Autotomie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sommige hagedissen hebben een oranje of blauwe staartpunt om vijanden te misleiden.

Autotomie is het vermogen van sommige dieren lichaamsdelen af te werpen als ze worden aangevallen of vastgehouden.

Hagedissen[bewerken]

Het komt bij reptielen alleen voor bij de staart van de suborde hagedissen. Wie een hagedis vangt, moet het dier dan ook nooit bij de staart pakken. Als de staart is afgeworpen, blijven de spieren en zenuwen nog enige tijd actief; de staart blijft kronkelen waardoor het roofdier wordt afgeleid en de hagedis kan ontsnappen. Na een paar dagen begint de stomp dicht te groeien, waarna er gedurende enige weken een verkleinde staart gevormd wordt.

Staart van Uromastyx hardwickii.

Deze nieuwe staart heeft meestal een donkere kleur en wordt nooit zo dik en lang als daarvoor. Omdat de staart als roer gebruikt wordt en de meeste hagedissen veel klimmen en de staart ook dient als vetopslag, krijgt het dier een deel van zijn evenwichtsverlies en vetbuffer terug door de aangroei van een stomp.

Bij veel soorten breekt de staart op een vast punt; een niet-toevallig aanwezige verzwakking van één van de staartwervels. Het dier zelf kan dus niet de staart afwerpen; het gebeurt als er voldoende aan getrokken wordt. Vaak ligt dit punt op ongeveer twee derde van de staartlengte vanaf de kop gezien.

Geleedpotigen[bewerken]

Kreeft- en spinachtigen kunnen poten of scharen afwerpen waarna deze weer aangroeien na een aantal vervellingen, dit laatste wordt regeneratie genoemd. Bij veel spinnen is er in de poten een duidelijk breukvlak voorzien tussen de coxa en de trochanter waar de autotomie plaatsvindt (door de coxa krachtig op te tillen) als de poot wordt vastgehouden. Bij verdoofde spinnen werkt dit niet, voor autotomie is het nodig dat de spin bij bewustzijn is - het is niet een puur passief proces.