Augusto Pinochet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Augusto José Ramón Pinochet Ugarte
Pinochet en Historia Política BCN.JPG
30ste president van Chili
Ambtstermijn 17 december 1974 – 11 maart 1990
Voorganger Salvador Allende
Opvolger Patricio Aylwin
Geboren 25 november 1915
Geboorteplaats Valparaíso
Overleden 10 december 2006
Overlijdensplaats Santiago
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Augusto José Ramón Pinochet Ugarte (Valparaíso, 25 november 1915 - Santiago, 10 december 2006) was een Chileens generaal en politicus. Hij was dictator vanaf zijn staatsgreep met hulp van de Verenigde Staten op 11 september 1973, waarbij president Salvador Allende om het leven kwam, tot aan 1990. Deze staatsgreep vond plaats naar aanleiding van een economische en politieke crisis onder zijn voorganger Allende. Zijn regering stond bekend om haar repressieve karakter en haar neoliberale economische beleid, hetgeen een toenemende sociaaleconomische ongelijkheid bracht. Wegens zijn repressieve acties tijdens de staatsgreep en zijn vermeende financiële malversaties is Pinochet een van de meest omstreden persoonlijkheden uit de recente Chileense geschiedenis.

Vroege jaren en staatsgreep[bewerken]

Pinochet studeerde af aan de militaire academie in 1937. Pinochet vervolgde zijn militaire carrière en wist snel op te klimmen. In 1971 werd hij benoemd tot divisiegeneraal. Op 22 augustus 1973 werd hij na het aftreden van generaal Carlos Prats door president Allende tot opperbevelhebber van het Chileense leger benoemd.

Op dat moment voerde Allende een socialistisch bewind. Naar aanleiding van de zware economische en sociale problemen pleegde een groep officieren geleid door Pinochet op 11 september 1973 een staatsgreep waarbij Allende afgezet werd en om het leven kwam. Volgens de officiële lezing pleegde hij zelfmoord, hoewel de meerderheid beweert dat hij vechtend om het leven kwam tijdens de staatsgreep. Volgens zijn eigen memoires was Pinochet de leider van de staatsgreep, hoewel andere officieren later verklaard hebben dat Pinochet nauwelijks bij de voorbereidingen was betrokken en zich pas kort voor de staatsgreep bij de coupplegers aansloot. De staatsgreep werd gesteund door de Amerikaanse Central Intelligence Agency (CIA), bang dat Allendes Chili een springplank zou gaan vormen voor het communisme in Latijns-Amerika.

Na de staatsgreep werd Pinochet benoemd tot hoofd van een voorlopige regeringsjunta. Een jaar later werd hij tot president benoemd.

Regering[bewerken]

Pinochet in uniform, circa 1995

In de eerste drie jaar van zijn regering van het gespannen en verscheurde Chili liet hij zeker 130.000 tegenstanders arresteren, van wie een deel als politieke gevangenen tijdelijke straffen kreeg en enkele tienduizenden gevangenen werden gemarteld[bron?]. Rond de drieduizend (extreem)linkse tegenstanders werden gedood of verdwenen; tienduizenden verlieten het land.

Pinochet brak radicaal met het economische beleid van Allende en schakelde over op een economische vrijemarktpolitiek, die Pinochet grotendeels overliet aan de Chicago Boys, Amerikaanse economen van de school van Chicago (Milton Friedman et al.). Na de machtsovername van Pinochet werden veel staatsbedrijven geprivatiseerd. Ook de Chileense pensioensysteem en de gezondheidszorg werden geprivatiseerd. In de eerste jaren van de militaire dictatuur werd 10% op de sociale overheidsuitgaven bezuinigd, terwijl het budget van het leger steeg.[1] In 1975 besnoeide Pinochet de overheidsuitgaven in één klap met 27% en bleef bezuinigen tot de overheidsuitgaven in 1980 de helft van het budget onder Allende bedroeg.[2] Door dit economisch beleid kromp de Chileense economie in 1975 met 15%.[1] De industriële productie daalde met 27% en de werkloosheid liep op van 3% naar 20%.[1] Prijzen van levensgoederen stegen explosief. Tussen september 1973 en oktober 1975 steeg de consumentenprijsindex over de 3000%. Een gezin moest 74% van het inkomen besteden aan brood, terwijl dit onder Allende slechts 10% was.[3]

Vanaf 1978 begon een periode van sterke economische groei, wat soms het Chileense wonder wordt genoemd. Tevens werden de ontwrichte sociale voorzieningen enigszins hersteld. Hoewel de uitgaven van de overheid daalden, steeg de staatsschuld van 3,5 miljard dollar in 1973 naar 17 miljard dollar in 1982.[4] Dit kwam voornamelijk door de sterk gedaalde overheidsinkomsten ten gevolge van de hoge werkloosheid, lage lonen voor arbeiders, lage belastingen voor rijken en door het importeren van goederen.

