Authentieke uitvoeringspraktijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met authentieke uitvoeringspraktijk, ook soms historische uitvoeringspraktijk genoemd of HIP (afkorting van "Historically informed performance"), wordt bedoeld dat een muziekstuk wordt uitgevoerd met oude authentieke instrumenten of hedendaagse replica's daarvan, met gebruik van informatie over de toenmalige instrumentenbouw, speelstijl, muzieknotatie en muziektheorie.

Situering[bewerken]

De pioniers van de authentieke uitvoeringspraktijk waren onder meer Arnold Dolmetsch, Charles Van den Borren en Safford Cape.

Deze vorm van spelen is in de jaren '60 van de 20e eeuw doorgebroken. Dirigenten en musici als Gustav Leonhardt, Thurston Dart, Sigiswald Kuijken, Paul Dombrecht, Andrew Parrott, Nikolaus Harnoncourt, John Eliot Gardiner, Ton Koopman, Frans Brüggen, Masaaki Suzuki, Philippe Herreweghe, Jordi Savall, Capilla Flamenca en Huelgas Ensemble zijn bekende aanhangers van het authentiek uitvoeren van muziekstukken. Met name de stukken uit de barokperiode en de vroege romantiek worden authentiek uitgevoerd. Maar ook modernere stukken worden tegenwoordig soms op oude instrumenten uitgevoerd, alhoewel de componist het voor moderne instrumenten heeft geschreven. Men speelt meestal op getrouwe replica's van authentieke instrumenten.

De jongere generatie zet de muziekuitvoeringen in dezelfde geest verder. Zijn onder meer te vernoemen: Pieter-Jan Belder, Jos van Veldhoven, Jan De Winne.

In het theater vindt men de HIP terug in de vroege opera's zoals die van Händel, Purcell of Mozart.

Bij het jaarlijkse Festival Oude Muziek Utrecht en het MAfestival in Brugge vinden ook steeds drukbezochte instrumentenmarkten plaats. De driejaarlijkse klavecimbel- en pianoforte-expo van Brugge, de eerste in zijn soort in 1965, geniet wereldfaam.