Athanarik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Athanarik († 25 januari 381) was rechter van de Tervingi (Ostrogoten) van ca. 365 tot ca. 380 in het gebied Walachije en Bessarabië. In dezelfde tijd beklede Athanarik de functie van koning over de Visigothen. Rechter was een titel van de hoogste leider onder de Tervingi. Het is nog niet duidelijk of erfelijk koningschap was of niet.

Inhoud

[bewerk] Oorlog met Rome

We horen voor het eerst van Athanarik in het jaar 365. In dat jaar waren er invallen van de Goten ten zuiden van de Donau. Legeraanvoerder Procopius werd door keizer Valens uitgestuurd om zich met de invallen mee bezig te houden. Procopius liet zich echter tot keizer uitroepen en riep de Goten als foederati te hulp. Athanarik was in deze tijd woordvoerder van de Gotische koningen, en dus waarschijnlijk rechter. 3000 Goten werden hem toegestuurd, doch toen deze in Constantinopel aankwamen, bleek Procopius al overleden. Een usurpator Marcellus liet zich tot (tegen)keizer uitroepen met steun van de goten, maar ook hij overleed of moest aftreden. Hierna trokken de Goten zich naar hun eigen gebied terug, daar werden ze door Valens' troepen ingehaald en in diverse Thracische steden gevangen gezet. Athanarik eiste hun vrijlating en teruggave, doch dat gebeurde niet.

Keizer Valens bereidde een strafexpeditie tegen de Goten voor vanwege steun aan Procopius. Het argument van Goten dat ze slechts reageerden op wat leek een verzoek van Rome om troepen te leveren volgens het foederati-verdrag werd niet geaccepteerd door Valens. In 367 trokken de troepen van Valens de rivier de Donau over en drongen het Gotische gebied binnen. Athanarik trok met zijn troepen terug waardoor de Romeinen vernielingen konden aanrichtten in Walachije. Het jaar daarop stroomde de Donau over waardoor een aanval werd afgehouden. In 369 trokken de troepen de Donau over en vielen ze Bessarabië binnen. Het mondde zich uit tot een veldslag tussen de troepen van Valens en het halve leger van Athanarik. Hij verloor maar wist zich zodanig terug te trekken dat de verliezen beperkt bleven. In september werd tussen Valens en Athanarik vrede gesloten. Omdat Athanarik als rechter had gezworen geen Romeins gebied te betreden, werd de vrede ondertekend op een schip op de Donau. In deze vrede behielden de Goten hun status van 'foederati' en 'amici' (vrienden) van het Romeinse Rijk, maar de handel tussen de twee staten werd beperkt tot twee grensposten, en de jaarlijkse betaling van de Romeinen aan de Goten werd beëindigd.

[bewerk] Binnenlandse problemen

Na de overeenkomst getekend te hebben kon Atahanarik zich weer met binnenlandse problemen bezighouden. Tussen de jaren 369 en 372 kwam het tot een grote christenvervolging onder de Goten. Het christendom (zowel het katholicisme als het arianisme) was in de vierde eeuw bij de Goten in opkomst. Voor Athanarik en andere heidense Goten was het christendom niet alleen een bedreiging voor de stamgoden, maar christenen werden er ook van verdacht heimelijke handlangers van de Romeinen te zijn. Een eerdere christenvervolging (mogelijk geleid door Athanariks vader) had al rond 348 plaatsgevonden, en een groep Gotische christenen (waaronder Ulfila) leefde sindsdien in het Romeinse provincie Moesia (de Gothi minores). Elke stam moest een afgodsbeeld centraal stellen en iedereen moest daaraan offeren, wie weigerde moest ter dood gebracht worden.

Een Gotische prins, Fritigern, wilde de macht overnemen van Athanarik. Hij nam contact op met keizer Valens, en kreeg diens steun in ruil voor de belofte zich tot het (arianisch) christendom te bekeren. Tussen jaren 372 en 376 heerste een burgeroorlog tussen de aanhangers van Athanarik en die van Fritigern.

[bewerk] Inval van de Hunnen en levenseinde

In 376 nam Athanarik opnieuw de leiding tegen een buitenlandse vijand. De Greuthingi, die ten oosten van de Tervingi woonden, waren verslagen door de Hunnen, en vluchtten nu westwaarts het gebied van de Tervingi in. Athanarik nam stelling aan de grensrivier de Dnjepr. De Hunnen vielen Athanarik aan bij verrassing, en net als tegen Valens verloor Athanarik de veldslag, maar wist daarna te ontkomen zonder noemenswaardige verliezen. Athanarik begon verder westelijk aan de bouw van een verdedigingswal, maar werd opnieuw door de Hunnen aangevallen en verslagen.

Hierna stelde Fritigern voor om zich bij het Romeinse Rijk aan te sluiten. Het grootste deel van de Tervingi volgde zijn voorstel, en Alaviv en hij trokken naar de Donau. Hun groep vormt wat later bekend staat als de Visigoten. Athanarik en zijn mannen trokken naar een regio genaamd Caucaland, waarschijnlijk in Transsylvanië en veroverden het op de Sarmaten. In 380 werd Athanarik door zijn eigen mensen verdreven, waarschijnlijk onder invloed van Fritigern. Hij vluchtte naar Constantinopel, waar hij van keizer Theodosius I een vorstelijke ontvangst kreeg. Twee weken later echter, op 25 januari 381, stierf Athanarik. Hij kreeg een vorstelijke begrafenis van de keizer.

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Herwig Wolfram: History of the Goths
Peter Heather: Goths and Romans 332-489


 
Persoonlijke instellingen