Assurbanipal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Assurbanipal / Aššur-bāni-apli
Assurbanipal als hogepriester.jpg
Koning van Assur
Koning van Babylon
Periode 669 - 627 v.Chr.
Voorganger Esarhaddon
Opvolger Assur-etil-ilani

Assurbanipal (Aššur-bāni-apli) (669627 v.Chr.) was de laatste grote heerser van Assyrië. Het was de koningin-moeder Naqi'a die de opvolging regelde. Zij plaatste haar kleinzoon Assurbanipal, die eigenlijk aangewezen was om over Babylon te heersen, op de troon. Waardevol te vermelden is dat hij, als een van de zeer weinige vorsten uit de oudheid, kon lezen en schrijven. Een oudere broer, Shamash-shum-ukin, werd onderkoning van Babylon, maar kwam in opstand. De opstand werd neergeslagen en Shamash-shum-ukin kwam om in de brand die zijn paleis in de as legde. Assurbanipal veroverde ook Egypte tot aan Thebe (ca. 667-664 v.Chr.). Zijn rijk strekte zich uit van Noord-Egypte tot Perzië. Tijdens zijn leven kon hij met moeite zijn rijk samen houden, (vooral de Babyloniërs maakten het hem moeilijk) en na zijn dood in 627 v.Chr. ging het rijk dan ook volledig te gronde.

Assurbanipal op jacht.
British Museum

Assurbanipal was niet alleen een militair. Hij was het die opdracht gaf van alle kleitabletten in het zuiden van zijn rijk kopieën te maken en die kopieën naar het noorden te brengen voor de Bibliotheek van Nineve, de eerste bibliotheek uit de geschiedenis, die bovendien voor de assyriologie van onschatbare waarde is.

Babylon en de grote Marduktempel werden hersteld en heropgebouwd door de energieke Esarhaddon en door Assurbanipal. Tegen het midden van de 7e eeuw v.Chr. betekende dit de opkomst van het nieuwe Babylon als een eigen groeiende macht. Zo bleek Assurbanipal dan tenslotte de laatste grote koning van het Nieuw-Assyrische Rijk te zijn.

Elam[bewerken]

Verwoesting van Susa

De verhouding met Elam werd steeds slechter tijdens zijn bewind. Aanvankelijk trachtte Assubanipal de goede betrekkingen met Elam die zijn vader tot stand gebracht had voort te zetten, maar toen hij in Egypte op veldtocht was, vielen de Elamieten Babylonië binnen.[1] Deze invasie werd snel afgeweerd. In de jaren erna kwam Tepti-Humban-Inshushinak (Te'umman) op de Elamitische troon, maar zijn rivalen weken uit naar het Assyrische hof. In 653 v.Chr. viel Te'umman Assyirisch gebied beoosten de Tigris binnen en werd in de slag van Til-Tuba op de oevers van de Ulai verslagen. Er is een reliëf in het British Museum dat deze slag in beeld brengt.[2][3] Daarna zette Assurbanipal vazalkoningen op de troon van Elam (Huban-nikaš II en Tammaritu I), De Elamieten bleven echter de Babyloniërs steunen Toen Shamash-shuma-ukin van Babylon tegen zijn broer in opstand kwam, werd hij daarbij geholpen door de Elamieten en de Chaldeeën van het Zeeland onder leiding van Nabu-bel-shumati. De coalitie werd uiteindelijk verslagen en Babylon werd na twee jaar beleg ingenomen. Assurbanipal trachtte nu Tammaritu, een Elamitische prins op de troon van Elam te zetten, maar Humban-Haltash III wist dat te verijdelen en verleende asiel aan de Chaldese rebel Nabû-bēl-šumāti. In een brief,[4] in 1908 uit de privéverzameling geschonken aan het British Museum (BM 132980), die geschreven werd in het eponiem Nabû-nādin-aḫi (wrsch. 647 v.Chr.) richt Assurbanipal zich dreigend aan de 'Oudsten van Elam', mogelijk omdat de koning Huban-haltaš III al op de vlucht was. Hij waarschuwt daarin Elam:

Aanhalingsteken openen

Zend mij Nabû-bēl-šumāti en de zijnen en dan zal ikzelf je jullie goden sturen en vrede sluiten. Echter, als jullie dralen of geen gevolg geven hieraan, dan zweer ik bij Assur en mijn goden dat ik in het teken van de goden ervoor zal zorgen dat jullie toekomst jullie verleden zal zijn.

Aanhalingsteken sluiten

Er volgde opnieuw oorlog waarin de ene na de andere Elamitische stad ingenomen en geplunderd werd, eindigend in de inname en verwoesting van Susa zelf (646). De vernietiging van Elam was grondig en er is lange tijd gedacht dat er na deze tijd geen sprake was van een Elamitische staat. Dat is niet helemaal waar, er zijn na deze tijd nog wel een aantal lokale vorsten geweest. De rol van Elam in de grote politiek was echter voorgoed voorbij.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Gwendolyn Leick (1999) -Who's Who in the Ancient East.- ISBN 0-415-13230-4
  2. corbisimages
  3. (en) Elisa Girotto 2010 vimeo
  4. Matthew W. Waters - A letter from Ashurbanipal to the elders of Elam (BM 132980) - Journal of Cuneiform Studies, Vol. 54 (2002), pp. 79-86