Atuatuca

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Atuatuca was een vesting van de Eburonen, waar Caesar in 54 v.Chr. anderhalf Romeins legioen voor de winter liet inkwartieren1. Het daaropvolgende jaar gebruikte Caesar het om er de tros van zijn leger in te kwartieren, met als garnizoen het 14e legioen en 200 ruiters; ook ettelijke honderden zieken en gekwetsten verbleven er2.

[bewerk] De naam

Atuatuca is duidelijk verwant met de stamnaam Atuatuci. Of Atuatuca een eigennaam was, wordt echter betwist. Caesar schrijft: Id castelli nomen est. Dat kan geïnterpreteerd worden als: Dat is de naam van een versterking. of: Dat is de [inheemse] benaming voor "versterking". Van de varianten in de kopieën van Caesars tekst is Aduatu/ica het bekendst.

De oudste naam van het huidige Tongeren was eveneens Atuatuca. De Griekse geograaf Ptolemaeus (± 170 n.C.) heeft Αтουακουτον. De tabula Peutingeriana (± 370) heeft Atuaca, het itinerarium Antonini (± 300) Aduaga Tungrorum.

Voor wat het waard is signaleert men een toponiem te Borgworm (Waremme): Autuaxhe. Daar werd een Romeinse villa aan het licht gebracht in 1838.

[bewerk] De ligging van Atuatuca

De juiste ligging van dat Atuatuca is onbekend. Caesar geeft slechts vage aanduidingen: Atuatuca bevindt zich "ongeveer in het midden" van de gebieden der Eburonen3; Atuatuca lag op "ongeveer" 50 mijl van het winterkwartier van Quintus Cicero bij de Nerviërs en "een weinig verder" (paulo amplius) van het winterkwartier van Titus Labienus aan de grens van Remi (Remers) en Treveri4, die zelf op "ongeveer" 60 mijl van Cicero lag5; op ongeveer twee mijl van Atuatuca lag een groot keteldal6.

Bij dat keteldal hadden de Eburonen zich, onder leiding van Ambiorix, in een hinderlaag opgesteld. Toen het grootste gedeelte van de Romeinse legercolonne in het dal was afgedaald, sloten ze de in- en uitgang af, waardoor de Romeinen het dal niet meer konden verlaten7. Hiervoor komt niet zomaar elke vallei in aanmerking. Het Romeins garnizoen van Atuatuca bestond immers uit 1 legioen en 5 cohorten. Een Romeins legioen bestond uit 10 cohorten van elk ongeveer 480 man, hieruit volgt dus dat in deze ravijn een legermacht ter grootte van ongeveer 7200 manschappen werd ingesloten die volgens Caesar voorttrok "in een ellenlange colonne en met een maximum aan bagage"8. Het aantal was nog veel groter omdat er ook heel wat niet-militairen bij waren. Dat langgerekte ravijn moet gelegen zijn op de weg van Atuatuca naar het winterkamp van Cicero bij de Nerviërs9.

Komen volgens hun opgravers in aanmerking als locatie: de versterking van Kaster (Kanne in Belgisch-Limburg, op de landrug tussen Maas en Jeker bij de Sint-Pietersberg (afb.) - het keteldal is terug te vinden in de Jekervallei), een versterking in de buurt van Thuin (Grand Bon Dieu, Henegouwen-België - weinig overtuigend), Stolberg-Atsch (in de buurt van Aken - Duitsland). In de literatuur10 zijn o.m. voorgesteld: Limbourg (Luik-België, op de Vesder), Balmoral (bij Spa, België), Dolembreux (bij Esneux, België), de forten van Battice (bij Luik) en Chaudfontaine. De vereenzelviging van Atua(tu)ca Tungrorum met het Atuatuca der Eburonen staat ter discussie, hoewel Hans Rombaut in een recente publicatie deze identificatie met verve verdedigt11.

[bewerk] Noten

1 Caes., Commentarii de bello Gallico, 5.24.4-5. Dat is meteen de oudste vermelding.
2 Caes., D.B.G., 6.32, 35.3
3 Caes., D.B.G., 6.32.4: Hoc est fere in mediis Eburonum finibus. – Dat bevindt zich bijna in het midden van het gebied der Eburonen.
4 Caes., D.B.G., 5.27.9
5 Caes., D.B.G., 5.53.1
6 Caes., D.B.G., 5.32.2: magna convallis – een groot keteldal
7 Caes., D.B.G., 5.32
8 Caes., D.B.G., 5.31.5: longissimo agmine et maximis impedimentis – met een zeer lange colonne en een maximum aan bagage
9 Caes, D.B.G., 5.29.6
10 Eén van de hardnekkigste zoekers was Albert Grisart. In 1960 verscheen "César dans l’Est de la Belgique: les Atuatuques et les Eburons", Les Etudes Classiques 28, 129-140; in 1972 "Trois localisations nouvelles: l’oppidum des Atuatuques de 57 av. J.-C.; l’Atuatuca Eburonne de 54-53; les frontières des Atuatuques et de leurs vassaux, les cinq peuples germains cisrhénans", Romana contact XII, 1-67 en in 1981 "L' Atuatuca césarienne au Fort de Chaudfontaine?", Antiquité Classique 50, 367-381.
11 Hans Rombaut, Julius Caesar in België, Wetteren 2006.

 
Persoonlijke instellingen