Aziatische productiewijze

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Aziatische of Oosterse productiewijze is één van de productiewijzen die Karl Marx opwierp.

Volgens Marx bepaalde de organisatie van kapitaal en arbeid de maatschappelijke structuur. Dit noemde hij een productiewijze. Marx onderscheidde er vijf die universeel zijn. Het primitieve communisme, de slavernij, feodaliteit, industrieel kapitalisme en industrieel communisme. Er was volgens Marx een vaste evolutie waarbij het industrieel communisme de laatste fase was.

Marx merkte echter op dat er in het oosten geen vooruitgang was, maar er steeds dezelfde productiewijze was. Zijn theorie met de vijf productiewijzen klopte dus niet en Marx voegde een zesde productiewijze toe: de Aziatische productiewijze. Deze had de volgende kenmerken: er was geen particuliere eigendom, alle land was in gemeen en werd beheerd door het dorp, alles is in bezit van een despoot met seculiere en religieuze macht, de despoot vraagt een deel van de productie en korveediensten, het dorp is autonoom, er is geen sociale stratificatie en geen klassenbewustzijn. Daardoor kan er geen verandering komen en is de maatschappij statisch geworden.

Het model is nooit verder uitgewerkt, maar heeft wel een grote invloed gehad. Zo baseerde Karl Wittfogel zich met zijn oriental despotism op dit model en legde irrigatie als basis voor de Aziatische productiewijze. Tegenwoordig blijkt uit de archeologie en historische bronnen dat het model niet opgaat.

Externe links[bewerken]