Atropoides nummifer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Atropoides nummifer
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2007)
Atropoides-nummifer-1.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Viperidae (Adders)
Onderfamilie: Crotalinae (Groefkopadders)
Geslacht: Atropoides
Soort
Atropoides nummifer
(Rüppell, 1845)
Afbeeldingen Atropoides nummifer op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Atropoides nummifer op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Atropoides nummifer is een giftige slang in de familie der adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae).[2]

Verspreiding en habitat[bewerken]

Leefgebied

Atropoides nummifer wordt gevonden in het oosten van Mexico, het zuiden van Belize en verder in Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica en Panama. Het leefgebied bestaat uit bosrijke gebieden zoals nevelwouden en regenwouden. De slang kan worden aangetroffen tot op een hoogte van ongeveer 1600 meter boven zeeniveau.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De slang heeft een robuust lichaam en een korte staart. De kop is breed en zoals bij veel addersoorten pijlvormig. Van achter de ogen tot aan de nek loopt een brede zwarte streep. Het lijf van de slang is groen-grijs gekleurd met grote bruine vlekken op het midden van de rug. De buitenkant van de bruine vlekken hebben vaak een donkerbruine omlijning. De kin, keel en de buik zijn licht beige van kleur. Richting de staart zijn er vaak kleine donkere vlekken op de onderkant van de buik. Jonge slangen hebben een helder gele staartpunt welke ze bewegen als een worm om prooi zoals kikkers en hagedissen te lokken.

De maximale lengte van de slang bedraagt zo'n 80 centimeter. De meeste exemplaren worden echter niet langer dan 45 tot 65 centimeter.

Gedrag[bewerken]

Zodra de slang zich bedreigd voelt voert de slang een indrukwekkende vertoning uit. Hij houdt zijn bek continu gericht op de indringer met de mond ver opengespreid. Als dit nog niet voldoende indruk geeft bijt de slang snel toe. In andere talen wordt de soort wel met 'springende adder' aangeduid. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden kan de slang niet vliegen of springen. In het verleden dacht men zelfs dat deze slang zich zelf in de lucht lanceerde om het prooi of de indringer te bijten. De slang kan snel toehappen maar de afstand waarop de slang kan toeslaan is maximaal zijn halve lichaamslengte.

Voedsel[bewerken]

De meeste addersoorten hebben een fractie van een seconde nodig om toe te bijten, het gif in het prooi te spuiten en weer los te laten. Op deze manier lopen ze weinig kans op verwondingen. Atropoides nummifer gebruikt echter een andere techniek: zodra hij namelijk toehapt laat hij zijn prooi niet meer los. Hierdoor is de kans op verwonding door bijtende, krabbende en tegenspartelende prooien een stuk groter. De vitale organen zoals de ogen worden op dat moment afgeschermd. Het voedsel van deze slang bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren, vogels, reptielen en kikkers.

Voortplanting[bewerken]

Atropoides nummifer is eierelevendbarend en de jonge dieren worden levend geboren. Bij geboorte werpt de moeder 5 tot 30 jongen van ongeveer 19 centimeter lang.

Gif[bewerken]

Atropoides nummifer is zoals alle andere addersoorten een giftige slang. De slang is echter niet zo giftig als de meeste soorten en een beet levert vaak hevige pijnen en zwellingen op welke na enkele dagen weer verdwijnen maar is niet dodelijk. In tegenstelling tot andere addersoorten laat Atropoides nummifer na een beet niet direct los maar maakt hij kauwende bewegingen met zijn kaken.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Atropoides nummifer - Website Geconsulteerd 27 oktober 2012