August Wilhelm van Pruisen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
August Wilhelm van Pruisen, ca. 1910-1915

August Wilhelm Hendrik Günther Victor van Pruisen (Potsdam, 29 januari 1887 - Stuttgart, 25 maart 1949) was een prins uit het Huis Hohenzollern.

Hij was de vierde zoon van de laatste Duitse keizer Wilhelm II en diens vrouw Augusta Victoria.

August Willem (in zijn familie Auwi genoemd) studeerde aan de universiteiten van Bonn, Berlijn en Straatsburg. In 1907 promoveerde hij "op uiterst dubieuze wijze"[1].

Op 22 oktober 1908 trad hij in het huwelijk met Alexandra, prinses uit het Huis Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg, dochter van Frederik Ferdinand van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg en diens vrouw Caroline Mathilde van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg.

Het paar kreeg één zoon:

August onderhield meer dan warme betrekkingen met zijn adjudant en het waren zijn "uitgesproken homoseksuele neigingen"[2] die uiteindelijk leidden tot een scheiding tussen hem en zijn vrouw. In 1920 vestigde hij zich in Potsdam, waar hij teruggetrokken leefde en zijn inkomen wat trachtte aan te vullen met het verkopen van zelfgemaakte tekeningen en schilderijen.

Nationaalsocialisme[bewerken]

August werd onderwijl lid van Stahlhelm, Bund der Frontsoldaten, een vereniging van veteranen uit de Eerste Wereldoorlog. Tot ongenoegen van zijn familie werd hij in 1930 lid van de NSDAP. Hij werd aanvankelijk het mikpunt van spot in de linksgeoriënteerde pers, waar hij Braunhemdchen Auwi werd genoemd. Door de nazi's werd August Wilhelm ingezet als stemmentrekker. De zoon van de voormalige keizer moest kiezers aan de NSDAP binden, die normaal gesproken afkerig waren van het nationaalsocialisme. August Wilhelm werd lid van de Rijksdag en voorman bij de SA. In 1942 viel hij - na enkele kritische uitlatingen over Joseph Goebbels evenwel in ongenade. Hem werd een spreekverbod opgelegd.

In 1945 ontvluchtte hij Potsdam teneinde aan het Rode Leger te ontkomen. Hij zocht en vond onderdak bij Margaretha van Hessen, een zuster van zijn vader.

Op 8 mei 1945 werd hij door de Amerikanen gevangengenomen en tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij zat zijn straf niet uit en stierf op 62-jarige leeftijd en werd begraven in Langenburg

Referenties[bewerken]

  1. Peter Winzen: Recensie van: Lothar Machtan, Der Kaisersohn bei Hitler, Hoffmann und Campe 2006. In: Historische Zeitschrift 283, 2006, p. 812-814, hier p. 813.
  2. ibidem