Attilio Nicora

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Attilio Nicora
Attilio Nicora.jpg
Kardinaal van de Katholieke Kerk
Wapen kardinaal
Rang kardinaal-diaken
Titeldiakonie San Filippo Neri in Eurosia
Creatie
Gecreëerd door paus Johannes Paulus II
Consistorie 21 oktober 2003
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Attilio Nicora (Varese, 16 maart 1937) is een Italiaans geestelijke en kardinaal van de Katholieke Kerk.

Nicora studeerde godgeleerdheid aan de Theologische Faculteit van Milaan, en wijsbegeerte aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit. Hij werd op 27 juni 1964 priester gewijd. Na zijn wijding werd hij hoogleraar aan het grootseminarie van Venegono. In 1977 benoemde paus Paulus VI hem tot titulair bisschop van Furnos Minor en tot hulpbisschop van Milaan. In 1984 leidde hij de onderhandelingen met de Italiaanse staat, over de herziening van het concordaat tussen Italië en de Heilige Stoel. Op 30 juni 1992 werd hij bisschop van Verona.

In 2002 werd hij door paus Johannes Paulus II benoemd tot president van de Administratie van het Patrimonium van de Heilige Stoel en als zodanig de hoogstverantwoordelijke voor de financiën van het Vaticaan. In deze functie volgde hij Agostino kardinaal Cacciavillan op.

Tijdens het consistorie van 21 oktober 2003 werd hij kardinaal-diaken gecreëerd. De San Filippo Neri in Eurosia werd zijn titeldiakonie. Nicora nam deel aan het conclaaf van 2005 en werd door de nieuwe paus, Benedictus XVI herbenoemd tot president van het Patrimonium. Daarnaast benoemde de paus hem tot legaat voor de Sint-Franciscusbasiliek in Assisi.

Eind 2005 waren er geruchten dat Nicora Angelo kardinaal Sodano zou opvolgen als kardinaal-staatssecretaris.[1] Deze benoeming kwam niet tot stand. De paus benoemde in plaats van Nicora Tarcisio kardinaal Bertone tot nieuwe staatssecretaris.

Sinds 19 januari 2011 is kardinaal Nicora ook president van de Financiële Autoriteit van het Vaticaan, een instelling die - op grond van nieuwe richtlijnen van de Europese Unie moet zorgen voor grotere transparantie van de Vaticaanse financiën. Merkwaardig aan deze positie was dat hij daarmee ten dele zijn eigen toezichthouder was.[2] Mede om die reden bood hij in de zomer van 2011 zijn ontslag aan als president van het Patrimonium.[3]

Bronnen, noten en/of referenties