August II van Polen
| August II Frederik August I |
||
| 1670-1733 | ||
| Koning van Polen | ||
| Periode | 1697-1704 | |
| Voorganger | Jan Sobieski | |
| Opvolger | Stanislaus Leszczyński | |
| Koning van Polen | ||
| Periode | 1709-1733 | |
| Voorganger | Stanislaus Leszczyński | |
| Opvolger | August III | |
| Keurvorst van Saksen | ||
| Periode | 1694-1733 | |
| Voorganger | Johan George IV | |
| Opvolger | Frederik August II | |
| Grootvorst van Litouwen | ||
| Voorganger | Jan II | |
| Opvolger | Stanislaus I | |
| Grootvorst van Litouwen | ||
| Periode | 1709-1733 | |
| Voorganger | Stanislaus I | |
| Opvolger | August III | |
| Vader | Johan George III van Saksen | |
| Moeder | Anna Sophia van Denemarken | |
August II, bijgenaamd de Sterke (Dresden, 12 mei 1670 - Warschau, 1 februari 1733) was keurvorst van Saksen (waar hij Frederik August I genoemd werd) van 1694 tot 1733 en koning van Polen en grootvorst van Litouwen van 1697 tot 1704 en van 1709 tot 1733. Hij werd in Dresden geboren als een zoon van Johan George III van Saksen en Anna Sophia van Denemarken. Hij trouwde in 1693 Christiane Eberhardine van Brandenburg-Bayreuth. August werd de Sterke genoemd door zijn fysieke kracht, maar ook vanwege het aantal kinderen. Soms wordt gesteld dat hij 354 kinderen had verwekt, bij diverse maîtresses. Hij erkende er evenwel acht.
Inhoud |
[bewerken] Leven
In 1694, na de dood van zijn oudere broer Johan George IV, werd August keurvorst van Saksen. Na de dood van de Poolse koning Jan III Sobieski, bekeerde August zich tot het katholieke geloof, zodat hij kon worden gekozen tot koning van Polen. Dit gebeurde op 1 september 1697 met steun van Rusland en Oostenrijk. Financiële steun kwam van de succesvolle joodse bankier Berend Lehmann, die van Halberstadt naar Dresden verhuisde.
Als een ambitieuze heerser hoopte August dat hij de Poolse troon voor zijn erfgenamen veilig kon stellen. Toch werd hij al snel afgeleid van deze zaak door de kans van territoriale veroveringen. Hij vormde een alliantie met Frederik IV van Denemarken en Peter I van Rusland om de jonge koning Karel XII van Zweden van zijn bezittingen te beroven. Polen zou Zweeds Lijfland toebedeeld krijgen. Karel bleek echter een geduchte militaire bevelhebber, en al snel werden de Denen uit de oorlog gedwongen, en ook de Russen werden bij Narva teruggedrongen. Zo kon Karel zich helemaal richten op zijn strijd met August. Deze beslissing zou rampzalig blijken voor zowel Zweden als Polen. Karel versloeg August op 17 juni 1701 bij Riga, en hij dwong het gezamenlijke Saksisch-Poolse leger terug uit Lijfland. Daarna stootte Karel op naar Polen. Hij veroverde Warschau op 14 mei 1702, waarbij hij het Saksisch-Poolse leger weer versloeg. Ook veroverde Karel Krakau.
Tegen deze tijd wilde August vrede met Karel, maar Karel had andere plannen. Hij wilde zich verzekeren van niet nog zo'n oorlog door een andere kandidaat op de Poolse troon te zetten. Karel installeerde Stanislaus Leszczyński in 1704, en Karel viel Saksen binnen in 1706, waarmee hij August dwong om de Poolse troon los te laten, wat vastgelegd werd in het verdrag van Altranstädt.
In de tussentijd had tsaar Peter de Grote zijn leger gereorganiseerd, en hij bezorgde de Zweden een vernietigende nederlaag in de Slag bij Poltava. Dit betekende het einde van het Zweedse imperium, en de opkomst van het Russische Tsarenrijk. Het zwakkere Polen werd hierna gezien als een soort bufferstaat van Rusland. August keerde terug op de Poolse troon in 1709, onder toezicht van Rusland. Weer probeerde August zijn troon veilig te stellen voor zijn nageslacht, maar kreeg dit keer te maken met de tegenstand van de Poolse adel.