In 1982 brak de tweede grote economische crisis in Chili onder Pinochet uit, waarbij zestien van de vijftig financiële instituten failliet gingen. In 1982 en 1983 werd een deel van de banken genationaliseerd om het financiële systeem te redden. Werkloosheidpercentage steeg naar 30%, terwijl dit onder Allende in 1972 slechts 3% was.[4] Nadat Pinochet enkele economische adviseurs en bestuurders liet ontslaan en zijn hervormingsprogramma aanpaste zou de economie vanaf 1985 sterk groeien. Toen de economie in 1988 was gestabiliseerd, leefde 48% van de bevolking onder de armoedegrens.[5] Het besteedbare inkomen van gezinnen in 1989 was slechts 28% van wat ze in 1970 konden uitgeven.[6] De rijkste 10% van de Chileense bevolking hadden hun inkomen met 83% zien toenemen.[2] Tussen 1973 en 1988 was het budget voor volksgezondheid met 60% verlaagd. Dit leidde tot een stijging van tyfus met 121 procent en ook het aantal infecties van hepatitis nam flink toe.

Pinochet was gedurende zijn regering een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten onder president Ronald Reagan en van de Britse premier Margaret Thatcher. Ook de verhouding met de meeste andere landen in Zuid-Amerika was goed, met uitzondering van de zeer gespannen relaties met Argentinië. In 1982 verslechterden de relaties met dat land nog verder toen Chili en Colombia de enige Latijns-Amerikaanse landen bleken die Argentinië niet steunden in de Falklandoorlog tegen het Verenigd Koninkrijk. Sterker nog: Chili bleek het Verenigd Koninkrijk in die oorlog actief te helpen.

Aan het eind van zijn regering gaf Pinochet onder toenemende internationale druk het democratiseringsproces in het land een kans en liet een referendum organiseren, waaruit bleek dat de Chilenen een terugkeer naar de democratie wensten. De film No! uit 2012 gaat over de campagnes rond dit referendum. Vóór zijn aftreden regelde hij dat hijzelf (als zelfbenoemd senator-voor-het-leven) en militaire officieren niet vervolgd mochten worden en levenslange politieke onschendbaarheid en immuniteit van rechtsvervolging zouden genieten. Het bleek dat Pinochet ondanks een grote linkse tegenbeweging, nog altijd op veel steun onder de bevolking kon rekenen, getuige het feit dat hem gunstiggezinde partijen meermaals bij vrije verkiezingen de overwinning binnenhaalden.

Na de terugkeer van de democratie in 1990 werd er weer groter sociaal beleid gevoerd door de regeringen met christen-democraten en sociaal-democraten. In 1988 leefde 48% van de Chilenen onder de armoedegrens, terwijl dit aantal daalde tot 20% in 2000.[5] Dit werd bereikt door het minimumloon met 17% te verhogen; verdubbeling van de sociale uitgaven aan mensen met de lagere inkomens en verhoging van de belastingen voor de rijken die onder Pinochet extreem gedaald waren.

Latere jaren en proces[bewerken]

Tijdens een bezoek aan Engeland voor een medische behandeling (oktober 1998) werd Pinochet onder huisarrest geplaatst in Londen nadat een internationaal arrestatiebevel was uitgevaardigd door de Spaanse rechter Garzón.[7] De Chileense regering zette de Britse regering onder zware druk om hem niet aan Spanje uit te leveren.[8] Na 16 maanden juridisch en politiek getouwtrek werd Pinochet te ziek bevonden en mocht hij terugkeren naar Chili. De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Jack Straw, besloot dat Pinochet niet aan Spanje zou worden uitgeleverd om terecht te staan wegens martelingen tijdens zijn bewind, omdat hij "mentaal ongeschikt" zou zijn voor een proces.[9] Zijn status in Chili was echter ernstig aangetast.

In de daaropvolgende jaren werd de bewegingsvrijheid van Pinochet steeds meer beperkt en werd de druk vanuit de media en de linkse politieke bewegingen, om hem ter verantwoording te roepen, steeds groter. Eind 2004 werd zijn huisarrest opgeschort. Op 18 december 2004 kreeg Pinochet mogelijk een beroerte en werd hij opgenomen in het militaire hospitaal in Santiago. Pinochet en zijn aanhangers claimden dat hij niet vervolgd kon worden omdat hij te ziek zou zijn. Dit werd door anderen tegengesproken.

In het voorjaar van 2005 bepaalde het Lagerhuis, en op 14 juli 2005 werd dit bekrachtigd door de Senaat, dat de grondwetsartikelen, die Pinochet en de zijnen bescherming gaven, verwijderd moesten worden. Het rechtsproces werd voortgezet. Ondertussen kwamen steeds meer feiten boven water dat tijdens het regime van Pinochet de mensenrechten geschonden waren en dat er vele financiële malversaties plaats hadden gevonden ten gunste van de heersende en rijke elite[bron?].

Overlijden[bewerken]

Pinochet, opgebaard, 11 december 2006

In september 2006 werd de weg voor berechting van Pinochet definitief vrijgemaakt doordat zijn immuniteit werd opgeheven. Volgens zijn familie was hij echter wederom te ziek om berecht te worden. Begin december 2006 werd hij na een zware hartaanval in het ziekenhuis opgenomen.

Op de middag van 10 december 2006 overleed Augusto Pinochet op 91-jarige leeftijd in het militair ziekenhuis in de Chileense hoofdstad Santiago. Hij kreeg een rooms-katholieke kerkelijke uitvaart.

Gemengde gevoelens[bewerken]

Pinochet heeft nooit officieel spijt betuigd over de moorden, martelingen, verdwijningen en financiële malversaties, al bracht zijn dochter Lucia een maand voor zijn dood wel het bericht naar buiten dat hij in privégesprek met haar had aangegeven wel degelijk spijt te hebben van de excessen die met name het eerste deel van zijn regering besloegen. Vergiffenis vragen ging hem evenwel ook toen nog te ver[10]. Ook heeft Pinochet in een op 11 december 1998 verschenen politiek testament aangegeven 'diepe smart' te voelen voor slachtoffers van zijn regime, ook gaf hij hierin aan dat hij alles heeft gedaan om Chili van het communistische gevaar en een mogelijke burgeroorlog te redden[11].

De oordelen over Pinochet lopen sterk uiteen. Zijn tegenstanders houden hem verantwoordelijk voor de moorden en grootschalige mensenrechtenschendingen onder zijn regime en wijzen erop dat hij de Chileense democratie, traditioneel de stabielste van het continent, om zeep zou hebben geholpen.

Daar tegenover staat zijn nog altijd aanzienlijke schare aanhangers, die menen dat hij Chili heeft gered van een communistische dictatuur (inclusief vermeende Sovjet-hulp bij repressie van antirevolutionairen) en dat hij het land economisch vooruit heeft geholpen.[12] Bovendien wijzen zij erop, dat Pinochet het veld ruimde nadat door hemzelf de democratie en vrije verkiezingen heringeleid waren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Naomi Klein: De shockdoctrine; De opkomst van rampenkapitalisme (2007)
  2. a b Constable en Valenzuela: A Nation of Enemies (1993) blz. 172-173.
  3. Gunder Frank: Economic Genocide in Chile. (1976)
  4. a b Greg Grandin: Empire’s Workshop: Latin America and the Roots of US Imperialism (2006) blz. 171
  5. a b Alejandro Foxley: Successes and Failures in Poverty Eradication: Chile (2004)
  6. Petras and Vieux: The Chilean "Economic Miracle": An Empirical Critique. (1998) blz. 57–72
  7. Achttien maanden Pinochet, NRC Handelsblad, 2 maart 2000
  8. Pinochet is niet onschendbaar, NRC Handelsblad, 26 november 1998
  9. Pinochet mag terug naar Chili, door Hans Steketee, NRC Handelsblad, 2 maart 2000
  10. Pinochet heeft spijt maar vraagt geen vergiffenis. Het Laatste Nieuws, 16 november 2006.
  11. Pinochet voelt diepe smart Trouw, 12 december 1998
  12. 'Generaal Pinochet, dank dat u bestaat!', door Marjon van Royen, NRC Handelsblad, 3 maart 2000
Voorganger:
Salvador Allende
President van Chili
1973-1990
Opvolger:
Patricio Aylwin