BACH-motief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
B A C H
Bach in kruisvorm genoteerd

Het BACH-motief is een muzikale handtekening, en in dit geval de noten Bes, A, C, B.

Dit motief dat uit vier noten bestaat, is gebruikt door een aantal componisten, gewoonlijk als eerbetoon aan Johann Sebastian Bach. Het eerste voorbeeld komt voor in een stuk van Jan Pieterszoon Sweelinck— het is mogelijk, maar niet zeker, dat hij het gebruikte als eerbetoon aan een van de voorouders van Johann Sebastian, velen van hen waren namelijk ook musici of componisten.

De mogelijkheid om de naam Bach in muzieknoten te spellen komt doordat de noot B in het Duits H heet, terwijl onze Bes in het Duits B heet.

J.S. Bach heeft de muzikale handtekening zelf gebruikt als thema voor de fuga waaraan hij kort voor zijn dood werkte (BWV 1080). Het motief verschijnt bovendien in een aantal van zijn andere muziekstukken, zoals aan het eind van de variaties op Vom Himmel Hoch, BWV 769. De aanwezigheid van het motief in de laatste maat van het Kleines harmonisches Labyrinth, BWV 591, wordt niet betekenisvol geacht. Dit werk is wellicht niet eens van Bach, maar mogelijk van Johann David Heinichen. Het motief komt ook voor in de Matthäus-Passion, in het deel waar het koor zingt: Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen.

In vele stukken worden echter niet de exacte noten B-A-C-H gebruikt, maar een transpositie ervan, bijvoorbeeld een halve toon hoger, of een terts lager.

Er bestaat ook nog een fuga in F majeur, geschreven door één van de zonen van Bach, hetzij Johann Christian Bach of Carl Philipp Emanuel Bach, waarin het motief wordt gebruikt.

Pas in de 19e eeuw, toen de interesse voor de oude Bach opnieuw opkwam, werd het motief door verschillende andere componisten gebruikt. Waarschijnlijk omdat Bach het zelf in een fuga gebruikte, wordt het motief door andere componisten vooral gebruikt in fuga's of in andere complexe composities in contrapunt.

Gebruik van het thema[bewerken]

Werken waarin het BACH-thema prominent naar voren komt, in chronologische volgorde:

Het motief komt ook nog voor in een aantal andere werken, waaronder Arnold Schoenbergs Variaties voor Orkest (1926-28) en zijn Strijkkwartet Nr. 3 (1927), Krzysztof Penderecki's Lucas Passie, en Johannes Brahms' cadens voor het eerste deel van Beethovens Pianoconcert nr. 4.

Bronnen[bewerken]

  1. Dr. Barry Cooper - Ludwig van Beethoven: Volledig overzicht van leven en muziek p.87