De resterende regeerperiode van August werd vooral gecontroleerd door Rusland. Hij probeerde zijn rijk nog wat sterker te maken, vooral intern, waarvan hij weinig waarmaakte. Meer succesvol was August als beschermheer van de kunst. Hij was een liefhebber van toneel en ballet.
[bewerken] August de Sterke en de kunst
Omdat de bodem van zijn schatkist in zicht was, liet de prachtlievende August in 1701 de apothekersleerling Böttger opsluiten, die verkondigde dat hij goud kon maken. Ook zette hij de geoloog Ehrenfried Walther von Tschirnhaus in om te proberen innoverende industrie op te zetten en in Europa Chinees porselein na te maken. Toen de beide mannen in 1708 werden gedwongen om samen te werken, gelukte het iets te maken dat op porselein leek, het zogenaamde rode of bruine Böttgersteengoed.
Von Tschirnhaus had in Leiden gestudeerd, en was een specialist op het gebied van hoge temperaturen en lenzen. Hij correspondeerde met Spinoza en was in Delft geweest om het bakproces te bestuderen. Na zijn dood kwam Böttger evenwel met het eerste Europese porselein op de proppen en werd de eerste directeur van de Meissense porseleinfabriek. Onder zijn leiding was de productie moeizaam en beperkt, omdat hij meer een uitvinder was dan een bedrijfsleider.
August was de beschermheer en belangrijkste afnemer van de Meissense porseleinmanufactuur, opgericht in 1710. August, die zich spiegelde aan Lodewijk XIV en concurreerde met de hoven van Wenen en München had een verzameling van 35.000 stuks Chinees en Japans porselein opgesteld in het Holländische Palast, dat hij had aangekocht in 1717. Bekend is het verhaal dat August de Sterke in dat jaar een heel regiment soldaten - dat hij wilde afdanken na de Grote Noordse Oorlog - ruilde tegen 117 vazen, kommen en schalen. De soldatenkoning Frederik Willem I van Pruisen had een interessante collectie porselein in de kastelen in Oranienburg en Charlottenburg.
Dresden werd in de 18e eeuw het Florence aan de Elbe genoemd. Permoser ontwierp de Zwinger, Pöppelmann de Augustusbrug over de Elbe. In 1726 werd een begin gemaakt met de bouw van de Frauenkirche. De stad was een centrum voor Italiaanse, Franse en Duitse muziek, een Parnassus voor schilders en musici. Vivaldi probeerde er een betrekking te verkrijgen en Händel reisde in 1719 naar Dresden om vier zangers te contracteren. Hij speelde voor de keurvorst en de kroonprins, maar kreeg pas een jaar later betaald. De opera in Dresden sloot tijdelijk haar deuren vanwege het vertrek van de castraat Senesino naar London.
Voor de Säksische Staatskapelle waren vele beroemde componisten actief: Johann David Heinichen, kapelmeester, Jan Dismas Zelenka, Francesco Maria Veracini, Antonio Lotti, Johann Georg Pisendel, Nicola Porpora, Johann Joachim Quantz, Johann Adolf Hasse en de gebroeders Johann Georg en Carl Heinrich Graun. Een mensenleven is niet genoeg om alles wat voor de keurvorst is geschreven te bekijken, te ordenen en tot gehoor te brengen.
August legde een grote verzameling aan van Leidse fijnschilders: in 1699 kocht hij zes schilderijen van Frans van Mieris de Oudere. Tussen 1708 en 1711 kocht hij 16 werken van o.a. Gerrit Dou, waaronder enkele zeldzame nachtstukken, Gabriel Metsu en Caspar Netscher. In 1710 schonk zijn minister August von Wackerbarth hem - na veel pressie - 80 schilderijen, waaronder enkele topwerken van Leidse schilders; sommige waren aangeleverd door Willem van Mieris en een nazaat van Pieter de la Court. Tussen 1722 en 1728 kocht August 26 werken van Philips Wouwerman. Tientallen schilderijen werden voorzien van een uniforme sierlijst en hingen in de privévertrekken.
