelijkbaar met een seksuele voorkeur of geaardheid. Door sommigen wordt het ook wel gezien als het gebrek aan een seksuele geaardheid. Een vaak aangehaalde studie stelt het percentage aseksuelen op 1% van de bevolking.

Aseksualiteit verschilt van vrijwillige en bewuste vormen van seksuele onthouding, zoals het celibaat, en van gedwongen afzien van seks als gevolg van ziekte. Aseksualiteit komt in vele vormen voor. Zo kunnen sommige aseksuelen, ondanks het ontbreken van seksuele interesse, toch bepaalde vormen van seks hebben. Een algemeen aanvaarde wetenschappelijke definitie ontbreekt echter nog.

Naast deze aseksualiteit bij mensen bestaat er bij bepaalde organismen aseksuele voortplanting.

Verspreiding van aseksualiteit[bewerken]

Halverwege de twintigste eeuw beoordeelde Alfred Kinsey individuelen op een schaal van 0 tot 6 op basis van hun seksuele geaardheid van heteroseksueel tot homoseksueel. Hij had ook een categorie "X" zonder seksuele contacten of reacties. Hij labelde 1,5% van de mannelijke populatie als X. In Kinseys tweede boek, Sexual Behavior in the Human Female, bracht hij verslag uit van de onderverdeling van groep X. Ongetrouwde vrouwen:14-19%, getrouwde vrouwen:1-3%, voorheen getrouwde vrouwen: 5-8%, ongetrouwde mannen: 3-4%, getrouwde mannen: 0%, en voorheen getrouwde mannen: 1-2%.

Meer empirische data over aseksualiteit verscheen in 1994. Een onderzoeksteam uit het Verenigd Koninkrijk hield een enquête bij 18.876 Britten, vanwege de komst van een aids-pandemie. De studie bevatte een vraag over seksuele aantrekking, waarop 1,05% van de ondervraagden antwoordde geen seksuele aantrekking tot wie dan ook te hebben gehad.

De studie van dit fenomeen werd voortgezet door de Canadese seksualiteitsonderzoeker Anthony Bogaert in 2004, die aseksuelen bestudeerde in een serie studies. Bogaert geloofde dat de 1% geen accurate weergave was van de waarschijnlijk veel grotere fractie van de bevolking die zich zou kunnen identificeren als aseksueel, verwijzend naar het feit dat in de oorspronkelijke studie 30% koos deze niet in te vullen. Aangezien het waarschijnlijker is dat minder seksueel ervaren mensen een enquête over seks weigeren in te vullen, en aseksuelen vaak minder seksueel ervaren zijn dan seksuelen, is het waarschijnlijk dat de aseksuelen veel voorkwamen in de 30% die de studie had geweigerd, vergeleken met de 70% die de vragenlijst wel had ingevuld. Dezelfde studie vond dat de percentages voor homoseksuelen en biseksuelen samen ongeveer 1,1% was, veel minder dan in andere onderzoeken.

In 1994 in een in de Verenigde staten uitgevoerde studie die aseksualiteit weliswaar niet onderzocht, vulden sommige mensen in het afgelopen jaar geen seks of partner te hebben gehad: 11,9% van de volwassenen, 9,8% van de mannen en 13,6% van de vrouwen. Voor mensen zonder partner of seks in de afgelopen 5 jaar waren deze cijfers: 8,0% van de volwassenen, 7,1% van de mannen en 8,7% van de vrouwen. Tijdens het gehele volwassen leven was het aantal partners 0 voor 2,9% van de volwassenen, 3,4% van de mannen en 2,5% van de vrouwen.

Soorten aseksualiteit[bewerken]

Het Asexual Visibility and Education Network (AVEN) beschrijft 5 soorten of types van aseksualiteit bij mensen:[1]

Type A
Personen die wel een seksuele drift ervaren, maar zich niet seksueel tot andere personen aangetrokken voelen. Deze mensen hebben een zeker biochemische ervaring van seks, doen mogelijk ook aan masturbatie, maar zullen nooit met een andere persoon seksuele interactie hebben.
Type B
Personen die zich tot anderen aangetrokken voelen, maar geen seksuele drift ervaren. Deze mensen hebben wel diepere emotionele bindingen met anderen, houden ook wel van iemand anders, maar zonder de behoefte met zijn of haar geliefde ook seksuele interactie te hebben. Dit sluit lichamelijke tederheid overigens niet uit.
Type C
Personen die zowel seksuele drift ervaren als emotionele aantrekkingskracht van anderen, maar die desondanks geen seksuele interactie hebben. Zij kunnen wel masturberen en van iemand houden. Seksuele interactie met de geliefde en de liefde voor deze persoon zijn voor zulke mensen echter twee heel verschillende dingen die niet samengaan.
Type D
Personen die noch seksuele drift ervaren, noch emotionele aantrekkingskracht van anderen ervaren. Dit betekent echter niet dat deze mensen geen goede en/of emotionele vriendschappen kennen of hebben, maar ze hebben alleen niet de behoefte aan liefde of seksuele interactie.
Type E
Personen die slechts seksuele drift en aantrekkingskracht tot anderen ervaren als deze estetisch is, maar anders de sexualiteit als afstotend ervaren. Dit betekent echter niet dat deze mensen geen goede en/of emotionele vriendschappen kennen of hebben, maar ze hebben alleen niet de behoefte aan onestetische seksuele interactie. Dit wordt ook wel estetische asexualiteit genoemd.

Romantische relaties[bewerken]

Ondanks een beperkte of geheel afwezige interesse in seks, heeft een deel van de aseksuelen dus wel degelijk behoefte aan romantische relaties c.q. ervaart romantische aantrekkingskracht. Men verdeelt aseksuelen dan ook wel in romantische en niet-romantische aseksuelen. Voor wat betreft de romantische relaties kan een onderscheid worden gemaakt in de volgende vormen:

  • aromantisch: niet romantisch aangetrokken tot iemand van enig geslacht
  • heteroromantisch: romantisch aangetrokken tot mensen van het andere geslacht
  • homoromantisch: romantisch aangetrokken tot mensen van hetzelfde geslacht
  • biromantisch: romantisch aangetrokken tot mensen van beide geslachten
  • panromantisch: romantisch aangetrokken tot mensen van ieder (of geen) geslacht
  • transromantisch: romantisch aangetrokken tot mensen die van geslacht zijn veranderd
  • polyromantisch: romantisch aangetrokken tot mensen van meer dan een geslacht, zonder te bedoelen dat er maar 2 geslachten zijn

Onderzoek[bewerken]

Het Kinsey Instituut sponsorde een kleine studie over het onderwerp in 2007, die concludeerde dat mensen die zichzelf als aseksuelen beschouwden een stuk minder dwang voelden om seks te hebben met een partner, minder opgewonden raakten en lagere seksuele gevoelens hadden. Ze verschilden echter niet veel van niet-aseksuelen in hoe vaak ze masturbeerden.

Het in 1977 uitgegeven rapport getiteld "Asexual and Autoerotic Women: Two Invisible Groups", van Myra T. Johnson, is waarschijnlijk het eerste rapport gericht op aseksualiteit bij mensen. Johnson definieerde aseksuelen als mannen en vrouwen die ondanks fysieke of emotionele conditie, seksuele geschiedenis, burgerlijke staat of ideologie, liever geen seksuele handelingen verrichten. Ze vergeleek auto-erotische vrouwen met aseksuele vrouwen omdat de aseksuele vrouwen geen seksuele verlangens hebben, de autoerotische die wel hebben maar liever zichzelf bevredigen.

