Athyrium flexile

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Athyrium flexile
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Clade: Tracheophyta
Clade: Euphyllophyta
Clade: Monilophyta
Klasse: Polypodiopsida
Orde: Polypodiales
Familie: Athyriaceae (Wijfjesvarenfamilie)
Geslacht: Athyrium
Soort
Athyrium flexile
Tausch ex Opiz (1820)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Athyrium flexile is een varen uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae). Het is een soort die endemisch is in Schotland.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniem: Athyrium distentifolium var. flexile
  • Engels: Newman's Lady-fern

De botanische naam Athyrium is afkomstig van het Oud-griekse athyrium (kleine deur), wat slaat op de dekvliesjes die als een deurtje aan een scharnier zijn opgehangen.

Kenmerken[bewerken]

Athyrium flexile lijkt zeer sterk op de zustersoort Athyrium distentifolium, zodat vele botanici ze als een variëteit (var. flexile) van deze laatste beschouwen[1][2]. A. distentifolium komt in gebergtes over heel Europa voor. De verschillen zijn relatief: A. flexile blijft gemiddeld kleiner, maar heeft meer bladen en produceert meer sporen dan A. distentifolium. Ook bij het prothallium zijn er verschillen te vinden.

De oorzaak is een mutatie van één enkel gen, met effecten op zowel de sporofyt- als de gametofyt-fase van de varen[3] (pleiotropie).

Voorkomen[bewerken]

Athyrium flexile is een zeldzame varen, slechts bekend van vier plaatsen in het Cairngorm-gebergte in de Schotse Hooglanden, op puinhellingen van silicaatgesteente (graniet, kwartsiet), waar alpiene of arctische omstandigheden heersen en de planten gedurende zes of zeven maanden per jaar onder sneeuw bedolven zijn.[4][5]

Bronnen, noten en/of referenties