In 1733 stierf koning August. In de rouwperiode van 3,5 maand mocht geen muziek worden uitgevoerd. Enkele delen uit de Hohe Messe van J.S. Bach zijn toen ontstaan. Hoewel August er aanvankelijk niet in slaagde om de Poolse troon in zijn familie te houden, besteeg zijn zoon Frederik August hem als keurvorst van Saksen en na drie jaar oorlog ook als koning van Polen.
[bewerken] Huwelijk, maîtresses en kinderen
Echtgenote:
Maîtresses:
- 1694-1696 gravin Aurora von Königsmarck
- 1696-1699 gravin Johanna Theresia von Lamberg
- 1698-1704 Katharina von Altenbockum, later prinses van Teschen
- 1701-1706 Fatima, Turkse vrouw, later bekend als Maria Anna von Spiegel
- 1704-1713 Constantia von Cosel, gravin van Cosel
- 1706-1707 Henriette Rénard
- 1708 Angélique Duparc, Frans danseres en actrice
- 1713-1719 Maria Magdalena von Bielinski, door haar eerste huwelijk gravin van Dönhoff en door het tweede- prinses Lubomirska
- 1720-1721 Erdmuthe Sophie von Dieskau
- 1721-1722 Barones Henriette von Osterhausen, door haar huwelijk; Van Stanislawski
Door August II erkende kinderen:
- met Aurora von Königsmarck:
- Maurits van Saksen (1696-1750), graaf van Saksen
- met Katharina von Altenbockum:
- Johann Georg van Saksen (1704-1774)
- met de Turkse Fatima (later Maria Anna von Spiegel):
- Frederick Augustus Rutowsky (1702-1764), graaf Rutowsky
- Maria Anna Katharina Rutowska (1706-1746), gravin Rutowska
- met Anna Constantia von Brockdorff:
- Augusta Anna Constantia (1708-1728), gravin van Cosel
- Fredericka Alexandrine (1709-1784), gravin van Cosel
- Frederick Augustus (1712-1770), graaf van Cosel
- met Henriette Renárd:
- Anna Orzelska (1707-1769), gravin Orzelska
[bewerken] Voorouders
| Betovergrootouders |
Keurvorst |
Hertog |
Keurvorst |
Koning |
Keurvorst |
Vorst |
Landgraaf |
|
| Overgootouders |
Keurvorst Johan George I van Saksen (1585–1656) |
Markgraaf Christiaan van Brandenburg-Bayreuth (1581–1655) |
Koning Christiaan IV van Denemarken (1577–1648) |
Hertog George van Brunswijk-Kalenberg (1582–1641) |
||||
| Grootouders |
Kurfürst Johan George II van Saksen (1613–1680) |
Koning Frederik III van Denemarken (1609–1670) |
||||||
| Ouders |
Keurvorst Johan George III van Saksen (1647–1691) |
|||||||
|
August II van Polen (1670–1733) |
||||||||
| Monarchen van Polen |
|---|
|
Siemowit · Lestko · Siemomysł · Mieszko I · Bolesław I · Mieszko II Lambert · Bezprym · Mieszko II Lambert · Casimir I · Bolesław II · Wladislaus I Herman · Zbigniew · Bolesław III · Wladislaus II · Bolesław IV · Mieszko III · Casimir II · Leszek I · Wladislaus III · Mieszko IV · Koenraad · Hendrik I · Hendrik II · Koenraad · Bolesław V · Leszek II · Hendrik IV · Przemysł II · Wenceslaus II · Wenceslaus III · Wladislaus I · Casimir III · Lodewijk · Hedwig · Wladislaus II Jagiello · Wladislaus III · Casimir IV · Jan I Albrecht · Alexander · Sigismund I · Sigismund II August I · Hendrik · Anna · Stefanus Báthory · Sigismund III · Wladislaus IV · Jan II Casimir · Michaël Korybut Wiśniowiecki · Jan III Sobieski · August II · Stanislaus I Leszczyński · August II · Stanislaus I Leszczyński · August III · Stanislaus II August Poniatowski |
| Zie de categorie August II the Strong van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |