Austen Chamberlain

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobel prize medal.svg Sir Joseph Austen Chamberlain
16 oktober 186317 maart 1937
Sir (Joseph) Austen Chamberlain.jpg
Postmaster General
(minister van post en telecommunicatie)
Periode 19021903
Voorganger Charles Vane-Tempest-Stewart
Opvolger Edward Stanley
Chancellor of the Exchequer
(minister van financiën)
Periode 19031905
Voorganger Charles Thomson Ritchie
Opvolger H.H. Asquith
Chancellor of the Exchequer
(minister van financiën)
Periode 19191921
Voorganger Andrew Bonar Law
Opvolger Robert Horne
Lord Privy Seal
(parlementsvoorzitter)
Periode 19211923
Voorganger David Lloyd George
Opvolger Robert Cecil
Secretary of State for Foreign and Commonwealth Affairs
(minister van buitenlandse zaken)
Periode 1924-1929
Voorganger Ramsay MacDonald
Opvolger Arthur Henderson

Joseph Austen Chamberlain (Birmingham, 16 oktober 1863Londen, 17 maart 1937) was een Brits minister van buitenlandse zaken die in 1925 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Chamberlain, een halfbroer van premier Neville Chamberlain, was een van de prominenten die in de jaren 1930 waarschuwden voor de oorlogsdreiging van Adolf Hitlers Duitsland.

Als minister van buitenlandse zaken (1924-1929) speelde hij een belangrijke rol in het bewaren van de vrede in Europa in de moeilijke periode tussen de twee wereldoorlogen. Chamberlain wist de entente cordiale tussen Groot-Brittannië en Frankrijk in stand te houden na de Franse bezetting van het Ruhrgebied in 1923-1924. In 1925 speelde hij een belangrijke rol bij het tot stand komen van het Verdrag van Locarno, waarmee Duitsland, België en Frankrijk elkaars grenzen erkenden en Duitsland lid mocht worden van de Volkenbond. Chamberlain wist ook de Britse regering te overtuigen om zich bij het Briand-Kellogg-pact (1928) aan te sluiten.

Voor zijn verdiensten bij het tot stand komen van Verdrag van Locarno deelde hij in 1925 de Nobelprijs voor de Vrede met Charles Gates Dawes. Ook werd hij geïnstalleerd als ridder in de Orde van de Kousenband. De Franse en Duitse ministers van buitenlandse zaken die samen met Chamberlain het Verdrag van Locarno tot stand brachten, respectievelijk Aristide Briand en Gustav Stresemann, deelden de Nobelvredesprijs in 1926.

Jeugd[bewerken]

Austen Chamberlain was de oudste zoon van de invloedrijke Britse politicus Joseph Chamberlain. Zijn moeder Harriet Kenrick stierf tijdens de geboorte. Zijn vader hertrouwde met Harriets nicht Florence en kreeg nog meer kinderen, waaronder de latere Britse premier Neville Chamberlain.

Hij studeerde aan Trinity College in Cambridge, aan de Institut d'Études Politiques de Paris (Sciences Po) in Parijs en aan de universiteit van Berlijn. Tijdens zijn periode in Parijs en Berlijn ontmoette hij invloedrijke personen als Otto von Bismarck, Georges Clemenceau en Alexandre Ribot.

Vroege politieke carrière[bewerken]

In 1892 keerde hij terug naar Groot-Brittannië en werd vier jaar later, op 29-jarige leeftijd, verkozen als lid van het Brits parlement voor zijn vaders partij, de Liberal Unionist Party. Na de grote verkiezingsoverwinning van de Liberal Unionist Party en geallieerde Conservative Party in 1895 werd Chamberlain benoemd tot Civil Lord of the Admiralty, een van de leden van de Admiralty die de Britse Royal Navy bestuurde. Vijf jaar later kreeg hij de post van Financial Secretary to the Treasury, een onderminister van het ministerie van financiële zaken. In 1902 koos de nieuwe premier Arthur James Balfour hem als Postmaster General, de minister verantwoordelijk voor de post en telecommunicatie. Nadat een conflict tussen Balfour en Austens machtige vader Joseph Chamberlain bijgelegd werd, benoemde Balfour hem in 1903 tot Chancellor of the Exchequer, de Britse minister van financiën. Hij hield deze functie tot Balfours regering in 1905 viel.

