Augment (taalkunde)
Een augment (letterlijk "vergroting", van Latijn augeo) is in het Oudgrieks een toevoeging aan de stam van een werkwoord, waardoor te zien is dat het om een verleden tijd gaat. In principe gaat het altijd om de letter ἐ (epsilon, uitgesproken als onze /e/) die aan het begin van het werkwoord wordt vastgeplakt.
Voorbeeld: praesens: 'λυ-ω' stam: 'λυ-' imperfectum: 'ἐ'-'λυ-ο'
Wanneer het woord met een klinker begint trekt deze vaak samen met het augment, dat resulteert in een verlenging van deze beginklinker.
Voorbeeld: praesens: 'ἐγειρ'-'ω' stam: 'ἐγειρ'- imperfectum: 'ἠ'-'γειρ'-'ον'
Waarschijnlijk is het augment ontstaan uit een bijwoord */he/ dat zoiets als "toen" betekende. Van los bijwoord als markering van de verleden tijd zou het dan in de loop der tijd aan het werkwoord vastgegroeid zijn.
De finiete vormen (persoonsvormen) in de volgende werkwoordstijden krijgen in het Oudgrieks een augment:
- imperfectum altijd
- aoristus altijd
- perfectum soms (hangt van de beginletter van de stam af)
- plusquamperfectum altijd
Het augment kwam ook voor in andere archaïsche Indo-Europese talen, zoals het Sanskriet en Frygisch.
In het Nieuwgrieks komt het augment ook nog voor, ook al wordt het minder systematisch gebruikt dan in het Oudgrieks.