Johnsons bewijs bestaat vooral uit brieven, gevonden in vrouwenbladen en geschreven door aseksuele/auto-erotische vrouwen. Ze schildert ze af als onzichtbaar, onderdrukt door het geloof, dat ze niet bestaan en achtergelaten zijn door de seksuele revolutie en de feministische beweging. De maatschappij ontkent of negeert hun bestaan of staat erop dat ze zo zijn door geloofsovertuiging of neurotische of politieke redenen.

Symbolen[bewerken]

De aseksualiteit- of AVEN-driehoek

Aseksuelen hebben geen vaststaand of algemeen aanvaard symbool, zoals bijvoorbeeld de homogemeenschap de roze driehoek en de regenboogvlag heeft. Wel zijn er door de jaren heen voor aseksuelen verschillende symbolen in gebruik gekomen, de één meer bekend en populair dan de ander.

Een symbool dat het meest met de aseksuelengemeenschap wordt geassocieerd is de aseksualiteits- of AVEN-driehoek. Deze is oorspronkelijk ontworpen als logo van het Amerikaanse AVEN (Asexual Visibility and Education Network), een internetforum voor aseksuelen dat in 2001 is opgezet door David Jay.

De bovenkant van deze driehoek staat voor de schaal van Alfred Kinsey, waarbij de linkerpunt staat voor heteroseksualiteit en de rechterpunt voor homoseksualiteit. De onderste punt staat dan voor aseksualiteit. Het geleidelijke verloop van wit naar zwart symboliseert het "grijze gebied" dat tussen seksualiteit en aseksualiteit bestaat.[2] De driehoek wordt vaak gebruikt in combinatie met een paarse achtergrond of wordt afgebeeld met een paarse rand, waarbij het paars ook wel gezien wordt als symboolkleur voor aseksualiteit.

Omdat inmiddels duidelijk geworden is dat er zoveel verschillende vormen van (a)seksualiteit bestaan, dat deze niet in zo'n strak schema passen, wordt de driehoek tegenwoordig meer als symbool op zich gebruikt. Als variant wordt soms ook een hartvorm met een geleidelijk kleurverloop gebruikt.

Andere symbolen voor aseksualiteit zijn de Schoppenaas of Hartenaas, waarbij Aas (Engels: Ace) dan als afkorting gezien wordt van aseksualiteit (asexuality). Hartenaas wordt wel gebruikt voor romantische aseksuelen en schoppenaas voor niet-romantische aseksuelen.[3] Onder aseksuelen is dit echter zeker geen algemeen aanvaarde regel en beide tekens worden dan ook door elkaar gebruikt.

Ook (een plakje) cake wordt vrij regelmatig als symbool voor aseksualiteit gebruikt, dit naar aanleiding van de uitdrukking "cake is lekkerder dan seks" (cake is better than sex). Bovendien gaat er een gevoel van verwelkoming van uit.[4]. Zowel de afbeelding van een plakje cake als de AVEN-driehoek en de schoppenaas zijn afgebeeld geweest op T-shirts van AVEN-leden wanneer zij deelnamen aan Pride-optochten. Sommige aseksuelen dragen ook wel een zwarte ring om de middelvinger van hun rechterhand.[5]

De aseksualiteitsvlag

In augustus 2010 werd, na een consultatieproces waarin ook mensen van buiten de AVEN-gemeenschap en niet-engelssprekende landen werden betrokken[6], uit een veeltal van ontwerpen een vlag gekozen die symbool kan gaan staan voor aseksualiteit.[7] Deze vlag bestaat uit vier horizontale banen in de AVEN-kleuren, waarbij de zwarte baan staat voor aseksualiteit, de grijze voor demiseksuelen of "half-seksuelen" (Engels: grey-asexuality and the demisexuals), de witte voor seksualiteit en de paarse baan voor de AVEN-gemeenschap. De nieuwe vlag dringt langzaam door op verschillende websites en weblogs en is dan bijvoorbeeld te zien naast de vlaggen van andere seksuele minderheden.[8]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties