Authentieke uitvoeringspraktijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met "authentieke" uitvoeringspraktijk, soms ook historische uitvoeringspraktijk genoemd of HIP (afkorting van "Historically informed performance"), wordt bedoeld dat een muziekstuk wordt uitgevoerd op hedendaagse replica's van 'periode'-instrumenten, met gebruikmaking van de huidige interpretatie van de toenmalige instrumentenbouw, speelstijl, muzieknotatie en muziektheorie.

Situering[bewerken]

De pioniers van de authentieke uitvoeringspraktijk waren onder meer Arnold Dolmetsch, Charles Van den Borren en Safford Cape.

Deze vorm van spelen is in de jaren '60 van de 20e eeuw doorgebroken. Met name de stukken uit de barokperiode en de vroegklassieke muziek worden uitgevoerd, gebaeerd op historistische premisses. Maar ook modernere stukken worden tegenwoordig soms op wat oudere instrumenten uitgevoerd, alhoewel de componist het voor moderne instrumenten heeft geschreven. Men speelt meestal op min of meer getrouwe replica's van periode-instrumenten. In het theater vindt men de HIP terug in de vroege opera's zoals die van Händel, Purcell of ook wel Mozart.

Bij het jaarlijkse Festival Oude Muziek Utrecht en het MAfestival in Brugge vinden ook steeds drukbezochte instrumentenmarkten plaats. De driejaarlijkse klavecimbel- en pianoforte-expo van Brugge, de eerste in zijn soort in 1965, geniet enige wereldfaam.

Bekende aanhangers (dirigenten en musici) van het authentiek uitvoeren van muziekstukken zijn of waren: