Auditorium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Auditorium in Gießen

Een auditorium is een grote leszaal aan een universiteit of in een conferentiecentrum, die plaats biedt aan honderden toehoorders. De plaatsen zijn gerangschikt in evenwijdige of concentrische rijen die hoger geplaatst zijn naarmate men verder naar achter in het auditorium zit. Men noemt deze opstelling een amfitheater, maar een auditorium kan ook een vlakke vloer hebben, zoals het Groot Auditorium in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. Een modern auditorium is voorzien van uitklapbare schrijftafeltjes aan elke stoel, video- en computerprojectie, één of meerdere borden, geluidsversterking, een lessenaar, boxen voor simultaanvertaling, enzovoort.

Vlaamse voorbeelden van grote universiteitsauditoria zijn:

De Angelsaksische landen gebruiken het woord 'auditorium' eerder in de betekenis van concert- of theaterzaal. In het Engels spreekt men van lecture hall als men een leszaal (al dan niet aan een universiteit) bedoelt.

Het woord auditorium is afgeleid van het oude Grieks, waar een auditorium bestond uit concentrische half-cirkelvormige rijen van stenen banken, met radiaal lopende trappartijen. De Oude Grieken en later ook de Romeinen gebruikten hun auditoria niet alleen als theater voor culturele doeleinden, maar ook als politieke debatruimte. In de Turkse steden Efeze en Aspendos prijken bijna volledig gerestaureerde voorbeelden van laat-Romeinse auditoria, uit de 1e of 2e eeuw na Christus, en met een capaciteit van meer dan 20.000 zitplaatsen.