Béziers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Béziers
Stad in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Wapen van Béziers
Béziers
Béziers
Situering
Regio Languedoc-Roussillon
Departement Hérault (34)
Arrondissement Béziers
Kanton hoofdplaats van 4 kantons: Béziers-1, Béziers-2, Béziers-3 en Béziers-4
Coördinaten 43° 21' NB, 3° 15' OL
Algemeen
Oppervlakte 95,4 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 71.432 (748,8 inw/km²)
Hoogte 4 - 120 m
Overig
Postcode 34500
INSEE-code 34032
Foto's
CathedraleBeziers.jpg
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk

Béziers (Besièrs in het Occitaans) is een stad in het zuiden van Frankrijk, in de Languedoc. De stad is een onder-prefectuur van het departement van de Hérault (nr 34). Ze telt ongeveer 70.000 inwoners, Biterrois genoemd.

Door Béziers stroomt de rivier de Orb en het Canal du Midi.

Béziers leeft vooral van toerisme en wijnproductie.

Béziers is historisch vooral bekend om het Bloedbad van Béziers op 22 juli 1209 tijdens de eerste Albigenzische Kruistocht. Op die dag konden de kruisvaarders onverwachts de stad innemen. Op de vraag hoe men de ketters kon herkennen van de katholieken, antwoordde de pauselijke gezant Arnaud Amaury "Tuez-les tous, Dieu reconnaîtra les siens." Dood hen allen, God zal de zijnen herkennen. Daarop werden 20.000 mannen, vrouwen en kinderen afgemaakt en de stad platgebrand.[1]

Verkeer en vervoer[bewerken]

In de gemeente ligt spoorwegstation Béziers. De onderstaande kaart toont de ligging van Béziers met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten.

Detailkaart van de gemeente

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwoneraantal van Béziers vanaf 1962.

Grafiek inwonertal gemeente

Geboren[bewerken]

Foto's[bewerken]

Zicht op Béziers met de basilique St-Nazaire

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De frase "Doodt hen allen, God zal de zijnen herkennen" is waarschijnlijk apocrief. De passage komt - in het Latijn "Cædite eos. Novit enim Dominus qui sunt eius." - alleen voor in het boek Dialogus miraculorum dat de Duitse cisterciënzer monnik Caesarius van Heisterbach tussen 1219 en 1223 schreef.