Tjitjak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Aziatische huisgekko)
Ga naar: navigatie, zoeken
Tjitjak
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2010)
H frenatus 050303 054 pncw.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Gekkota (Gekko's)
Familie: Gekkonidae
Geslacht: Hemidactylus
Soort
Hemidactylus frenatus
Fitzinger, 1826
Afbeeldingen Tjitjak op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Tjitjak op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De tjitjak[2] (Hemidactylus frenatus) is een hagedis die behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae. Andere benamingen zijn Aziatische huisgekko of Aziatische tjitjak.

Algemeen[bewerken]

De tjitjak is een kleine en snelle soort die zich zeer goed af kan platten en overal tussen kruipt. Bij vakanties in verre landen zijn het vaak deze diertjes die bij het inpakken overal tevoorschijn komen; tussen de was, autobekleding en in schoenen. Huisgekko's trekken zich weinig aan van mensen en profiteren van het kunstmatige licht in de gecultiveerde wereld waar insecten op afkomen. In veel landen worden hierdoor ze als bijzonder nuttig gezien, hoewel in de paartijd de dieren harde geluiden kunnen maken. Vanwege dit geluid worden ze in de Aziatische landen waar ze voorkomen ook wel tjitjak (Moderne Maleise spelling: cicak) genoemd, dat van het geluid dat ze voortbrengen -"tjik-tjak"- is afgeleid.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Leefgebied

In tegenstelling tot veel andere gekko's heeft deze soort wel huidflapjes over de tenen maar geen duidelijk zichtbare kleefkussentjes (lamellae). De tenen zijn hierdoor smaller en daaraan heeft de gekko de naam te danken: hemi betekent half en dactylus betekent teen. De gekko leeft in grote delen van Zuidoost-Azië, zuidoostelijk Afrika, maar ook langs de Pacifische kust bij Mexico; waarschijnlijk is de soort daar pas gekomen nadat in 1492 dit continent werd ontdekt; slavenhandel en oorlogen deden de rest. De habitat bestaat uit bosachtige gebieden en de gekko stelt niet veel eisen aan de leefomgeving, als er maar insecten en andere kleine ongewervelden zijn om te eten. De tjitjak is meestal beige tot bruin, soms witgrijs, en heeft kleine, donkere vlekjes op de rug. De huidflapjes op de tenen zijn breder dan die van de meeste Hemidactylus- soorten, de staart is licht gebandeerd. De dunne huid is enigszins doorzichtig, de ogen zijn relatief groot zoals bij wel meer gekko's. De meeste exemplaren worden niet groter dan 16 centimeter inclusief staart.

Leefwijze[bewerken]

Het voedsel van deze doorgaans in bomen levende gekko bestaat uit insecten, spinnen en kleinere gekko's. Dankzij de hechtkussentjes onder de poten kunnen ze tegen gladde, verticale muren opklimmen en ondersteboven hangen aan plafonds. Hij heeft de mogelijkheid om zijn staart af te werpen, indien hij wordt gegrepen door een aanvaller. Hij heeft een eigen jachtgebied, dat hij ook verdedigt.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt in het wild voor in tropische gebieden in gebouwen, onder rotsen en in boomstammen.

Huisgekko's in een terrarium[bewerken]

Een juveniel exemplaar.

Het zijn leuke en makkelijke gekko's die 'hun weg wel vinden' als men de juiste omgeving biedt. Ook kan men rustig een groepje houden zonder dat de dieren elkaar afmaken. Voor een groep van 4 dieren kan men het beste al een ruime bak nemen van (l*b*h) 50*40*50, waardoor er ook ruimte is voor een groepje andere dieren, zoals boomkikkers of anolissen. Een aantal opstaande takken, enkele stenen op de bodem, een driedaags ververst drinkbakje en het liefst wat opstaande stukken boomschors waar ze tussen schuilen. Omdat het schemerdieren zijn, kan men de uren dat de lamp aanstaat, beter van 's ochtends vroeg tot in de middag beperken, zodat de dieren in de namiddag actief worden. Het grootste probleem is dat er geen kiertje of naadje in het terrarium mag zitten, want dan zijn de dieren weg. De eerste paar nachten zullen ze enkel en alleen proberen te ontsnappen, wat wel meer hagedissen doen. Omdat ze overal tussen kunnen kruipen, is het terugvinden van de dieren niet eenvoudig. Omdat deze dieren 's nachts jagen, kan men ze het beste met een dagactieve soort houden, omdat ze zich overdag niet laten zien. Belangrijk zijn ook de volgende punten:

  • Deze dieren houden van vocht; het beste is gemalen boomsnippers of sphagnum (rendiermos) als bodembedekking zodat vocht wordt vastgehouden en er moet gesproeid of geneveld worden.
  • Ook warmte is belangrijk; overdag ongeveer 25 graden, en 's nachts niet lager dan 18 graden.
  • Er dienen vitaminen en kalk te worden toegediend door voedseldieren te bepoederen met een substraat.

De gekko's eten krekels, krulvliegen wasmotlarven en meelwormen, maar deze laatste niet te veel omdat ze tot verstopping kunnen leiden omdat de chitine segmenten niet verteerd kunnen worden. Moriowormen (reuzenmeelwormen) zijn uit den boze. Met name bij zwangere vrouwtjes is kalk onontbeerlijk; na een enkel legsel kan de gehele kalkvoorraad erdoorheen gejaagd worden, en wordt het uit de eigen botten onttrokken; een vrouwtje zal hier spoedig aan sterven. Kalk bestaat overigens niet alleen uit calcium, maar ook uit fosfor, waar ze eveneens een tekort aan kunnen krijgen. Soms willen de dieren nog wel eens gemalen eierschalen opnemen, wat een snelle aanvulling is. Tjitjaks zijn niet duur; ongeveer 20 euro voor een koppel. De kosten van het terrarium zelf, het onderhoud, de benodigde elektriciteit en de voedseldieren en preparaten kunnen aardig oplopen.

Film[bewerken]

De gekko vormde in Maleisië de inspiratie voor de in december 2006 uitgekomen humoristische aktiefilm Cicak Man. Hoofdrolspeler is de bekende Maleisische komiek Mohd Saifulazam b. Mohammad Yusoff, (geboren op 15 augustus 1969 in Gombak, Selangor, Maleisië), ook bekend als Saiful Azam Senario of Saiful Apek.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) Tjitjak op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 180 ISBN 90 274 8626 3.

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Hemidactylus frenatus - Website Geconsulteerd 13 februari 2012