Auxine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Indool-3-azijnzuur, het belangrijkste auxine

Auxines zijn een groep plantenhormonen met vergelijkbare structuur en effecten, die in planten een groot aantal belangrijke functies vervullen. Het woord komt van het griekse woord αυξειν (auxein), wat groeien betekent. Indool-3-azijnzuur (IAA), het belangrijkste auxine, is zelf te instabiel in waterige oplossing om te worden geïsoleerd en langdurig te worden bewaard. Er zijn echter een aantal natuurlijke (4-chloorindoolazijnzuur, fenylazijnzuur (PAA) en indool-3-boterzuur (IBA)) en synthetische auxines (onder andere 1-naftaleenazijnzuur (NAA - het meest vergelijkbaar met IAA) en 2,4-dichloorfenoxyazijnzuur (2,4D)) met vergelijkbare effecten op planten, die wel stabiel zijn.

Auxine:

  • stimuleert de groei in de bovengrondse delen
  • bevordert het ontstaan van zijwortels
  • zorgt dat bladeren aan de stengel blijven zitten zolang het blad wat auxine maakt
  • zorgt dat een plant met een intacte groeitop zich niet vertakt (apicale dominantie)
  • is ook de stof die ervoor zorgt dat klimplanten zich om een houvast winden.
  • stuurt de groei van vruchten
  • stimuleert het enzym ACC-synthase tot hogere productie van 1-aminocyclopropaan-1-carbonzuur (ACC) en dus etheen
  • zorgt dat de plant voldoende zonlicht krijgt
  • zorgt dat de stengel groen blijft

Dit zijn slechts de belangrijkste effecten.

Cellen reageren verschillend op verschillende concentraties auxine. Een liggende stengel zal aan de onderkant meer auxine aanmaken dan aan de bovenkant, waardoor de onderkant sneller groeit dan de bovenkant, zodat een stengel zich opricht. Een wortel reageert echter juist andersom. Dit effect noemt men geotropisme. Knipt men de auxine-producerende groeitop uit een plant dan reageren de okselknoppen daarop door te gaan uitspruiten (apicale dominantie).

Auxine en verwante stoffen als ook cytokinines zijn een belangrijk bestanddeel van stekpoeder. Ze waren destijds het hoofdbestanddeel van Agent Orange.