Balfour trad af als leider van de Conservative Party (die met Chamberlains Liberal Unionist Party gefuseerd was) in 1911 en koos Chamberlain als zijn opvolger. Het werd echter duidelijk dat de meeste parlementsleden van de Conservative Party een voorkeur genoten voor andere kandidaten. Uiteindelijk trok Chamberlain zich terug als kandidaat en werd Andrew Bonar Law als nieuwe voorman van de partij gekozen. Chamberlain wist hiermee de Conservative- en Liberal Unionist Party-delen van de gefuseerde partij bijeen te houden, maar verspeelde wel zijn kans om partijleider en premier te worden.

In 1915, na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kreeg Chamberlain nogmaals een regeringspost, ditmaal als Secretary of State for India (Minister voor India), maar trad weer af in 1917, na het falen van verschillende militaire veldtochten door Indiase troepen in het huidige Irak. Hij keerde weer terug in de regering als Chancellor of the Exchequer (minister van financiën) in 1919 en hield deze post tot 1921, toen hij Bonar Law opvolgde als fractieleider van de Conservative Party in het parlement. Ook nam hij over van Bonar Law als Lord Privy Seal en voorzitter van het Lagerhuis.

Chamberlain steunde de regering van David Lloyd George, een coalitie tussen de Conservative Party en Liberal Party. Toen deze coalitie echter de steun van de Conservatives verloor, moest Chamberlain in 1922 aftreden als partijleider, en verloor nogmaals zicht op de premierspost. Bonar Law volgde hem op en werd kort daarna premier van een nieuwe Conservative-regering.

Latere politieke carrière[bewerken]

Na Bonar Laws dood in 1923 werd Chamberlain gepasseerd en Stanley Baldwin gekozen tot nieuwe partijleider. Baldwin werd premier na de verkiezingen van 1924 en koos Chamberlain als zijn Secretary of State for Foreign and Commonwealth Affairs (minister van buitenlandse zaken). Chamberlain bleef minister tot 1929, toen de regering van Baldwin viel. Hij keerde nog kortstondig terug in de Britse regering in 1931 als First Lord of the Admiralty, hoofd van het bestuur van de Royal Navy, maar trok zich terug na de Invergordon Mutiny, een staking van Britse marinesoldaten.

Chamberlain bleef tot 1937 in het Brits parlement als backbencher. In de periode 1934-1937 was hij, samen met Winston Churchill, Roger Keyes en Leo Amery, een prominente voorstander van een snelle Britse herbewapening als reactie op de Duitse herbewapening onder Adolf Hitler.

Bibliografie[bewerken]

Austen Chamberlain schreef:

  • The League of Nations, Glasgow: Jackson, Wiley, 1926
  • Peace in Our Time: Addresses on Europe and the Empire, Londen: Allen, 1928
  • Speeches on Germany, Londen: Friends of Europe Publications, 1933
  • Down the Years, Londen: Cassell, 1935
  • Politics from Inside: An Epistolary Chronicle, 1906-1914, Londen: Cassell, 1936

Literatuur[bewerken]

  • David Dutton, Austen Chamberlain – Gentleman in Politics, Bolton: R. Anderson, 1985
  • Richard Grayson, Austen Chamberlain and the Commitment to Europe: British Foreign Policy, 1924-1929, Londen: Frank Cass, 1997
  • Sir Charles Petrie, The Chamberlain Tradition, Londen: Lovat Dickson Limited, 1938
  • Sir Charles Petrie, The Life and Letters of the Right Hon. Sir Austen Chamberlain, Londen: Cassell & Co., 1939
  • Robert C. Self (red.), The Austen Chamberlain Diary Letters: The Correspondence of Sir Austen Chamberlain with his Sisters Hilda and Ida, 1916-1937, Cambridge: Cambridge University Press, 1995
Bronnen, noten en/of referenties
Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens