Augusta Frederika van Hannover

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prinses Augusta Frederika, circa 1763

Augusta Frederika van Wales (St. James's Palace (Londen), 31 augustus 1737 - Hanover Square (Londen), 23 maart 1813) was een lid van de Britse koninklijke familie. Ze was een kleindochter van koning George II en een zuster van koning George III. Haar dochter, Caroline Amalia Elisabeth werd in 1795 uitgehuwelijkt aan de toekomstige koning George IV.

Haar vader was de toenmalige prins van Wales, Frederik Lodewijk, oudste zoon van koning George II en diens vrouw koningin Caroline van Brandenburg-Ansbach. Augusta’s moeder was de prinses van Wales, ook wel prinses Augusta van Saksen-Gotha.

Als een kleinkind in mannelijk lijn van de Britse monarch, kreeg zij als titel: Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Augusta Frederika van Wales bij haar geboorte. Ze was tweede in lijn van de troonopvolging, haar vader stond toen op nummer een.

Prinses Augusta Frederika op latere leeftijd

Op 16 januari 1764 trouwde Augusta met Karel Willem Ferdinand van Brunswijk-Lüneburg in de Koninklijke Kapel van het St. James's Palace in Londen.

Huwelijk en latere leven[bewerken]

In 1806 werd Augusta’s man, de hertog van Brunswijk (toen 71 jaar oud), aangewezen tot hoofd van het Pruisische leger. Frankrijk had namelijk in 1806 de oorlog aan Pruisen verklaard. Op 14 oktober van datzelfde jaar, tijdens de Veldslag bij Jena, versloeg keizer Napoleon I van Frankrijk het Pruisische leger. Op dezelfde dag tijdens de slag van Auerstadt werd de hertog van Brunswijk ernstig verwond en stierf enkele maanden later. De hertogin van Brunswijk, vluchtte vanuit haar geruïneerde paleis te Altona met haar twee zoons en haar schoondochter naar Augustenborg, een kleine stad ten oosten van Jutland.

De hertogin van Brunswijk verbleef daar samen met haar nichtje Louise Augusta van Denemarken, een dochter van haar zuster koningin Caroline Mathilde van Denemarken tot aan september 1807 toen koning George III haar toestemming gaf om terug te komen naar Londen. Ze ging wonen in Montague House, Blackheath, in Greenwich. Ze woonde daar samen een periode met haar dochter, prinses Caroline van Wales. De hertogin van Brunswijk leefde tot aan haar dood in Brunswick House, een naast gelegen woning in Blackheath. Ze stierf op 23 maart 1813 op 75-jarige leeftijd.

Kinderen[bewerken]