Assurbanipal
| Assurbanipal | ||
| Koning van Assur Koning van Babylon |
||
| Periode | 669 - 627 v.Chr. | |
| Voorganger | Esarhaddon | |
| Opvolger | Assur-etil-ilani | |
Assurbanipal of Assoerbanipal (669 – 627 v.Chr.) was de laatste grote heerser van Assyrië. Het was de koningin-moeder Naqi'a die de opvolging regelde. Zij plaatste haar kleinzoon Assurbanipal, die eigenlijk aangewezen was om over Babylon te heersen, op de troon. Waardevol te vermelden is dat hij, als één van de zeer weinige vorsten uit de oudheid, kon lezen en schrijven. Een oudere broer, Shamashshumukin, werd onderkoning van Babylon, maar kwam in opstand. De opstand werd neergeslagen en Shamashshumukin kwam om in de brand die zijn paleis in de as legde. Assurbanipal veroverde ook Egypte tot aan Thebe (ca. 667-664 v.Chr.). Zijn rijk strekte zich uit van Noord-Egypte tot Perzië. Tijdens zijn leven kon hij met moeite zijn rijk samen houden, (vooral de Babyloniërs maakten het hem moeilijk) en na zijn dood in 627 v.Chr. ging het rijk dan ook volledig ten gronde.
Assurbanipal was niet alleen een militair. Hij was het die opdracht gaf van alle kleitabletten in het zuiden van zijn rijk kopieën te maken en die kopieën naar het noorden te brengen voor de Bibliotheek van Nineve, de eerste bibliotheek uit de geschiedenis, die bovendien voor de assyriologie van onschatbare waarde is.
Babylon en de grote Marduktempel werden hersteld en heropgebouwd door de energieke Esarhaddon en door Assurbanipal. Tegen het midden van de 7e eeuw v.Chr. betekende dit de opkomst van het nieuwe Babylon als een eigen groeiende macht. Zo bleek Assurbanipal dan tenslotte de laatste grote koning van het Nieuw-Assyrische Rijk te zijn.
| Zie de categorie Ashur-bani-pal van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |