Audiologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Audiologie is het geneeskundig specialisme dat zich bezighoudt met het meten en door hulpmiddelen corrigeren van de gehoorsfunctie. Ook wordt binnen de audiologie stil gestaan bij de psychologische en psycho-sociale aspecten van slechthorendheid en de hulp die daarbij kan worden geboden. Aangezien horen en (leren) spreken zeer nauw met elkaar verbonden zijn werkt de audioloog nauw samen met de logopedist en KNO- of NKO-arts.

Tot de audiologie behoort het voorkomen, opsporen, onderzoeken en behandelen van allerlei stoornissen van het gehoor.

Standaard onderzoek[bewerken]

Audiologie wordt vooral gebruikt om de aard en omvang van een gehoorverlies te bepalen; over het algemeen gebeurt dat met een toonaudiogram, waarbij de gehoordrempel wordt vastgesteld. Een audiogram is een grafiek waarin de gehoordrempel in dB als functie van de geluidsfrequentie wordt zichtbaar gemaakt. Het audiogram geeft aan hoeveel iemands gehoor afwijkt van de normale waarde.

Het onderzoek wordt uitgevoerd voor elk oor afzonderlijk. De persoon waarvan het gehoor wordt getest krijgt via een hoofdtelefoon geluiden te horen van een zuivere toon, meestal in stappen van telkens een octaaf. Telkens als hij of zij iets gehoord heeft moet er op een knop gedrukt worden. Hierbij zijn een stille omgeving, bewuste medewerking en concentratie van de te testen persoon noodzakelijk. Vooral het horen van zeer zachte tonen vergt inspanning. Tijdens het onderzoek worden meestal ook enkele "vals positieve" opdrachten gegeven, om te voorkomen dat de proefpersoon "zich beter voordoet". Bij alle verschillende toonhoogten wordt de ondergrens van het gehoor bepaald, dat wil zeggen de minimale sterkte om het geluid te horen.

Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd in een speciale cabine, die er voor zorgt dat geluiden van buitenaf volledig gedempt worden. Anders is het voor de proefpersoon niet mogelijk de zachtste geluiden goed te onderscheiden. De cabine ziet er ongeveer uit als een telefooncel, met daarin een stoel, en een koptelefoon. In de leuning van de stoel zit dan een knopje om op te drukken. Buiten de cabine zit de audiologisch assistent, die de tonen aan- en uitzet.

Afwijkend audiogram[bewerken]

Bij een normaal gehoor wordt dit in het audiogram weergegeven als een rechte lijn bij 0 dB. De gehoordrempel is dan over het gehele spectrum normaal. Bij een afwijkend gehoor wijken de waardes in het audiogram af van deze normaalcurve.

Er zijn verschillende oorzaken voor een afwijkend audiogram:

  • Ouderdomsslechthorendheid of presbyacusis. Bij oudere mensen treedt vaak slechthorendheid op. Deze slechthorendheid manifesteert zich vooral bij de hogere frequenties, waarbij de gehoordrempel dan aanzienlijk slechter kan zijn.
  • Lawaaischade. Door blootstelling aan lawaai (men neemt aan meer dan 80 dB(A)) kan een tijdelijk of permanente lawaaischade ontstaan. Bij een beginnende lawaaidip zijn enkel frequenties rond de 4000-8000 Hz aangedaan. ('discodip')
  • Aangeboren of familiair voorkomende slechthorendheid.
  • Gehoorverliezen ten gevolge van infecties en medicatiegebruik. Dit komt sporadisch voor.
  • Geleidingsverliezen. Dit zijn afwijkingen aan gehoorgang, trommelvlies of gehoorbeentjes. Voorbeelden van oorzaken zijn (atresie van de gehoorgang, oorontsteking of vocht achter de trommelvliezen, otosclerose, cholesteatoom).
  • Retrocochleaire verliezen. Dit zijn gehoorverliezen ten gevolge van afwijkingen aan de gehoorzenuw. Deze verliezen komen weinig voor.
  • Functionele doofheid. Dit is het bewust of onbewust voordoen van een gehoorverlies.

Het belang van audiologie[bewerken]

Het gehoor is van belang voor de taalverwerving bij peuters en kleuters, daarom is het ook voor deze leeftijdsgroep belangrijk om audiologisch onderzoek uit te voeren als er verdenkingen van gehoorstoornissen zijn. Een moeilijkheid kan zijn dat kleine kinderen nog niet voldoende kunnen meewerken om een goed audiogram te maken. Verder is audiologie van belang om het gehoor van volwassen te onderzoeken om te bepalen of er een gehoorapparaat of een cochleair implantaat nodig is.

Opleiding[bewerken]

In Nederland hebben audiologen een natuurkundige of biomedische achtergrond, die vereist is voor het volgen van de post-academische studie tot klinisch-fysicus – audioloog, vergelijkbaar met de opleiding tot medisch specialist. Deze opleiding wordt in verzorgd in audiologische centra of academische ziekenhuizen, onder toeziend oog van de Stichting OKF. Tevens heeft een hbo-opleiding tot Bachelor of Audiology (BoA) bestaan in Eindhoven, die medio 2008 de eerste afgestudeerden heeft afgeleverd. Deze opleiding is echter gestopt vanwege gebrek aan interesse en derhalve financiën. Tenslotte bestaat in Nederland een afzonderlijke opleiding tot audiologie-assistent, verzorgd door de Federatie van Nederlandse Audiologische Centra (FENAC).

In Vlaanderen bestaat een audiologie-opleiding op het niveau "professionele bachelor". Een driejarige opleiding aan een hogeschool dus, waar praktijk en stage vooral in het laatste jaar een belangrijke plaats innemen. De opleiding wordt samen aangeboden met de afdeling "logopedie", zodat men met een vierde jaar de twee diploma's kan verwerven. Omdat er op dit niveau geen opleiding in Nederland bestaat trekt vooral de Lessiushogeschool in Antwerpen heel wat Nederlandse studenten aan. Daarnaast bestaat er aan de universiteit te Gent en te Leuven ook een universitaire opleiding "academische bachelor en master in de logopedische en audiologische wetenschappen".

Externe links[bewerken]