Aureliaanse Muur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aureliaanse Muur
De Aureliaanse Muur bij de Porta San Sebastiano
De Aureliaanse Muur bij de Porta San Sebastiano
Locatie Rome
Voltooid 280 n. Chr.
In opdracht van Aurelianus
Type bouwwerk Stadsmuur
In functie tot 1870
Locatie van de Aureliaanse Muur (rood) en de stadspoorten en speciale gebouwen (paars) in de oudheid
Lijst van antieke bouwwerken in Rome
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

De Aureliaanse Muur (Latijn:Muri Aureliani) is een stadsmuur in Rome, gebouwd tussen 271 en 280 in opdracht van de Romeinse keizer Aurelianus.

Geschiedenis[bewerken]

Aanleiding[bewerken]

Rome had al in zijn vroegste jaren verdedigingsmuren. Deze stonden oorspronkelijk alleen om de nederzettingen op de heuvels heen, maar al in de 6e eeuw v.Chr. liet koning Servius Tullius een muur bouwen die de belangrijkste heuvels van de stad omringde. Deze muur werd na de Gallische inval van Brennus (390 v.Chr.) herbouwd en behield zijn defensieve functie tot aan het einde van de Republikeinse tijd. Rond het begin van de jaartelling was het Romeinse rijk zo machtig geworden dat geen vijand meer bij machte was de hoofdstad aan te vallen. De Muur van Servius Tullius verloor zijn functie en de stad groeide tot ver buiten zijn omwalling. De muur werd niet meer onderhouden en verviel. Stadspoorten werden afgebroken en vervangen door sierlijke triomfbogen.

Deze periode van vrede duurde meer dan 250 jaar, tot de Crisis van de derde eeuw het rijk zo had verzwakt dat barbaarse stammen uit Germania het noorden van het Italische schiereiland weer konden binnenvallen. Lucius Domitius Aurelianus werd in 270 door het leger tot keizer uitgeroepen en het lukte hem de stabiliteit in het rijk te herstellen. Aurelianus zag in dat een aanval op Rome zelf niet langer ondenkbaar was en gaf opdracht tot de bouw van een nieuwe stadsmuur, die een groot deel van de stad zou omringen.

Aurelianus heeft de voltooiing van zijn grootste bouwwerk niet meer mee kunnen maken. Hij werd in september 275 vermoord door de Praetoriaanse Garde. De muur werd rond 280 door zijn opvolger Probus afgebouwd.

Bouw van de Muur[bewerken]

De uit bakstenen bestaande muur was 6 meter hoog en 3,5 meter diep. Er waren 16 stadspoorten. De muur had 383 wachttorens, deze werden op ongeveer 30 meter van elkaar gebouwd zodat iedere vijand die de stad wilde aanvallen binnen het bereik kwam van de wapens die op de torens geplaatst waren. De muur telde ongeveer 7000 kantelen, 2066 geschutspoorten en 166 latrines. De totale lengte van de muur was bijna 19 kilometer.

Om de muur snel en goedkoop te kunnen bouwen werden veel bestaande bouwwerken versterkt en in de muur opgenomen. Onder andere het Amphitheatrum Castrense, de Castra Praetoria, de Piramide van Cestius en een deel van het Aqua Claudia aquaduct werden zo ingebouwd en bleven om deze reden tot op heden bewaard. Er wordt geschat dat ongeveer 10% van de muur bestaat uit oudere constructies.

De Piramide van Cestius, ingebouwd in de Aureliaanse Muur naast de Porta San Paolo

De Aureliaanse muur is op beide zijden van de Tiber gebouwd. Een zware ketting, gespannen tussen 2 torens op de beide oevers, sloot de rivier ’s nachts af om ongewenste schepen te weren. De muur omsloot niet het hele grondgebied van de stad. Slechts 1372 van de ongeveer 1800 hectare bevond zich binnen de muur. Vooral delen van de stad op de westelijke oever van de Tiber vielen er buiten. Monumenten als het Vaticaans Naumachia en het Circus van Nero bevonden zich nu ook buiten de muur, al waren deze inmiddels al niet meer in gebruik. Andere buitengesloten stadsdelen waren dunbevolkt en er lagen voornamelijk tuinen en villa's.

De Aureliaanse Muur

Verdere geschiedenis[bewerken]

De 6 meter hoge muur was ontworpen om een stormloop van vijandige soldaten tegen te houden, de muur was echter niet geschikt voor een langdurige belegering. Daarom liet keizer Maxentius (306-312), die een aanval vreesde van zijn grote rivaal Constantijn, al snel de muur sterk ophogen, de grote poorten verstevigen en een aantal kleine poorten sluiten. Opmerkelijk is dat toen Constantijn uiteindelijk met zijn leger bij Rome arriveerde, Maxentius besloot om niet binnen zijn net opgehoogde muren te blijven. Hij trok met zijn hele leger de stad uit om slag te leveren bij de Milvische Brug en kwam daarbij om het leven.

Aan het eind van de 4e eeuw werd Rome bedreigd door invallen van de Goten en Vandalen. Hierom liet Keizer Honorius in 401 en 402 grote verbeteringen in de muur aanbrengen. De muur werd verder opgehoogd tot 11 meter en de stadspoorten werden extra verstevigd. In deze tijd werd ook het Mausoleum van Hadrianus, de huidige Engelenburcht, omgebouwd tot fort en in de verdedigingswerken van de stad opgenomen.

De omvang van de muur zorgde toen al voor een probleem, want Rome had niet genoeg soldaten meer in de stad om de 19 kilometer lange muur te bemannen. Desondanks bleek de muur een werkzaam schild tegen de invallen van de barbaren. De Goten en Vandalen die Rome in de eerste helft van de 5e eeuw plunderden konden de muur niet doorbreken. In plaats hiervan moesten ze een list gebruiken; ze sloopten de aquaducten en dwongen hiermee de Romeinen, die toen geen drinkwater meer tot hun beschikking hadden, de stadspoorten te openen.

Na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 en vooral door de Byzantijnse oorlog tegen de Ostrogoten tussen 535 en 555, raakte de stad grotendeels ontvolkt. De Aureliaanse Muur was nu veel te groot voor de kleine stad die restte. De Romeinse bevolking concentreerde zich grotendeels op het Marsveld. In de overige delen van de nu verlaten stad, bouwden de rijken grote villa's en werden tuinen aangelegd.

Kaart van Rome uit 1555 waarop grote delen van Rome binnen de muur onbewoond zijn

Wegens de belangrijke defensieve functie van de Aureliaanse Muur is deze, in tegenstelling tot de vele andere antieke monumenten in Rome, wel altijd onderhouden door de Pausen en het stadsbestuur. Op een aantal plaatsen is de muur nog uitgebreid met extra verdedigingswerken en bastions om ook bescherming te kunnen bieden tegen vuurwapens. Plannen om grote delen van de muur te herbouwen zijn wegens geldgebrek nooit uitgevoerd.

De muur hield zijn functie tot 20 september 1870, toen tijdens de periode van de Italiaanse eenwording de Piëmonteze troepen van het Koninkrijk Italië een bres in de muur maakten bij de Porta Pia. Door deze bres vielen zij de stad binnen en maakten een einde aan de Kerkelijke Staat van Paus Pius IX.

De Porta Pia, eind 19e eeuw met de bres (rechts)

De Muur tegenwoordig[bewerken]

Een groot deel van de muur, ongeveer 13 kilometer, op de oostelijke oever van de Tiber is in redelijke staat bewaard gebleven. In het bijzonder de zuidelijke sectie is nog in goede staat. Het westelijke deel, op de linkeroever van de Tiber, is op een paar fragmenten na geheel verdwenen, nadat in de 16e eeuw de Muur van Urbanus VIII werd gebouwd.

Vanaf het eind van de 19e eeuw heeft men veel middeleeuwse gebouwen en andere constructies van de muur verwijderd om deze in de oorspronkelijke antieke staat te herstellen. In de moderne tijd is de verkeersdruk in Rome enorm toegenomen. Omdat de muur hiervoor een belemmering vormt, zijn er op een aantal plaatsen nieuwe grote doorgangen gemaakt om de vele auto’s op een soepele wijze door te kunnen laten.

De Aureliaanse Muur heeft zich door de eeuwen heen veel robuuster getoond dan de architecten van Aurelianus zich hadden kunnen voorstellen. Zeventien eeuwen met aanvallen met katapulten, kanonnen en bommen en aardbevingen zijn niet genoeg geweest om de muur omver te krijgen. Recentelijk zijn wel enkele delen van de muur ingestort, die in de middeleeuwen slecht zijn gerepareerd. Zware regenval had de constructie aangetast. Deze secties zijn weer herbouwd.

Het Museo delle Mura in de Porta San Sebastiano geeft informatie over de constructie van de muur en hoe de verdedigingswerken functioneerden.

Een gedeelte van de zuidelijke sectie van de Aureliaanse Muur

Stadspoorten[bewerken]

De Muur had in de tijd van Aurelianus zestien stadspoorten. Twee bestaande poorten van de Castra Praetoria maakten ook deel uit van de Aureliaanse Muur, maar deze werden al enkele jaren na de opname van de Castra in de muur gesloten. Er waren vier hoofdpoorten, de Porta Flaminia en de Porta Appia waar de belangrijkste Romeinse wegen naar het noorden en zuiden begonnen, en de Porta Portuensis en Porta Ostiensis waar de wegen begonnen naar de twee zeehavens op beide oevers van de monding van de Tiber. Deze vier hoofdpoorten hadden allen een dubbele doorgang. De overige poorten slechts een enkele. Er zijn nog elf poorten uit de Romeinse tijd overgebleven. De andere poorten zijn herbouwd of geheel verdwenen. In de Renaissance zijn de Porta Pia en de Porta San Giovanni in de muur bijgebouwd.

Lijst van Stadspoorten (Porte)[bewerken]

Beginnend bij de meest noordelijke poort en met de klok mee.

Op de oostelijke oever van de Tiber:

Op de westelijke oever van de Tiber:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

  • Virtual Roma Uitgebreide beschrijving van de stadsmuur inclusief gids voor een rondwandeling.
  • LacusCuritius Artikel uit S. Platner, A Topographical Dictionary of Ancient Rome
  • RomeArtlover Tekeningen van de muur, door Guiseppe Vasi gemaakt in 1781.
  • Die Mauern Roms (Duits) Informatie en foto's.

Afbeeldingen[bewerken]